Verdieping

Interview: ‘Mijn naambordje heb ik voor de zekerheid bij de voordeur weggehaald’

Journalist Natascha van Weezel krijgt geregeld antisemitische en seksistische berichten toegestuurd. Zeker als ze zich op tv of in haar Parool-column kritisch uitlaat over Forum voor Democratie, gaan twittertrollen los op het web. Vervelend, maar aan zelfcensuur zal ze nooit doen: ‘Ik ben journalist en laat me niet afschrikken door zo’n leger met laffe toetsenbordridders.’

Tekst: ‘Mijn naambordje heb ik voor de zekerheid bij de voordeur weggehaald’

Het was nota bene op 4 mei. Natascha van Weezel was onderweg naar Wageningen. Ze zou er een toespraak houden over haar opa en oma die tijdens de oorlog met succes naar Zwitserland hadden weten te vluchten. Ze waren Joods, net als haar andere opa en oma. Die toespraak maakte de toch al zo beladen herdenkingsdag nog spannender.

Maar wat echt stress opleverde was een tweet van FvD-Kamerlid Pepijn van Houwelingen. Hij reageerde daarin op haar wekelijkse column in Het Parool waarin Van Weezel hem had genoemd. In de Tweede Kamer had Van Houwelingen een week eerder de toen geldende quarantaineplicht voor reizigers uit covidrisicogebieden vergeleken met de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog.

Geen citaat maar parafrase

Van Weezel had in haar column die vergelijking naast de woorden gelegd van een Holocaustoverlevende die ze kort ervoor had geïnterviewd. Het resultaat was een raak stuk. Maar, eerlijk is eerlijk, ze had daarin ook een fout gemaakt. Ze had Van Houwelingen niet geciteerd, maar geparafraseerd. Daar is op zich niets mis mee, maar ze had die woorden tussen aanhalingstekens gezet, alsof hij ze wel zo letterlijk had uitgesproken.

Terwijl ze aan haar toespraak wilde beginnen, kreeg Van Weezel iedere minuut twintig boze tweets binnen van FvD-trollen.

Van Houwelingen reageerde woest. Op Twitter schreef hij: ‘Nepnieuws, laster en misleidende frames’. En hij eiste een rectificatie. Partijleider Thierry Baudet retweette zijn bericht, waarna duizenden FvD-trollen volgden. ‘Terwijl ik bijna aan mijn toespraak moest beginnen in Wageningen, bleven er maar berichten binnenstromen. Iedere minuut kwamen er steeds twintig tweets bij. Zo ging dat de hele dag door,’ weet Van Weezel nog. ‘Hoernalist’ werd ze genoemd. ‘Vuile leugenaar’, ‘jankjood’, ‘heks’. En ook: ‘Zij had de Holocaust moeten meemaken’, of: ‘Joden klagen altijd alleen maar over hun eigen leed’. Anderen zeiden dat Van Houwelingen te voorzichtig was geweest en dat de quarantaineplicht erger was dan de Holocaust.

Dreiging met rechtszaak

Van Weezel kreeg een aardig mailtje van haar chef op de krant, maar hij zei ook dat ze haar column wel moesten rectificeren. In een mail aan de hoofd­redactie had FvD al gedreigd met een rechtszaak. Zoals de partij dat eerder deed bij journalist Nathalie Righton, nadat zij in Buitenhof Baudet niet correct had geparafraseerd. De rechter stelde haar in het gelijk, maar zei ook dat ze gebrekkig was geweest in die parafrase. Desondanks reageerde Baudet teleurgesteld, al ging hij niet in beroep.

Een rechtszaak wilde Het Parool voorkomen en dus kwam er een rectificatie. ‘Dat vond ik wel even moeilijk ja,’ zegt Van Weezel. ‘Van Houwelingen loog dat hij die vergelijking met Holocaust niet had gemaakt. En ik moest rectificeren vanwege een slordigheid.’ En toch is ze nu blij dat dat zo is gegaan. ‘Als je een foutje maakt, hoe klein ook, moet je die rechtzetten. Bovendien had ook ik geen zin in een rechtszaak.’ En zo doofde de zaak snel uit.

