Toegelicht

Demonstraties – geen kinderspel

21 november 2016 - Laatste update 21 november 2016

Wat speelt er?Sinds een aantal jaren is er een brede maatschappelijke discussie over het Sinterklaasfeest in Nederland. Vooral over het uiterlijk van Zwarte Piet. De gemoederen lopen hierbij vaak hoog op. Voor- en tegenstanders geven op verschillende wijze uiting aan hun mening via radio- en tv, kranten, sociale media, in persoonlijke gesprekken en ook via demonstraties.

Demonstraties – geen kinderspel

Op 12 november 2016 vond de nationale intocht van Sinterklaas plaats in Maassluis. De burgemeester stelde, in samenspraak met de politie en het Openbaar Ministerie, een aantal beperkingen aan demonstraties. Deze mochten bijvoorbeeld alleen op een aangewezen plaats gehouden worden om te voorkomen dat voor- en tegenstanders elkaar in de haren zouden vliegen. en om ervoor te zorgen dat de bezoekers van de intocht geen gevaar zouden lopen. In Maassluis was ook een noodverordening van kracht om de politie sneller en doelmatiger te kunnen laten optreden bij ongeregeldheden.

In het centrum van Rotterdam verbood de burgemeester demonstraties in verband met de intocht van Sinterklaas tussen 6 uur ’s ochtends en 18 uur ’s avonds om veiligheidsredenen. Daarnaast vaardigde ook hij een noodbevel af zodat mensen die zich niet aan de regels hielden makkelijker door de politie weggestuurd, verwijderd of opgepakt konden worden.

Op zaterdag 12 november zijn anti-Zwarte Pietdemonstranten in Rotterdam door de politie verhinderd te demonstreren en zijn er ongeveer 200 mensen aangehouden.. De meesten zijn in de loop van de dag weer vrijgelaten. Over de omstandigheden loopt de berichtgeving uiteen. De burgemeester van Rotterdam stelt dat de maatregelen en het politieoptreden noodzakelijk waren vanwege serieuze meldingen van onder andere de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD). De gemeente beweert dat de demonstranten aangaven in Maassluis te demonstreren maar uiteindelijk in Rotterdam terecht kwamen. De actievoerders zeggen dat hun bus in Rotterdam was tegengehouden en dat zij niet naar Maassluis konden doorrijden. Het was hun niet duidelijk dat er in Rotterdam een noodbevel met een demonstratieverbod was uitgevaardigd. Ook wordt de politie beschuldigd van disproportioneel gewelddadig optreden.

Wat heeft dit met mensenrechten te maken?

Het recht om je mening te vormen en te uiten, alleen of gemeenschappelijk met anderen in een betoging, is een mensenrecht en een absolute voorwaarde voor een democratische samenleving. Het uitoefen van dit recht kan onrecht aan het licht brengen en biedt iedereen de kans zich kritisch te mengen in politieke en maatschappelijke discussies.

Art. 7 van de Grondwet (GW), art. 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en art. 19 van het Internationaal Verdrag inzake Burger- en Politieke Rechten (IVBPR) leggen het recht op vrijheid van meningsuiting vast. Art. 9 GW, art. 11 EVRM en art. 21 IVBPR leggen het recht tot vergadering en betoging vast.

Demonstratievrijheid

Het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht om te demonstreren vormen een negatieve verplichting voor de staat. Dat betekent dat de staat zich in principe niet mag mengen in vreedzame demonstraties. Een demonstratie mag dus niet zomaar verboden worden of verplaatst worden naar een afgelegen veldje waar niemand je ziet. Tegelijkertijd heeft de staat de positieve verplichting ervoor te zorgen dat de demonstratie vreedzaam verloopt en dat de veiligheid van alle burgers zoveel mogelijk wordt gewaarborgd. Hieronder vallen bijvoorbeeld het regelen van het verkeer, de aanwezigheid van politiebeveiliging en eerste hulpverlening. Vanwege de positieve verplichting zorg te dragen voor de veiligheid van alle burgers, is het recht op demonstratie geen absoluut recht. Dat wil zeggen dat de overheid dit recht onder bepaalde omstandigheden mag beperken. Deze beperkingen zijn echter aan strenge voorwaarden onderhevig en moeten zijn vastgelegd in de wet. In Nederland staat dit in de Grondwet en de Wet openbare manifestaties (Wom) en verder uitgewerkt in lokale Algemene plaatselijke verordeningen (APV).

