Toegelicht

Zwarte Piet

8 februari 2016 - Laatste update 13 oktober 2016

Wat is het standpunt van het College voor de Rechten van de Mens in de discussie over Zwarte Piet en discriminatie?

Zwarte Piet

Laatste stand van zaken

Een brede maatschappelijke discussie over Zwarte Piet is al jaren gaande, maar in 2013 en 2014 barstte deze in de aanloop naar het Sinterklaasfeest pas echt goed los. Voor- en tegenstanders staan daarbij vaak lijnrecht tegenover elkaar. Tegenstanders van Zwarte Piet vinden dat deze figuur een racistisch stereotype vertolkt en racisme in stand houdt en daarom aangepast moet worden. Voorstanders menen dat Zwarte Piet een onderdeel is van een eeuwenoude, waardevolle Sinterklaastraditie die niets met racisme te maken heeft en willen Zwarte Piet behouden. Dit jaar gaat de discussie weer verder, die inmiddels voor veel meer staat dan alleen voor Zwarte Piet en die ook een heel eigen dynamiek heeft gekregen. Daarbij willen we twee belangrijke nieuwe ontwikkelingen noemen.

Onderzoek Kinderombudsman

De Kinderombudsman heeft onderzoek gedaan naar de figuur van Zwarte Piet vanuit kinderrechtenperspectief, naar aanleiding van klachten van ouders over discriminerende effecten van Zwarte Piet. Op 30 september 2016 bracht de Kinderombudsman zijn standpunt hierover uit: ”De figuur van Zwarte Piet kan bijdragen aan pesten, uitsluiting of discriminatie en is daarmee in strijd met het Kinderrechtenverdrag. De Kinderombudsman stelt dat Zwarte Piet zodanig moet worden aangepast dat kinderen geen negatieve effecten meer ervaren door het Sinterklaasfeest. Door Zwarte Piet te ontdoen van discriminerende en stereotyperende kenmerken, kan er van hem een figuur worden gemaakt die recht doet aan het plezier dat zovelen beleven aan de Sinterklaastraditie”. Op grond van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind doet de Kinderombudsman aanbevelingen aan ouders en vooral aan scholen . Kinderen hebben recht op onderwijs, en dat behelst niet alleen kennisoverdracht maar ook respect voor mensenrechten.

Na bekendmaking van het standpunt liet de Ombudsman weten veel vijandige en soms ronduit racistische reacties en bedreigingen te hebben ontvangen. Het College ziet hierin een zorgelijke ontwikkeling die samenhangt met de eigen dynamiek van de discussie en steunt de plannen van de Ombudsvrouw om te onderzoeken of de afzenders van deze reacties aangepakt kunnen worden.

Ondertekening gezamenlijke verklaring door voor- en tegenstanders Zwarte Piet

Een tweede nieuwe ontwikkeling is ingezet door de ondertekening op 3 oktober 2016 van een gezamenlijke verklaring door voor- en tegenstanders-organisaties van de figuur van Zwarte Piet, ter afronding van de rondetafelgesprekken die zij twee jaar lang hierover voerden onder leiding van minister Asscher (ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Deze gezamenlijke verklaring, van onder meer de Stichting Sint en Pietengilde, het Surinaams Inspraak Orgaan, verschillende gemeentelijke Intochtcomités en Detailhandel Nederland, luidt als volgt: “We doen afstand van elke vorm van bedreiging, geweld, polarisatie en agressie. We doen een oproep tot kalmte en een beschaafde en respectvolle dialoog. We stellen het belang van het kind centraal. We streven er naar het een feest voor alle kinderen te laten zijn.”. Slechts één van de twaalf deelnemers heeft de verklaring niet ondertekend.

Andere ontwikkelen die al eerder zijn ingezet ontwikkelen zich intussen verder. Zoals de verschillende initiatieven die worden genomen om de klassieke Zwarte Piet-figuur anders in te vullen om bezwaren van racisme, discriminatie en stereotiepe beeldvorming te voorkomen. Zo presenteert het Nederlands Centrum voor Volkscultuur bijvoorbeeld een Piet zonder kroeshaar en gouden oorbellen, geeft het Overleg Orgaan Caribisch Nederland (OCAN) aan goed te kunnen leven met een voorstel voor ’schoorsteenpieten’ en ‘roetpieten’, komt de Bijenkorf weer met goud geschilderde Pieten en wil het Sint- en Pietengilde Zwarte Piet uitbeelden als ‘slimme manager’.

