De scheiding van machten is een randvoorwaarde voor een rechtsstaat. Dat betekent dat de macht van de staat is verdeeld over wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende machten. Dat leidt tot evenwicht en een systeem waarin de staatsmachten elkaar controleren, corrigeren en aanvullen.

Bescherming van mensenrechten en de verschillende machten
De scheiding van machten is ook belangrijk voor de bescherming van mensenrechten. Door de macht te spreiden en de staatsmachten elkaar te laten controleren, wordt voorkomen dat te veel macht bij één instantie komt te liggen. Dit helpt willekeur en machtsmisbruik tegen te gaan en zorgt ervoor dat de mensenrechten van burgers beter worden beschermd.
Wetgevende macht
De regering en het parlement maken samen wetten. In een democratische rechtsstaat kunnen mensen via verkiezingen invloed uitoefenen op wie hen in het parlement vertegenwoordigt. Het recht om te stemmen en om deel te nemen aan het bestuur van het land zijn ook mensenrechten. Om een goed geïnformeerde keuze te kunnen maken, zijn onder meer de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vereniging en een vrije en onafhankelijke pers van belang. Mensen moeten toegang hebben tot verschillende en betrouwbare informatie om de politiek en de keuzes van hun vertegenwoordigers kritisch te kunnen volgen.
Overheidsoptreden moet een wettelijke basis hebben, dat wordt ook wel het legaliteitsbeginsel genoemd. Dat is een voorwaarde voor een voorspelbare en transparante overheid. Daarnaast is dit nodig voor het garanderen van het recht op gelijke behandeling en non-discriminatie, het voorkomen van willekeur, en het respecteren en beschermen van fundamentele rechten – ook tussen burgers onderling. De wetgevende macht is daarbij niet onbeperkt. Wetten moeten in overeenstemming zijn met de Grondwet en internationale mensenrechtenverdragen. Zo zorgen we ervoor dat democratische besluitvorming samengaat met de bescherming van mensenrechten, ook van mensen die geen meerderheid vormen.
Er zijn veel wetten die met mensenrechten te maken hebben. Denk aan wetten die vastleggen voor welke vergrijpen de politie iemand mag arresteren, wetten die regelen wanneer de burgemeester het recht op demonstratievrijheid mag inperken, wetgeving over sociale zekerheid en wetgeving die mishandeling strafbaar stelt. Die wettelijke basis is fundamenteel voor de bescherming van mensenrechten.
Uitvoerende macht
De regering is de uitvoerende macht. Ministers sturen de departementen aan die de wetten uitvoeren. Het parlement controleert de regering daarop. Wetgevende en uitvoerende macht zijn in Nederland dus niet helemaal los van elkaar. We spreken dan ook eerder van spreiding van macht dan scheiding van macht. Als de wetgevende en uitvoerende macht in dezelfde handen zouden zijn, zou een dictatoriale wetgever zijn wetten kunnen uitvoeren zonder controle van de volksvertegenwoordiging.
Bevoegdheden die onder verantwoordelijkheid van de regering worden uitgeoefend, zoals de politie, de belastingdienst en uitkeringsinstanties, moeten bij wet zijn vastgelegd, evenals de procedures waaraan zij zich moeten houden. Deze instanties hebben ook een eigen verantwoordelijkheid om mensenrechten te beschermen. Zo moeten zij regels en werkwijzen opstellen die ervoor zorgen dat zij in de uitoefening van hun taken geen inbreuken op mensenrechten maken. Ook moeten zij rekening houden met de gevolgen van hun handelen voor mensenrechten en maatregelen nemen om schendingen te voorkomen.
Rechterlijke macht
De rechter is onafhankelijk van het parlement en de regering. De rechter heeft onder meer als taak om te beoordelen of de overheid zich aan de wet houdt en of lagere regels passen binnen de hogere regels. Met hogere en lagere regels wordt bedoeld dat sommige regels boven andere regels staan. Een lagere regel mag niet in strijd zijn met een hogere regel. Zo staat de Grondwet boven gewone wetten. In Nederland mag de rechter wetten daarom niet aan de Grondwet toetsen. Het College is voorstander van het mogelijk maken van constitutionele toetsing door de rechter, omdat dit de rechtsbescherming van mensen ten opzichte van de overheid kan versterken.
Bij de beoordeling van overheidsoptreden kijkt de rechter mede naar nationale en internationale mensenrechtennormen en legt hij de wet en verdragsbepalingen uit. Daarbij kijkt de rechter naar de tekst en de bedoeling van de wet en internationale verdragen. Ook houdt de rechter rekening met de uitleg die hogere rechters en internationale instanties aan deze regels hebben gegeven. De rechter kan tot de conclusie komen dat de overheid niet genoeg heeft gedaan om mensenrechten te beschermen. Het hangt dan van de precieze omstandigheden af wat er daarna gebeurt. In sommige gevallen kan de rechter bepalen dat een schending van een recht aanleiding geeft tot het betalen van compensatie. In andere gevallen moet de uitvoerende macht andere werkwijzen gaan ontwikkelen om toekomstige schendingen te voorkomen. Soms is het nodig dat de wetgever de wet aanpast om de schending ongedaan te maken.
Voor het controleren of de overheid de mensenrechten naleeft, is het recht op toegang tot de rechter onmisbaar. Toegang tot de rechter betekent niet alleen dat mensen formeel een zaak aan de rechter kunnen voorleggen. Ook toegang tot juridische hulp en ondersteuning is belangrijk om daadwerkelijk voor je rechten te kunnen opkomen. De rechter toetst het handelen van de overheid aan de rechten en verplichtingen die de staat op zich heeft genomen. De rechter kan ook onderzoeken of de overheid iets heeft nagelaten waar een handeling vereist was. Vanuit rechtsstatelijk oogpunt en vanuit het oogpunt van rechtsbescherming is de onafhankelijkheid van de rechter van groot belang. De rechter mag niet worden beïnvloed door de politiek en niet onder druk gezet worden door de uitvoerende macht. Het is aan de rechter om te beoordelen of de uitvoerende macht, zoals de politie of een uitkeringsinstantie, zich aan de wet heeft gehouden.