Hoe gender(on)gelijk is Nederland? Het recht op toegang tot abortus

De mogelijkheid om te kiezen voor abortus staat wereldwijd ter discussie. Bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, waar het Amerikaanse Hooggerechtshof op 24 juni 2022 bepaalde dat er geen grondwettelijk recht op abortus meer bestaat. Ook in Nederland groeit de anti-abortusbeweging. Het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen* staat daarmee onder druk. Tegelijkertijd zijn er ook positieve ontwikkelingen.

Twee handen houden een zwangerschapstest vast
Een positieve zwangerschapstest

* In de specifieke context van abortus spreek het College van vrouwen, en niet van personen die zwanger kunnen raken of een andere meer genderinclusieve term. Daarmee sluit het College aan bij de bewoordingen van de Wet afbreking zwangerschap en internationale verdragen. Het College benadrukt echter dat de Wet afbreking zwangerschap in feite betrekking heeft op iedereen die zwanger kan raken, dus ook op trans mannen of non-binaire personen met een baarmoeder.

De Nederlandse abortuswetgeving

In Nederland heeft elke vrouw het recht een zwangerschap af te breken. Bij die keuze staat vrijwilligheid centraal. De vrouw hoeft geen redenen op te geven waarom zij haar zwangerschap wil afbreken. Artsen hebben een verantwoordelijkheid om vast te stellen dat die beslissing in volledige vrijwilligheid is genomen. Toch blijkt uit de wet niet direct dat abortus een recht is in Nederland. In het Wetboek van Strafrecht staat namelijk dat degene die een vrouw helpt bij het beëindigen van een zwangerschap strafbaar is. Dat is alleen anders als de zwangerschapsafbreking plaatsvindt door een arts in een ziekenhuis of kliniek die bevoegd is op grond van de Wet afbreking zwangerschap (Wafz). Deze wet regelt sinds 1984 de abortushulpverlening in Nederland.

Recente ontwikkelingen

De afgelopen tijd heeft er een aantal ontwikkelingen plaatsgevonden rond de abortuswetgeving. Zo heeft de Eerste Kamer op 21 juni 2022 een initiatiefwetsvoorstel aangenomen om de verplichte vijf dagen bedenktijd uit de wet te halen. Na invoering van de wijziging beslissen de vrouw en de behandeld arts samen of een beraadtermijn nodig is, en zo ja, hoe lang. Dat kan dan vijf dagen zijn, maar ook korter of langer. Verder heeft de Eerste Kamer in december 2022 een initiatiefwetsvoorstel aangenomen dat het voor alle huisartsen mogelijk maakt om de abortuspil te verstrekken. Beide ontwikkelingen verbeteren de toegang tot abortus en zijn daarmee een stap vooruit voor het recht van vrouwen op zelfbeschikking. Het schrappen van de verplichte beraadtermijn erkent dat zij al hebben nagedacht voordat zij zich bij een arts melden en zelf weloverwogen besluiten kunnen nemen.

Tegelijkertijd is volgens de huidige wetgeving het afbreken van een zwangerschap dus nog altijd strafbaar, tenzij dit gebeurt in een ziekenhuis of kliniek met een vergunning. Hiermee wilde de wetgever indertijd een balans vinden tussen de bescherming van het ongeboren leven en de hulpverlening aan vrouwen die onbedoeld zwanger zijn. Het gevolg is dat abortus niet gelijkgesteld is aan andere medische ingrepen. In de praktijk lijkt dat niet te leiden tot problemen met de toegang tot abortus. Toch groeit de roep om abortus uit het Wetboek van Strafrecht te halen, zodat het recht van vrouwen om over hun eigen lichaam te beslissen het uitgangspunt zal zijn. GroenLinks heeft een initiatiefwetsvoorstel ingediend om dit te regelen.

Vrouwen dwingen een ongewenste zwangerschap uit te dragen is in strijd met hun mensenrechten. Dit geldt ook voor het dwingen van vrouwen hun zwangerschap af te breken.

Gendergelijkheid 

Dat veel mensen vinden dat ze mogen oordelen over het recht van vrouwen over hun lichaam te beschikken is een uitdrukking van genderongelijkheid. Tegelijk houden de beperkingen op het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen genderongelijkheid in stand. Als vrouwen niet zelf over hun geboorteplanning kunnen beslissen, heeft dat gevolgen op veel andere terreinen van hun leven, zoals onderwijs en arbeid. Deze gevolgen zijn nog groter voor vrouwen en gezinnen met een lagere sociaaleconomische status. Toegang tot abortus is dus ook een kwestie van gelijkheid: het leidt tot grotere gelijkheid tussen mannen en vrouwen, maar ook tussen vrouwen en gezinnen uit hogere en lagere sociaaleconomische lagen van de samenleving. 