Wat heeft Zwarte Piet met mensenrechten te maken?

Bij het vraagstuk van Zwarte Piet kunnen meerdere mensenrechten aan de orde zijn.

Het recht op vrijwaring van discriminatie en stereotypering

Racisme en discriminatie op grond van huidskleur en afkomst zijn verboden volgens de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en in verschillende internationale verdragen. Zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het Internationale Verdrag inzake de Uitbanning van alle vormen van Rassendiscriminatie. Ook verbiedt dit laatste verdrag stereotypering van mensen met een donkere huidskleur. Het VN-Comité bij dit verdrag heeft zich onlangs expliciet uitgesproken over de Nederlandse Zwarte Piet-figuur als stereotype. Het Comité liet de Nederlandse overheid weten dat zelfs een diepgewortelde culturele traditie als het Sinterklaasfeest geen discriminerende praktijken en stereotypen kan rechtvaardigen. Het Comité maakte bezwaar tegen culturele tradities die negatieve stereotypen van mensen van Afrikaanse afkomst weerspiegelen. Het Comité adviseerde de Nederlandse overheid om actief te bevorderen dat de kenmerken die stereotypen van mensen van Afrikaanse afkomst uitbeelden, weggelaten worden. Het adviseerde de overheid om een redelijke balans te vinden, door Zwarte Piet anders te portretteren en de menselijke waardigheid en mensenrechten van alle inwoners van Nederland te respecteren.

Het recht op bescherming van het privé-leven

Iemands etnische afkomst vormt onderdeel van zijn identiteit. En zijn identiteit maakt onderdeel uit van zijn privéleven. Als een negatief stereotiep beeld van een groep mensen zo’n ernstig effect heeft dat het zelfbeeld van een groep wordt aangetast, dan raakt dat hun identiteit en daarmee hun privéleven. De bestuursrechter oordeelde op 3 juli 2014 in een uitspraak tegen de burgemeester van Amsterdam dat Zwarte Piet zo’n negatief effect heeft. Daarom moet de burgemeester het recht op privéleven meewegen bij het afgeven van een vergunning voor de intocht. Het recht op bescherming van het privéleven is neergelegd in het EVRM. In hoger beroep oordeelde de Raad van State dat de Nederlandse wetgeving geen ruimte geeft aan de burgemeester om dit aspect mee te wegen bij de vergunningverlening. Om die reden werd de uitspraak van de rechtbank Amsterdam vernietigd. De Raad van State gaf in zijn uitspraak geen antwoord op de vraag of de figuur van 'Zwarte Piet' bij de intocht van Sinterklaas een schending oplevert van het recht op respect voor het privéleven. Over die vraag kan volgens de Raad van State eventueel bij de burgerlijke rechter worden geprocedeerd.

Het recht op deelname aan het culturele leven

Veel voorstanders van de traditionele Zwarte Piet menen dat zij recht hebben op het behoud van Zwarte Piet, als onderdeel van een lange, Nederlandse culturele traditie die van generatie op generatie overgaat. Nu kunnen culturele tradities heel waardevol zijn en het beschermen waard voor toekomstige generaties. Maar daaruit volgt nog niet meteen een recht op behoud van die tradities. In het Internationale Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten is het recht op deelname aan het culturele leven opgenomen. Dit recht heeft onder meer betrekking op de manier waarop individuen en gemeenschappen hun gebruiken, waarden, levensbeschouwelijke opvattingen en culturele tradities overdragen aan nieuwe generaties. Maar bij cultuur moeten we niet denken aan geïsoleerde culturele manifestaties, maar meer aan belangrijke tradities of leefwijzen van groepen. Een voorbeeld hiervan is de traditionele leefwijze van Roma en andere woonwagenbewoners. Zij manifesteren zich als een bevolkingsgroep met een eigen cultuur die van generatie op generatie overgaat. Het recht op deelname aan het culturele leven houdt overigens niet in dat culturele tradities niet mogen veranderen.

