Toegelicht

Is homoseksualiteit een asielgrond?

20 november 2013 - Laatste update 26 januari 2016

Op 7 november 2013 deed het Europees Hof van Justitie in Luxemburg uitspraak over het verzoek van Nederland om uitleg van een Europese richtlijn uit 2004.

Is homoseksualiteit een asielgrond?

Wat speelt er?

Aanleiding hiervoor waren asielaanvragen van drie homoseksuele mannen uit Sierra Leone, Oeganda en Senegal. Zij vrezen voor vervolging in hun land van herkomst vanwege hun homoseksualiteit. In alle drie de landen vormen homoseksuele handelingen strafbare feiten die kunnen leiden tot zware boetes tot (soms levenslange) gevangenisstraf.

Het VN Vluchtelingenverdrag uit 1951 vormt de juridische basis om te beoordelen of iemand vluchteling is en voor asiel in aanmerking komt. Volgens de Europese richtlijn, die naar de bepalingen van het Vluchtelingenverdrag verwijst, kan iemand met een gegronde vrees voor vervolging vanwege het behoren tot een bepaalde sociale groep, aanspraak maken op de vluchtelingenstatus. De daden van vervolging moeten zo ernstig van aard zijn of zo vaak voorkomen dat zij een ernstige schending van de grondrechten van de mens vormen. Wat een ‘sociale groep’ is, staat niet met zoveel woorden in de richtlijn. In zulke gevallen kan de Nederlandse rechter die de richtlijn moet toepassen, het Europees Hof van Justitie concreet vragen de richtlijn uit te leggen. De Nederlandse rechter stelde op 27 april 2012 de volgende vragen aan het Europees Hof van Justitie over de uitleg van de richtlijn:

  • Zijn homoseksuelen een specifieke sociale groep in de zin van de richtlijn?
  • Hoe moeten nationale autoriteiten nagaan wat binnen deze context een daad van vervolging ten aanzien van homoseksuele activiteiten vormt?
  • Is er sprake van vervolging als homoseksuele activiteiten strafbaar zijn gesteld, met de mogelijkheid van oplegging van gevangenisstraf?

Uitspraak Europees Hof van Justitie

Het Hof bepaalde dat ‘het bestaan van strafrechtelijke bepalingen die specifiek tegen homoseksuelen zijn gericht, de vaststelling rechtvaardigt dat homoseksuelen moeten worden geacht een specifieke sociale groep te vormen.’ Maar dat het enkele bestaan van een strafbaarstelling van homoseksuele handelingen geen daad van vervolging vormt. Dat is anders als er daadwerkelijk een gevangenisstraf voor homoseksuele handelingen wordt opgelegd en uitgevoerd, omdat dit een onevenredige of discriminerende bestraffing is en dus een daad van vervolging vormt.

Daarom moet Nederland bij de beoordeling van de asielverzoeken de situatie van de asielzoeker en de situatie in het land van herkomst op individuele basis onderzoeken. Daarbij mag volgens het Hof redelijkerwijs niet worden verwacht dat de asielzoeker ‘ter vermijding van het risico van vervolging, in zijn land van herkomst zijn homoseksualiteit geheim houdt of zich bij de invulling van die seksuele gerichtheid terughoudend opstelt.’

Staatssecretaris Teeven heeft laten weten dat het Nederlandse asielbeleid in lijn is met de uitspraak van het Hof.

Mensenrechten

In artikel 1 A, lid 2, van het VN Vluchtelingenverdrag is bepaald dat een persoon die een gegronde vrees heeft voor vervolging wegens het behoren tot een bepaalde sociale groep, als vluchteling wordt aangemerkt en bescherming verdient. Deze persoon krijgt dan bescherming omdat hij als onderdeel van een sociale groep wordt vervolgd in zijn land van herkomst. Uit artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) wordt afgeleid dat uitzetting van een asielzoeker naar zijn land van herkomst verboden is als deze daar een reëel risico loopt op folteringen of onmenselijke, vernederende behandelingen of bestraffingen.

Daarnaast bepaalt het EVRM in artikel 8, dat ieder persoon het recht heeft op eerbiediging van zijn of haar privé, familie- en gezinsleven. Onder privéleven wordt ook het seksleven van een persoon verstaan. Artikel 14 EVRM geldt als het verbod van discriminatie. Onderscheid op welke grond ook, zoals geslacht, ras, kleur, taal, godsdienst, politieke of andere mening, het behoren tot een nationale minderheid, geboorte of andere status, is verboden.

In artikel 1 van de Grondwet is vastgelegd dat iedereen in Nederland recht heeft op een gelijke behandeling. Volgens de Nederlandse Grondwet is discriminatie verboden op grond van hetero- of homoseksuele geaardheid.

In de media

Datum

Titel artikel Bron
07-11-2013Homouitspraak in lijn met beleid NOS
07-11-2013Hof homoseksualiteit is asielgrond NOS
11-07-2013Advies vluchtelingenstatus homo's NOS
21-03-2013RVS stelt vragen bij homotest NOS

Wil je iets kwijt over dit onderwerp?