Bussen en metro’s toegankelijk voor personen met een beperking

9 mei 2012 - Laatste update 10 oktober 2016

Met ingang van 9 mei 2012 moeten bussen en metro's in Nederland toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. Dit is vastgelegd in gewijzigde Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ). Hiermee krijgt de gelijke behandeling van mensen met een functiebeperking steeds meer vorm. Het College gaat discriminatieklachten over ontoegankelijke bussen en metro's beoordelen.

Bussen en metro’s toegankelijk voor personen met een beperking

Het toegankelijk maken van bussen en metro's is het eerste onderdeel van het toegankelijk maken van alle openbaar vervoer. De nieuwe regels gelden voor bussen in het stads- en streekvervoer. Ook de trams van Randstadrail, Sneltram Utrecht-Nieuwegein en de stadstrams in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag moeten toegankelijk zijn. Mensen die vinden dat ze ongelijk behandeld worden omdat een bus of tram toch niet bruikbaar is, kunnen aan het College vragen om dat te onderzoeken. Meer informatie over een oordelen-procedure.

De afgelopen jaren zijn bussen, bushaltes, treinen, stations, trams en metro's toegankelijker geworden. Toch zijn voor reizigers met een functiebeperking veel onderdelen van het openbaar vervoer nog niet aangepast. Reizigers met een rolstoel kunnen bijvoorbeeld niet overal zelfstandig vanaf het perron een trein, tram of bus inkomen. En reisinformatie bereikt veel mensen met een gehoor- of gezichtsbeperking niet. Omdat het gaat om veel voorzieningen, die soms lang meegaan of waarvan aanpassing ingrijpend is, heeft de overheid gekozen voor een invoering in termijnen tot 2030. Dit betekent dat niet alle perrons, bushaltes of andere voorzieningen direct toegankelijk zijn. De uitgebreide regels maken duidelijk welke voorzieningen wanneer toegankelijk moeten zijn.

Meer informatie kunt u vinden in het dossier 'toegankelijk OV'.