Op 12 juni 2026 is het Migratie- en asielpact (hierna: migratiepact) in werking getreden. 100 dagen later staat het College stil bij de uitvoering ervan in Nederland en doet het aanbevelingen om rechten van mensen op de vlucht te beschermen. De invoering van het migratiepact betekent een ingrijpende wijziging van het Europese en Nederlandse asiel- en migratiebeleid. Hoewel het pact meer grip en een efficiëntere uitvoering wil bieden, bestaat het risico dat maatregelen in de praktijk onvoorziene of nadelige gevolgen hebben voor mensen die bescherming zoeken. Wat hebben we de afgelopen 100 dagen gezien?

Mogelijke knelpunten voor mensenrechten

Het College ziet op verschillende niveaus risico’s als het gaat om mensenrechten sinds de invoering van de nieuwe asiel- en migratieregels. Op Europees niveau heeft de situatie in Ceuta laten zien dat solidariteit tussen lidstaten op het gebied van migratie nog altijd onder druk staat. Lidstaten verkeren geografisch in heel verschillende situaties en staan voor uiteenlopende uitdagingen. Ook gaan zij verschillend om met de verantwoordelijkheid voor opvang en grensbeheer. Daardoor zijn de lasten van migratie niet altijd evenredig verdeeld. Dit kan ertoe leiden dat mensen op de vlucht niet overal dezelfde toegang hebben tot opvang, bescherming en hun fundamentele rechten.

Tegelijkertijd worden gesprekken over 'terugkeerhubs’ en het buiten de EU behandelen van asielaanvragen voortgezet. Terwijl dit ook regelmatig gaat om landen waarin mensenrechten onder druk staan. Zoals de mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa opmerkt, moeten bij de inrichting van ‘terugkeerhubs’ mensenrechten voldoende worden gewaarborgd. Hoewel deze ontwikkelingen niet rechtstreeks uit het migratiepact voortvloeien, maken zij deel uit van de bredere Europese ontwikkelingen rond migratie en terugkeer.

Verantwoordelijkheid lidstaten & mogelijk langere wachttijden

Als knelpunt ziet het College ook de discussie over de verantwoordelijkheid van lidstaten. De Nederlandse rechter bevestigde recent dat Nederland nog altijd geen asielzoekers naar Italië mag overdragen. Dat komt doordat onvoldoende is aangetoond aan Nederland dat Italië zijn Europese en mensenrechtelijke verplichtingen voldoende nakomt. Deze uitspraak leidde tot enige commotie in de Tweede Kamer. Maar de focus zou volgens het College moeten zijn: het lukt Italië nog altijd niet om de rechten van mensen op de vlucht te beschermen. De invoering van het migratiepact verandert die situatie op de grond niet.

Voor de nationale situatie is relevant dat nieuwe, kortere beslistermijnen bij de IND ertoe kunnen leiden dat aanvragen van voor 12 juni dit jaar langer blijven liggen. Dit roept vragen op over onder meer rechtszekerheid en gelijke behandeling. Door de aangekondigde bezuinigingen bij uitvoeringsinstanties als de IND en het COA kunnen de bestaande wachttijden verder oplopen.

Aanbevelingen van het College

Tegen deze achtergrond is het van belang kritisch te blijven kijken naar de uitwerking van beleid in de praktijk. Meer grip op migratie mag niet ten koste gaan van de bescherming van mensenrechten. Risico’s en kwetsbaarheden moeten tijdig worden gesignaleerd en waar nodig moet worden bijgestuurd.

Mensenrechtenverdragen en het Unierecht blijven hiervoor het juridische kader bieden. Zij waarborgen onder meer bescherming tegen onmenselijke of vernederende behandeling, een zorgvuldige en individuele beoordeling van asielverzoeken en effectieve rechtsbescherming. Ook stellen zij grenzen aan de toepassing van detentie, die noodzakelijk en proportioneel moet zijn en als laatste middel moet worden ingezet. Daarbij verdienen het beginsel van non-refoulement en de bijzondere positie van kinderen en andere kwetsbare personen nadrukkelijke aandacht.

