Mensen moeten kunnen herkennen wanneer zij met AI te maken hebben. Als niet duidelijk is wanneer inhoud met AI is gegenereerd of aangepast, kan dat leiden tot misleiding. Het College voor de Rechten van de Mens benadrukt dat transparantie over het gebruik van AI een belangrijke voorwaarde is voor de bescherming van grondrechten. Sinds 2 augustus 2026 gelden de transparantieverplichtingen uit de Europese AI-verordening voor bepaalde AI-systemen. De Europese Commissie heeft hierover richtsnoeren gepubliceerd die organisaties helpen om deze verplichtingen toe te passen.

Beeld: © ANP / Martin Lelievre
AI speelt een steeds grotere rol in het dagelijks leven. Mensen communiceren bijvoorbeeld met chatbots, bekijken AI-gegenereerde afbeeldingen en video’s of krijgen te maken met AI-systemen. Bijvoorbeeld systemen die helpen bij het beoordelen van sollicitaties of het ondersteunen van besluiten door organisaties en overheden.
Niet altijd is zichtbaar wanneer hierbij AI wordt gebruikt. Dat kan gevolgen hebben voor de manier waarop mensen informatie beoordelen en keuzes maken. Bijvoorbeeld wanneer je bij een klantenservice in contact staat met een echt persoon of met een machine. Duidelijkheid over het gebruik van AI helpt mensen om te herkennen wanneer AI wordt ingezet en om daar bewust mee om te gaan.
Wat zegt de AI-verordening over transparantie?
Artikel 50 van de AI-verordening beschrijft welke transparantieverplichtingen er zijn voor organisaties die bepaalde AI-systemen inzetten. Deze verplichtingen gelden sinds 2 augustus 2026 en zijn bedoeld om mensen te helpen herkennen wanneer zij met AI te maken hebben. De Europese Commissie heeft hierover richtsnoeren gepubliceerd. Deze geven organisaties meer duidelijkheid over hoe zij aan de transparantieverplichtingen kunnen voldoen.
Daarnaast heeft de Europese Commissie een Code of Practice opgesteld voor aanbieders en gebruikersverantwoordelijken van generatieve AI-modellen. Deze code biedt een vrijwillig hulpmiddel om aan te tonen hoe zij voldoen aan de verplichting om AI-gegenereerde inhoud herkenbaar te maken. Met bepaalde labels kan zichtbaar worden gemaakt wanneer inhoud door AI is gegenereerd of aangepast. Dit kan bijdragen aan het tegengaan van misinformatie en het vergroten van vertrouwen in digitale informatie.
Welke transparantieverplichtingen gelden voor organisaties?
Organisaties die AI-systemen ontwikkelen of gebruiken, moeten beoordelen of de transparantieverplichtingen uit de AI-verordening op hen van toepassing zijn. De richtsnoeren van de Europese Commissie helpen organisaties bij deze beoordeling en geven voorbeelden van maatregelen waarmee zij aan de transparantieverplichtingen kunnen voldoen. De verplichtingen verschillen per type AI-systeem en de manier waarop het systeem wordt gebruikt. Organisaties moeten in bepaalde situaties mensen informeren over het gebruik van AI of duidelijk maken wanneer inhoud door AI is gegenereerd of aangepast.
De AI-verordening maakt onderscheid tussen aanbieders en gebruiksverantwoordelijken. Aanbieders zijn organisaties die AI-systemen op de markt brengen of in gebruik stellen. Gebruiksverantwoordelijken zijn organisaties die AI-systemen onder hun eigen verantwoordelijkheid gebruiken. Voor beide gelden verschillende verplichtingen.