Vrijheid van betoging, vrijheid van meningsuitingen expressie

Iedereen heeft het recht om in het openbaar te demonstreren en zijn mening, gedachten en gevoelens te uiten. Dit zijn fundamentele rechten van burgers die zijn vastgelegd in de Grondwet en mensenrechtenverdragen. Dit betekent dat de overheid mensen niet mag verbieden hun mening in het openbaar te verkondigen wegens inhoud. Dit mag alleen als hierdoor wetten worden overtreden. Het VN-Comité tegen rassendiscriminatie beveelt in zijn slotcommentaar de Nederlandse overheid aan om te garanderen dat betogers tegen Zwarte Piet zonder discriminatie hun uitingsvrijheid kunnen uitoefenen. Uit de bescherming van de uitingsvrijheid vloeit ook voort dat lokale overheden openbare optochten of intochten niet mogen verbieden om de inhoud. Dit is de reden waarom de Raad van State oordeelde dat de burgemeester van Amsterdam niet bevoegd was om een evenementenvergunning voor de intocht van Sinterklaas in te trekken vanwege de traditionele zwarte pieten, die mogelijk discriminerend zijn. Het intrekken van een vergunning kan een burgemeester alleen om niet-inhoudelijke redenen: als de gezondheid van burgers in het gedrang komt of er sprake is van verstoring van het verkeer of de openbare orde. Over de inhoudelijke aspecten van de Zwarte Piet-figuur kan de burgerlijke rechter eventueel uitspraak doen. De Raad van State merkt in haar in januari 2016 openbaar geworden wetgevingsadvies over het PVV-voorstel voor een zogenoemde ‘Zwarte Piet-wet’, dat ook dwingende voorschriften voor de uiterlijke verschijning van de Zwarte Piet-figuur bevat, het volgende op: dat de verschijning van Zwarte Piet normaliter niet is aan te merken als een ‘expressie’ of ‘openbaring van gedachten en gevoelens’. Maar door de controverse die is ontstaan over Zwarte Piet, heeft deze inmiddels wel het karakter gekregen van een stellingname of opinie. De Raad oordeelt vervolgens dat het wetsvoorstel van de PVV niet verenigbaar is met de uitingsvrijheid: het dwingend (bij wet) voorschrijven waaraan de verschijning van de Piet-figuur moet voldoen, zou een ongeoorloofde inbreuk zijn op de vrijheid tot het uiten van gedachten en gevoelens (artikel 7 van de Grondwet) die ook een censuurverbod voor overheid en formele wetgever omvat. Ook zou het PVV-voorstel volgens de Raad vanwege zijn ingrijpende karakter een ongeoorloofde inperking betekenen van de vrijheid van expressie (artikel. 10 EVRM). Deze is onverenigbaar met de eisen van pluralisme en tolerantie in een democratische samenleving.

Standpunt College

Het College stelt vast dat veel mensen Sinterklaas een mooi feest vinden en een eeuwenoude volkstraditie die bewaard moet blijven voor toekomstige generaties. Zwarte Piet is hier onderdeel van. Maar aan Zwarte Piet kleven discriminerende aspecten. Een aantal typische kenmerken en gedragingen van Zwarte Piet kan, in onderlinge samenhang, een negatief stereotype van mensen met een donkere huidskleur schetsen en bevestigen. Denk aan de combinatie van kenmerken, gedragingen en rol als een (egaal) zwart of donkerbruin gezicht, zwart kroeshaar, dik aangezette rode lippen, gouden oorringen, krompraat of accent, niet al te slim, atletisch, een onderdanige houding, een ondergeschikte rol naast een blanke man en dergelijke. Het gaat om het totaalplaatje dat de combinatie van een of meer van deze aspecten tezamen oplevert. Daarbij kan ook het totaalbeeld van een groep Pieten een relevante factor zijn: een divers geschminkte groep Pieten zal doorgaans niet zo snel de hierboven bedoelde negatieve stereotypering in de hand werken.

En, ook als dit niet zo is bedoeld kan een Zwarte Piet-figuur een negatief stereotiep beeld schetsen, dat discriminerende effecten kan hebben en als kwetsend kan worden ervaren. Uit eigen onderzoek weet het College dat discriminatie veelal niet bewust plaatsvindt. Discriminatie komt niet alleen voort uit opzet, uit discriminerende of racistische bedoelingen en overtuigingen bijvoorbeeld. Vaak zijn de vormen van uitsluiting en achterstelling die als discriminatie zijn aan te merken vaak een onbedoeld (neven)effect van bepaalde handelingen en gedrag. Dat betekent dat het te ver gaat om mensen die Sinterklaas vieren met traditionele Zwarte Pieten neer te zetten als ‘racisten’. Lees hiervoor het artikel op de site van het College: ‘Stereotypering: wat is dat en hoe werkt het?’.