Vrouwen dwingen een ongewenste zwangerschap uit te dragen is in strijd met hun mensenrechten. Dit geldt overigens ook voor het dwingen van vrouwen hun zwangerschap af te breken. Deze keuzevrijheid en dit zelfbeschikkingsrecht is dan ook een voorwaarde voor het bereiken van gendergelijkheid.

Toegang tot veilige en legale abortus

Het recht op abortus vinden we niet met zoveel woorden terug in internationale verdragen, wel het recht van vrouwen om zelf te beslissen over geboorteplanning. Internationale toezichthouders op mensenrechten sporen staten aan de toegang tot veilige en legale abortus te garanderen. Illegale abortussen leiden wereldwijd tot veel sterfte van vrouwen en ernstige gezondheidsproblemen. Uit onderzoek blijkt bovendien dat een verbod op abortus niet leidt tot minder abortussen, maar wel tot minder veilige abortussen. Het verbieden van abortus vormt dus een bedreiging voor het recht van vrouwen op leven en hun recht op gezondheid. Het vormt daarnaast een inbreuk op het recht van vrouwen om keuzes te maken over hun eigen lijf en leven, wat onderdeel vormt van het recht op de persoonlijke levenssfeer.

Toegang tot abortus ook in Nederland onder druk

Het recht op toegang tot abortus staat in Nederland op verschillende manieren onder druk. Zo ondervinden vrouwen die een abortuskliniek willen binnengaan vaak hinder en/of intimidatie van demonstranten die tegen abortus zijn (hierover schreef het College eerder een Toegelicht: Bufferzones bij abortusklinieken. Op 31 mei 2022 nam de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa een resolutie aan met een oproep aan staten om hinder en intimidatie bij abortusklinieken tegen te gaan, te zorgen voor betrouwbare informatie over abortus, en de verspreiding van desinformatie over abortus door anti-abortusgroepen tegen te gaan. 

Daarnaast is de toegankelijkheid en betaalbaarheid van abortuszorg in Nederland een aandachtspunt. Abortus wordt gefinancierd vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz). Dat houdt in dat alleen personen die verzekerbaar zijn onder de Wlz de behandeling vergoed kunnen krijgen. Dat zijn personen die legaal en permanent in Nederland wonen. Dat betekent dat verschillende groepen zoals niet-werkende vrouwen met een visum, van wie de partners een werkvisum hebben, internationale studenten en ongedocumenteerde vrouwen geen vergoeding krijgen voor abortushulpverlening. In de laatste groep bevinden zich veel slachtoffers van mensenhandel, die op dit moment dus zelf voor de kosten moeten opdraaien als zij ongewenst zwanger raken. In juni 2022 hebben verschillende organisaties een brief gestuurd aan minister Kuipers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport waarin zij aandacht vragen voor dit probleem. Zij vragen de minister om jaarlijks een toereikend bedrag beschikbaar te stellen zodat de toegang tot abortuszorg voor alle vrouwen die tijdelijk of permanent in Nederland gegarandeerd is. Het College onderstreept het belang van goed toegankelijke en betaalbare abortuszorg voor alle vrouwen in Nederland.

Serie: Hoe gender(on)gelijk is Nederland?

Op Internationale Vrouwendag (8 maart) startte het College met de serie ‘Hoe gender(on)gelijk is Nederland?’ waarin het een jaar lang elke maand een probleem belicht dat de mensenrechten van vrouwen onder druk zet. Dit was het zevende deel over het recht op toegang tot abortus. 

Lees ook de voorgaande artikelen: 

  1. Seksuele intimidatie en mensenrechten 
  2. Cybergeweld: Online geweld tegen vrouwen
  3. Doorstroom op het werk: Vrouwen in leidinggevende functies 
  4. Het ‘familiedrama’, waarin de vrouw bijna altijd slachtoffer is: femicide 
  5. Politieke participatie van vrouwen: Hoe gender(on)gelijk is de Nederlandse politiek?
  6. Hoe gender(on)gelijk is Nederland internationaal gezien?