Discriminatie van mannelijke hulp in de thuiszorg

11 juni 2014 - Laatste update 27 januari 2016

Sommige thuiszorgcliënten willen liever een vrouw in plaats van een man als hulp in het huishouden. Thuiszorgorganisatie Mosae in Maastricht houdt rekening met deze wens. Dit heeft tot gevolg dat een mannelijke huishoudelijke hulp minder wordt ingeroosterd. Het College oordeelt dat dit verboden onderscheid is op grond van geslacht.

Discriminatie van mannelijke hulp in de thuiszorg

Een man is in dienst getreden bij de thuiszorgorganisatie als huishoudelijke hulp op basis van een 0-urencontract voor zes maanden. De functie van de man bevat alleen huishoudelijke taken, met name schoonmaken. Het gaat niet om persoonlijke of lichamelijke verzorging van cliënten. Na verloop van tijd wordt hij steeds minder ingeroosterd. Sommige cliënten willen liever een vrouwelijke hulp in het huishouden. De thuiszorgorganisatie houdt rekening met die wens en zet bij die cliënten over het algemeen geen mannelijke medewerker in. De man zegt dat hij daarom nog amper wordt ingezet.

Mosae erkent dat de man minder is ingeroosterd, omdat een aantal cliënten een vrouwelijke huishoudelijke hulp wilden. Er is tegemoet gekomen aan hun wens. Dit had volgens de thuiszorgorganisatie achteraf niet mogen gebeuren.

De man meent ook dat zijn arbeidsovereenkomst na zes maanden niet is verlengd, omdat er voor hem als mannelijke huishoudelijke hulp minder werk is. Mosae honoreert immers steeds de wens van cliënten om een vrouwelijke hulp te krijgen. Het College vermoedt dat de verminderde inroostering, in combinatie met het feit dat de arbeidsovereenkomst van twee andere werknemers wel is verlengd, dat de arbeidsovereenkomst van de man niet is verlengd vanwege zijn geslacht. De thuiszorgorganisatie heeft niet bewezen dat het geslacht van de man geen rol heeft gespeeld bij het besluit zijn contract niet te verlengen.

Lees de samenvatting en het volledige oordeel (2014-69)