CERD-comité maakt aanbevelingen openbaar

28 augustus 2015 - Laatste update 27 januari 2016

Anderhalve week geleden sprak het VN-comité inzake de uitbanning van rassendiscriminatie met de overheid over de bestrijding van rassendiscriminatie in Nederland. Op basis van dat gesprek stelde het comité een reeks aanbevelingen op die het vandaag presenteerde. De aanbevelingen geven een mooi beeld van de problematiek rond rassendiscriminatie in Nederland en de benodigde maatregelen. De aanbevelingen gaan over de vele verschillende vormen van rassendiscriminatie. Denk aan mensen van niet-westerse afkomst die een kleinere kans hebben op een baan, meisjes met een hoofddoek die geen stageplaats vinden, horecadiscriminatie en etnische profilering. Eerder liet het College al weten dat de overheid te weinig doet om discriminatie aan te pakken en de verantwoordelijkheid teveel bij de burger zelf legt.

CERD-comité maakt aanbevelingen openbaar

Wat is het probleem?

Het is nodig dat Nederland erkent dat rassendiscriminatie veel vaker voorkomt dan mensen denken, dat het schadelijker is dan men zich bewust is, en vooral dat het een structureel fenomeen is. Mensen die discriminatie ervaren kunnen hierover klagen of aangifte doen. Dat neemt niet weg dat discriminatie dan al heeft plaatsgevonden, en dat is kwalijk. Juist dat moet de overheid voorkomen.

Er zijn inmiddels wel diverse maatregelen getroffen om de kansen van mensen in een achterstandspositie op een baan te vergroten. Dat is goed, maar niet genoeg. Het doet namelijk niets aan de andere kant van het verhaal: er bestaat discriminatie. Een gelijke uitgangspositie creëert nog geen gelijke kansen. Ook de oproep van de overheid om discriminatie te melden is uiteraard nuttig in de bestrijding daarvan, maar kan alleen slagen als er voldoende vertrouwen bestaat dat de melding ook leidt tot actie. Dat vertrouwen is er onvoldoende.

Wat moet de overheid dan meer doen?

De overheid moet allereerst erkennen dat zij, en niet de burger, primair verantwoordelijk is om rassendiscriminatie tegen te gaan. Daarnaast moet zij meer doen om rassendiscriminatie te voorkomen en te bestrijden. Zij moet actief uitdragen dat rassendiscriminatie te allen tijde onacceptabel is, ook in het publieke debat. Ook is een grotere bewustwording nodig. Dat betekent inzicht bieden in wat rassendiscriminatie is, en dat het ook in onschuldig bedoelde handelingen kan zitten. De oorzaak van rassendiscriminatie ligt vaak in de stereotiepe opvattingen en vooroordelen die iedereen heeft. Dat onderkennen is een noodzakelijke voorwaarde om ervoor te zorgen dat stereotypen geen rol spelen. Denk aan werving en selectie en mensen staande houden op straat. Een structurele verandering vraagt om training van beroepsgroepen, zoals leerkrachten, politie en ambtenaren.

Lees de aanbevelingen van het VN-comité inzake de uitbanning van rassendiscriminatie (2015)