In november 2014 oordeelde (2014-131) het College dat Stichting Openbaar Primair Onderwijs Utrecht niet discrimineerde toen zij het Sinterklaasfeest in 2014 met Zwarte Piet vierde. De school heeft laten zien dat zij voldoende verantwoordelijkheid neemt om te zorgen voor een discriminatievrije onderwijsomgeving. Wel verwacht het College verdere actie van de school om ervoor te zorgen dat Zwarte Piet wordt ontdaan van discriminerende aspecten. Het College kan en wil daarbij niet voorschrijven hoe een ‘niet-discriminerende’ Piet er precies uit moet zien; het is aan scholen om dit te bepalen, in gesprek met ouders en andere betrokkenen. Het College is het met de regering eens dat een verbod op Zwarte Piet van staatswege niet de uitweg is uit het debat. Het is aan de samenleving, en dus niet aan het College of aan de overheid, om te bepalen hoe de inhoud van traditionele volksfeesten en bijbehorende figuren eruit moeten zien. Dwingende overheidsvoorschriften over het uiterlijk van bijvoorbeeld de Piet-figuur komen al snel in strijd met de mensenrechtennormen die bescherming bieden aan de uitingsvrijheid die beschermd wordt door grondrechten.

Dit standpunt over de (bescheiden) rol van de overheid in deze kwestie, is in overeenstemming het hierboven reeds genoemde advies van de Raad van State om af te zien van indiening van het PVV-initiatiefvoorstel voor een ‘Zwarte Piet-wet’ ter bescherming van de culturele traditie van het sinterklaasfeest. Met dit wetsvoorstel wil de PVV de verschijning van Zwarte Piet wettelijk vastleggen, met daarin ook voorschriften waar diens uiterlijk en kleding precies aan moeten voldoen. De Raad van State wijst erop dat het niet de taak van de overheid is om dwingend voor te schrijven hoe een bepaalde manifestatie van een volkscultuur er inhoudelijk uit moet zien - nog los van het feit dat het gaat om het fixeren van een ‘levende cultuur’ die zich altijd aanpast aan maatschappelijke ontwikkelingen. De overheid heeft bij culturele activiteiten die burgers organiseren, zoals een sinterklaasintocht, slechts een controlerende taak: het bewaken van de openbare orde, de publieke en individuele veiligheid en het voorkomen van overlast. Het wettelijk voorschrijven en vastleggen van de uiterlijke verschijning van de Piet-figuur zoals de PVV voorstelt, zou volgens de Raad van State strijdig zijn met de grondrechten waarin de taak van de staat nader wordt geconcretiseerd en uitgewerkt (artikel 7 Grondwet en artikel 10 EVRM).

Het is aan de samenleving is om met elkaar in discussie te gaan en een oplossing te vinden. Het is belangrijk om met elkaar te blijven praten, zodat duidelijk wordt waar de bezwaren liggen en hoe een Piet eruit ziet die aan iedereen recht doet. De overheid heeft hierbij een taak een respectvolle nationale dialoog te faciliteren en eventuele discriminerende uitlatingen te verbieden.

Het College constateert dat inmiddels op allerlei plaatsen in het land die dialoog gevoerd wordt en dat daarbij allerlei oplossingen worden gepresenteerd. Dat is een goede zaak. Het College raadt daarbij aan om de Zwarte Piet-figuur zo aan te passen dat associaties met raskenmerken en een klassiek negatief stereotype van mensen met een donkere huidskleur niet meer kunnen opkomen.

Lees verder

"Voorstel van wet van de leden Bosma en De Graaf ter bescherming van de culturele traditie van het sinterklaasfeest (Zwarte Piet-wet) (TK 34078)": Convocatie inbreng verslag Voorstel van wet van de leden Bosma en De Graaf ter bescherming van de culturele traditie van het sinterklaasfeest (Zwarte Piet-wet) (TK 34078) d.d. 18 februari 2016(PDF)

Te behandelen: 34078 Initiatiefwetgeving d.d. 13 november 2014 - M. Bosma, Tweede KamerlidVoorstel van wet van de leden Bosma en De Graaf ter bescherming van de culturele traditie van het sinterklaasfeest (Zwarte Piet-wet)

Wil je iets kwijt over dit onderwerp?