- Mensen informeren over contact met AI
Aanbieders van AI-systemen die rechtstreeks met mensen communiceren, moeten duidelijk maken wanneer mensen met een AI-systeem communiceren, zoals een chatbot of virtuele assistent. Zo moet een gebruiker kunnen herkennen dat de antwoorden van een chatbot voor de klantenservice door een AI-systeem zijn gegenereerd. - Mensen informeren over deepfakes en AI-gegenereerde teksten
Gebruiksverantwoordelijken moeten mensen informeren wanneer hun AI-systeem deepfakes genereert. Ook moeten zij transparantie bieden wanneer zij AI-gegenereerde of aangepaste teksten over onderwerpen van algemeen belang publiceren zonder dat een mens de inhoud heeft gecontroleerd. Dit kan bijvoorbeeld gaan om informatie over verkiezingen of volksgezondheid. - Mensen informeren over emotieherkenning en biometrische categorisatie
Gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen die emoties herkennen of personen op basis van biometrische gegevens indelen, moeten mensen informeren over dit gebruik van AI. Bijvoorbeeld wanneer een systeem gezichtsbeelden analyseert om mensen in een bepaalde leeftijdscategorie in te delen. - AI-gegenereerde of aangepaste content technisch herkenbaar maken
Aanbieders moeten ervoor zorgen dat tekst, audio, beeld of video die door AI is gegenereerd of aangepast, machineleesbaar wordt gemarkeerd. Hierdoor kunnen systemen herkennen dat de inhoud door AI is gegenereerd of aangepast.
Waarom zijn deze transparantieverplichtingen belangrijk voor grondrechten?
Het College ziet transparantie als een belangrijke voorwaarde voor de bescherming van grondrechten bij het gebruik van AI. Mensen moeten begrijpen wanneer AI wordt ingezet en welke rol AI speelt in de informatie of dienstverlening waarmee zij te maken krijgen. Dat helpt mensen om geïnformeerde keuzes te maken en kritisch te kijken naar informatie die met AI is gegenereerd of aangepast.
Daarbij is het belangrijk dat informatie over het gebruik van AI duidelijk, begrijpelijk en toegankelijk is. De richtsnoeren van de Europese Commissie benadrukken daarom dat organisaties bij interacties met AI-systemen moeten aangeven wanneer mensen met een AI-systeem communiceren. Dit is in het bijzonder van belang voor mensen die in een kwetsbare positie kunnen verkeren, zoals mensen met een beperking, ouderen en minderjarigen.
Transparantie raakt verschillende grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting, waaronder het recht op informatie, het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, het recht op privacy en het recht op gelijke behandeling. Als mensen niet weten dat AI wordt gebruikt, kunnen zij minder goed beoordelen welke invloed een AI-toepassing op hun rechten kan hebben. Transparantie draagt daarmee ook deels bij aan de uitlegbaarheid van digitale systemen.
Een gebrek aan transparantie kan gevolgen hebben voor betrouwbare informatievoorziening. Deepfakes kunnen mensen misleiden door politici met behulp van AI uitspraken toe te schrijven die zij nooit hebben gedaan. Eerder liet een deepfake-onderzoek van BNR bijvoorbeeld zien hoe overtuigend deze technologie kan zijn en welke gevolgen dit kan hebben voor de manier waarop mensen informatie beoordelen en hun stem bepalen.
De vrijheid van meningsuiting beschermt niet alleen het uiten van een mening, maar ook het recht om informatie te ontvangen en toegang te hebben tot verschillende informatiebronnen. Betrouwbare informatie is nodig om mensen in staat te stellen zich een mening te vormen en geïnformeerde keuzes te maken.
Het College als grondrechtenautoriteit AI
Het College is aangewezen als grondrechtenautoriteit voor de AI-verordening. Vanuit deze rol monitoren we de impact van AI op grondrechten en signaleren we mogelijke risico’s. Daarbij kijken we bijvoorbeeld naar het recht op gelijke behandeling, de vrijheid van meningsuiting en het recht op de eerbiediging van het privéleven. Dit doen we onder meer in de context van werk en besluiten van de overheid. We werken hierbij samen met andere markttoezichthouders die een rol hebben binnen het AI-toezicht.