Toegelicht

Zwangere vrouwen onbekend met hun rechten op de werkvloer

2 juli 2019 - Laatste update 3 juli 2019

Uit een online peiling van 24Baby.nl onder bijna 2.500 vrouwen blijkt dat zwangere vrouwen hun rechten bij het werk rondom de zwangerschap niet goed kennen. Volgens het online platform is 90 procent van de vrouwen niet goed op de hoogte van hun rechten en wordt 83 procent er ook niet over geïnformeerd door hun werkgever. Dit sluit aan bij de bevindingen uit het onderzoek naar zwangerschapsdiscriminatie dat het College in 2016 uitvoerde, en bij de vragen en meldingen die het College hierover dagelijks ontvangt. 

Zwangere vrouw achter een computer

Wat speelt er?

Informatieplatform 24Baby.nl enquêteerde 2.463 zwangere vrouwen met een baan om zicht te krijgen op hun kennis van hun rechten en hun ervaringen in hun bedrijf. De uitkomsten vielen niet mee. Het merendeel van de vrouwen (90 procent) kent hun rechten niet en wordt niet geïnformeerd door hun werkgever (83 procent). Vrouwen voelen zich bezwaard om hun werkgever daarop aan te spreken, volgens het platform. Om het gesprek tussen werkneemster en werkgever te ondersteunen, ontwikkelde 24Baby een speciale checklist voor zwangere vrouwen.

Zwangerschapsdiscriminatie

Uit eerder onderzoek van het College uit 2016 komt naar voren dat 43 procent van de werkende of werkzoekende vrouwen ervaringen heeft die duiden op zwangerschapsdiscriminatie. Het gaat daarbij om het benadelen van een werkneemster omdat ze zwanger is of net moeder is geworden. Bijvoorbeeld door haar contract niet te verlengen, of haar af te wijzen bij een sollicitatie vanwege de zwangerschap. Maar het kan ook gaan om het benadelen bij arbeidsvoorwaarden als verlofregelingen en promotie. Zwangerschapsdiscriminatie is één van de meest gemelde vormen van discriminatie bij het College: in 2018 ontving het College 449 vragen en meldingen hierover, dat is 10 procent van alle mailtjes en telefoontjes die bij het College binnenkomen.

Ook uit het onderzoek uit 2016 bleek al dat de mate waarin vrouwen zich verdiepen in hun rechten en plichten gering is. Vrouwen uit het onderzoek die situaties hebben meegemaakt die duiden op zwangerschapsdiscriminatie, wisten deze dan ook lang niet altijd te herkennen en te benoemen als discriminatie. Met name de regels rondom verlof waren toen niet goed bekend. Zo wist 70 procent van de ondervraagden niet dat het niet toegestaan is om een zwangere vrouw voor een tijdelijke baan af te wijzen, omdat zij afwezig zou zijn vanwege zwangerschap.

Vrouwen hebben vaak ten onrechte veel begrip voor hun werkgever dat hun zwangerschap lastig kan zijn. De rechten voor zwangere vrouwen zijn echter zeer goed beschermd, zoals in de gelijkebehandelingswetgeving, maar bijvoorbeeld ook het recht om de verloskundige of gynaecoloog te bezoeken onder betaalde werktijd. Ook zijn werkgevers niet altijd goed op de hoogte van de regels. Zo bieden de nodige werkgevers vrouwen (nieuwe) contracten aan die pas na hun zwangerschaps- en bevallingsverlof ingaan. Dit is ook een vorm van zwangerschapsdiscriminatie. 

Wat heeft dit met mensenrechten te maken?

Discriminatie op het werk vanwege zwangerschap is nog steeds een groot, hardnekkig probleem in Nederland. Werkgevers mogen vrouwen niet weigeren voor een baan of benadelen op de werkvloer omdat zij zwanger zijn of jonge kinderen hebben. Het onderzoek uit 2016 toonde echter dat de aard en omvang van discriminatie wegens zwangerschap in Nederland niet is afgenomen; in het voorgaande onderzoek uit 2012 was het percentage werk(zoek)ende vrouwen met een vermoedelijke zwangerschapsdiscriminatie-ervaring namelijk ook al 45 procent. Vanwege het ontbreken van echte verbetering, blijft het College aansporen om dit aan te pakken met doelgerichte, duurzame maatregelen.

Slechts een klein deel van de vrouwen die zwangerschapsdiscriminatie meemaakt, doet hier ook melding van. Dit komt deels omdat niet elke vrouw weet wat wel en niet mag. Maar ook vrouwen die dit wel weten, melden vaak niet. Zij doen dit vaak niet omdat ze denken dat het weinig zin heeft.

Wat kun je zelf doen

Mensen kunnen bij het College voor de Rechten van de Mens vragen stellen of een melding doen over zwangerschapsdiscriminatie. Ook kan men een verzoek om een oordeel indienen. Zwangerschapsdiscriminatie valt hierbij onder discriminatie op basis van geslacht, omdat alleen vrouwen zwanger kunnen worden. Het College bekijkt de klacht en zal bepalen of er inderdaad sprake is van discriminatie. Dat gebeurt in een zitting. In 2018 ontving het College 64 verzoeken om een oordeel waarbij de verzoekster stelde dat er sprake was van zwangerschapsdiscriminatie. Dat is één op de acht van alle verzoeken om een oordeel.

Eerder schreef het College een Toegelicht over een verzoeker die in een zwangerschapszaak door het College in het gelijk werd gesteld, waarna zij vervolgens door de rechtbank een schadevergoeding van 37 duizend euro kreeg toegekend.