In lijn hiermee doet het College de volgende vier aanbevelingen:

1. Geef ruimte aan monitoring en toezicht

De rapporten van monitoringmechanismen, mensenrechteninstanties en NGO's als Vluchtelingenwerk bieden waardevolle informatie over de gevolgen van beleid en de ervaringen van mensen die ermee te maken krijgen. Goede monitoring maakt het mogelijk om tijdig te signaleren waar de uitvoering in de praktijk knelt en waar mensenrechten mogelijk onder druk komen te staan. Wanneer mensenrechtenrisico’s, overtredingen of schendingen zo aan het licht komen, moet dit aanleiding zijn om de uitvoering of het beleid direct aan te passen.

Ook het maatschappelijk middenveld, professionals uit de praktijk en ervaringen van mensen die zelf met het asiel- en migratiesysteem te maken hebben zijn essentieel. Zij kunnen inzicht geven in knelpunten die vanuit beleid en uitvoering niet altijd zichtbaar zijn.

2. Realiseer Europese solidariteit en gedeelde verantwoordelijk in de praktijk

Eén van de pijlers van het migratiepact is solidariteit en verantwoordelijkheid tussen de lidstaten van de Europese Unie. De lidstaten hebben de verantwoordelijkheid om mensen die bescherming zoeken op te vangen en toegang te geven tot een eerlijke asielprocedure. Solidariteit betekent daarbij dat lidstaten elkaar ondersteunen wanneer een lidstaat onder druk staat. Dit kan bijvoorbeeld door mensen over te nemen, financiële bijdragen te leveren of andere vormen van ondersteuning te bieden.

Daarbij is ook het onderlinge vertrouwen van belang: lidstaten mogen er in beginsel van uitgaan dat andere lidstaten hun mensenrechtelijke verplichtingen nakomen ('het interstatelijke vertrouwensbeginsel’). Maar wederzijds vertrouwen is geen blind vertrouwen. Wanneer er concrete aanwijzingen zijn dat er bij overdracht gevaar dreigt van een onmenselijke situatie of behandeling, zoals de rechter recent constateerde in het geval van Italië, dan kan Nederland niet zomaar tot overdracht overgaan. Die regel vormt al jaren een hoeksteen van het Unierecht en de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

3. Zorg voor voldoende middelen

Bij de uitvoering van het migratiepact zijn verschillende organisaties betrokken. Zij behandelen bijvoorbeeld de asielaanvragen, geven rechtsbijstand, zorgen voor informatievoorziening of zijn verantwoordelijk voor de opvang. Het is belangrijk dat zij structureel voldoende financiële en technische middelen hebben om deze rollen te vervullen. Hetzelfde geldt voor personele capaciteit. Wordt er onvoldoende of slechts incidenteel geld voor deze organisaties vrijgemaakt? Dan ontstaat het risico dat het migratiepact op papier wel is ingevoerd, maar in de praktijk niet goed uitvoerbaar is. Daarmee komen mensenrechten in de knel.

4. Wees transparant

Transparantie is een hoeksteen van de democratie én een belangrijke voorwaarde voor de bescherming van mensenrechten. Wees daarom open en eerlijk over de uitvoering van het migratiepact, de gemaakte keuzes en de gevolgen daarvan. Kies ervoor om onderzoeken, monitoringsresultaten, evaluaties en samenwerkingsafspraken actief openbaar te maken. Zorg hierbij ook dat het maatschappelijk middenveld, onafhankelijke organisaties en de media toegang hebben tot de relevante informatie. Op deze manier kan het parlement, de rechterlijke macht en de samenleving beoordeeld worden: worden mensenrechten in de praktijk nageleefd?