Noodzakelijk in een democratische samenleving

Volgens het EVRM moeten de beperkingen noodzakelijk zijn in een democratische samenleving in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, voor de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

De Nederlandse Grondwet en de Wom geven als beperkingsgronden:

  1. Bescherming van de gezondheid
  2. Het belang van het verkeer
  3. De bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

Volgens de APV van Rotterdam moeten betogingen voor hun openbare bekendmaking en ten minste 48 uur van te voren schriftelijk aan de burgemeester worden aangemeld. Deze aanmeldingstermijn geeft de burgemeester de mogelijkheid om in overleg met de demonstranten, de politie en andere betrokkenen de nodige maatregelen te treffen en zo aan hun positieve verplichtingen te voldoen. In bijzondere gevallen kan de burgemeester een mondelinge aanvraag binnen de termijn van 48 uur in behandeling nemen. Dit is voornamelijk bedoeld om ruimte te geven aan spontane demonstraties die georganiseerd worden naar aanleiding van onvoorziene, actuele gebeurtenissen. Volgens art. 11 Wom is het houden van of deelnemen aan een betoging waarvoor de vereiste kennisgeving niet is gedaan of waarvoor een verbod is gegeven, een overtreding.

Belangrijk te vermelden is dat het hierbij enkel gaat om een verplichting tot kennisgeving: er is geen vergunning nodig. Wel kan de burgemeester voorschriften en beperkingen stellen of een demonstratie helemaal verbieden, maar slechts om bovengenoemde redenen (art. 5 lid 1 Wom). Een demonstratie mag nooit beperkt of verboden worden vanwege de inhoud van de demonstratie. De burgemeester mag ook geen voorwaarden of beperkingen stellen aan de inhoud van uitingen tijdens een demonstratie. Dit zou namelijk het recht op vrijheid van meningsuiting beperken.

Evenredigheids- of proportionaliteitsbeginsel

Elke beperking van de demonstratievrijheid, zoals een voorschrift, een beperking of verbod moet voldoen aan de toets van de evenredigheid. De zwaarte van de beperkende maatregel moet in verhouding staan met het beoogde belang. Bovendien moet de maatregel relevant en strikt noodzakelijk zijn. De overheid kan bijvoorbeeld geen demonstratie verbieden, omdat de geplande route langs een ziekenhuis of brandweerkazerne loopt en dit mogelijk ambulances of brandweerwagens de weg zou versperren. Een verbod dient dan wel een legitiem doel maar de maatregel is een onevenredige beperking zijn van de demonstratievrijheid. Er zijn minder ingrijpende maatregelen mogelijk, zoals een alternatieve route voorschrijven.

Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, maar ook volgens de principes van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), is een verbod op demonstratie aan zeer strenge eisen van verantwoording onderhevig. Dat geldt zeker ook voor een algemeen demonstratieverbod voor een bepaalde tijd of een bepaalde plaats Daarmee worden namelijk de rechten op vrijheid van meningsuiting en betoging beperkt. In principe moet voor iedere demonstratie afzonderlijk afwegingen worden gemaakt en mag er geen algemeen demonstratieverbod worden afgekondigd. Ook worden staten opgeroepen een zekere mate van tolerantie uit te oefenen ten opzichte van vreedzame demonstraties, zelfs wanneer deze onwettig zijn.

De bescherming van het recht op betoging geldt alleen voor vreedzame demonstraties. Dat wil zeggen voor demonstraties die niet worden georganiseerd met het doel gewelddadig te worden, haat te zaaien of anderszins de fundamenten van de democratische samenleving aan te tasten. De bewijslast voor deze intenties ligt bij de overheid. Individuele demonstranten mogen niet gehinderd worden in hun recht op vrijheid van meningsuiting en betogingmdat een aantal andere demonstranten wel gewelddadig of crimineel gedrag vertoont. Zelfs wanneer de kans op ongeregeldheden bij een openbare demonstratie groot is, door ontwikkelingen buiten de schuld van de organisatoren, blijft het recht op vrijheid van demonstratie bestaan.

In de media

10/11/2016 - Interview burgemeester Edo de Haan - Volkskrant

12/11/2016 - Grootste deel van 200 opgepakte betogers Zwarte Piet weer vrij - Volkskrant

10/11/2016 - Aboutaleb haalt uit naar anti-Zwarte Pietbetogers - RTV Rijnmond

15/11/2016 - Amnesty noemt optreden politie tijdens pietenprotest onrechtmatig - nu.nl

14/11/2016 - Wapperde Aboutaleb bij de intocht Sinterklaas te snel met noodbevel - Trouw

17/11/2016 - Burgemeester Aboutaleb voelt zich misleid door anti-Zwarte Pietdemonstranten; Lars Sorensen & Michiel Pestman reageren - NPO

Wil je iets kwijt over dit onderwerp?