Racisme en intolerantie in Nederland

15 oktober 2013 - Laatste update 27 januari 2016

Op 15 oktober heeft de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) van de Raad van Europa zijn monitoringsrapportage over Nederland gepubliceerd. ECRI is een groep van experts die de situatie op het gebied van racisme, intolerantie en discriminatie monitort in de lidstaten van de Raad van Europa. In het rapport geeft ECRI een beeld van de situatie inzake racisme en intolerantie in Nederland en worden aanbevelingen gedaan om die situatie te verbeteren.

Racisme en intolerantie in Nederland

Aanbevelingen

ECRI heeft op verschillende terreinen gekeken hoe Nederland eerdere aanbevelingen van hen heeft opgepakt. Zo hebben ze gekeken naar het publieke debat over racisme, maar ook naar discriminatie op het gebied van onderwijs, werkgelegenheid en huisvesting. Op het gebied van werkgelegenheid wijst ECRI op het belang om aandacht te hebben voor kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. Over de rol van stereotypering bij toegang tot de arbeid, waardoor kwetsbare groepen benadeeld kunnen worden, heeft College eerder dit jaar een literatuurstudie gepubliceerd.

In de rapportage schetst ECRI de problematiek rondom arbeidsmigranten uit andere delen van Europa. Deze problematiek herkent het College en speelt ook een belangrijke rol in een recent rapport van het College over Poolse arbeidsmigranten in mensenrechtenperspectief. Waar de ECRI voornamelijk aandacht heeft voor de problemen van Poolse uitzendmigranten, wijst het College erop dat de problematiek breder onder de Poolse arbeidsmigranten speelt. Net als het College beveelt de ECRI de Inspectie SZW aan om beter te controleren of de werkgever preventief beleid heeft om discriminatie op de werkvloer tegen te gaan. Werkgevers zijn wettelijk verplicht een dergelijk beleid te hebben.

De Roma- en Sinti-gemeenschappen komen ook aan bod in de rapportage van ECRI. ECRI benadrukt dat het belangrijk is dat de lidstaten een inclusiestrategie formuleren, in plaats van een strategie waarbij voornamelijk oog is voor de problemen die deze groep veroorzaakt. Niet alleen de ECRI maar ook de Europese Unie heeft van alle lidstaten, inclusief Nederland, gevraagd om een strategie te ontwikkelen voor de inclusie van Roma. In reactie daarop heeft Nederland een brief geschreven waarin de aandacht voornamelijk uitging naar het tegengaan van schooluitval en criminaliteit. Van een omvattende inclusiestrategie is daarmee nog geen sprake.

Ook besteedt ECRI aandacht aan de bewoners van de Nederlandse Antillen (Aruba, Curaçao en Sint Maarten). ECRI wijst op het initatiefwetsvoorstel dat aparte vestigingseisen voor hen introduceert. Dit initiatiefwetsvoorstel heeft ook de aandacht van het College. Voorkomen dient te worden dat een dergelijk wetsvoorstel discriminatie op grond van nationaliteit oplevert.

ECRI heeft in zijn rapport ook aandacht voor het College. Er wordt ingegaan op de totstandkoming van het College voor de Rechten van de Mens en de rol van zijn voorganger, de Commissie Gelijke Behandeling. Daarbij heeft ECRI specifiek aandacht voor de oordelende taak van het College. ECRI merkt op dat maar weinig discriminatiezaken voor de rechter komen. ECRI beveelt het College aan meer gebruik te maken van zijn bevoegdheid om zelf zaken voor de rechter te brengen bij vermeende schending van het discriminatieverbod, zodat onder meer de rechter financiële compensatie kan toekennen voor schade als gevolg van discriminatie. Een bevoegdheid die het College niet heeft. Het College onderstreept het belang van een rechtsgang voor slachtoffers om op die wijze financiële compensatie te krijgen. Slachtoffers van discriminatie kunnen echter zelf die stap zetten. Zij zijn daarvoor niet afhankelijk of het College hun zaak aan de rechter voorlegt.

Tussentijds vervolgonderzoek

Ten slotte vraagt ECRI of de Nederlandse autoriteiten binnen twee jaar willen werken aan drie specifieke aanbevelingen. Ten eerste is dat de aanbeveling om een wetsbepaling in het Wetboek van Strafrecht in te voeren die racistische motieven expliciet tot een aparte strafverzwarende omstandigheid maakt. Ten tweede vraagt ECRI om een nationale strategie te ontwikkelen tegen racisme en rassendiscriminatie. Ten slotte adviseert ECRI een vergunningenstelsel voor uitzendbureaus in te voeren en regelmatige inspecties uit te voeren, om uitbuiting van buitenlandse uitzendkrachten in Nederland aan te pakken. ECRI doet na twee jaar tussentijds vervolgonderzoek om te achterhalen wat de Nederlandse autoriteiten met deze drie aanbevelingen hebben gedaan.