Boek

Tijdens die rel werkte Van Weezel al maanden met haar moeder Anet Bleich, voormalig Volkskrant-journaliste en biograaf van Max van der Stoel en Joop den Uyl, aan een boek over de relatie tussen de pers en de politici van PVV en FvD.

Als door één column al duizenden trollen in het geweer komen, wat stond er dan wel niet te gebeuren als hun boek zou verschijnen? Natuurlijk hebben ze over die vraag in de weken na de aanval van Van Houwelingen wel even gesproken. Maar, verzekert Van Weezel, geen moment hebben ze overwogen dan maar niet te publiceren. ‘We zijn journalisten. En we laten ons niet afschrikken door zo’n legertje laffe toetsenbordridders.’

Dreigende sfeer

Sowieso is ze eigenlijk nooit bang geweest, vervolgt ze. ‘Nou, misschien wel toen later in het jaar allerlei journalisten en linkse politici stickers met “Het Vizier op Links” op hun voordeur kregen geplakt. Hun huizen werden in de gaten gehouden. Toen ontstond er echt een dreigende sfeer. Dat werd nog erger toen Sigrid Kaag twee mensen met een fakkel voor haar deur had staan.’ In die weken heeft Van Weezel wel een paar keer gedacht: wat als ook mij dat zou overkomen? Glimlachend: ‘Maar gelukkig ben ik kennelijk niet bekend genoeg. Ik kreeg geen sticker bij de deur, al heb ik mijn naambordje voor de zekerheid weggehaald. Tegelijkertijd ben ik zzp’er en kun je mijn adresgegevens zo bij de Kamer van Koophandel opvragen. Ik ben nu bezig dat onzichtbaar te maken.’

Grens bereikt

In diezelfde maanden speelde er ook nog een rechtszaak. Van Weezel had in 2018 via Facebook Messenger nare berichten gekregen van iemand die zichzelf “Lodewijk” noemde. Ze krijgt wel vaker antisemitische en seksistische reacties, ‘maar deze waren echt bedreigend,’ zegt ze. Van Weezel pakt haar telefoon, scrolt er doorheen en leest voor: ‘Jammer dat je opa ontsnapte uit Auwitz (sic). Als ik hem daar gespot had dan had ik hem kapotgeschoten zodat we zo een kankerneus als jij zouden kunnen voorkomen.’ En zo volgden er nog een paar berichten met bedreigende teksten. ‘Dat was voor mij een grens. Toen heb ik aangifte gedaan. Ik bleek niet de enige Jood die berichten had gekregen van deze “Lodewijk”, die in werkelijkheid anders heette en niet uit de extreemrechtse hoek kwam, maar islamitisch was.’

Onder je huid

In de rechtszaak, die pas drie jaar later diende, maakte hij excuses. Hij zei het niet zo bedoeld te hebben. Althans dat heeft Van Weezel begrepen van de mensen die erbij waren in de rechtszaal. Zelf was ze dat niet. ‘Ik had er geen behoefte aan met hem geconfronteerd te worden.’ Door die excuses kreeg hij een lichtere veroordeling: 200 uur werk­straf. ‘Tja… Of dat genoeg is?’, vraagt Van Weezel zich hardop af. ‘Ik had er echt last van, en was in elk geval blij dat hij veroordeeld is. Niet dat ik bang was om aangevallen te worden. Maar het gaat onder je huid zitten. Dat geldt ook voor FvD-trollen. Je wil je er niet mee bezig houden, maar dat doe je stiekem toch. Je ziet de samenleving agressiever worden, en daar maak ik me zorgen over. Mensen die zeggen: “Joh het is maar Twitter”, maken me dan ook echt kwaad. Zo’n vloedgolf aan antisemitische en seksistische tweets doet wat met je. Of je nou wil of niet.’

En toch schoof ze na de lancering van hun boek De Houdgreep aan aan de tafel van Op1. Ze vertelde er over de analyse die ze met haar moeder had gemaakt. Maar het ging in de uitzending ook al snel vooral over Pepijn van Houwelingen, die diezelfde week in de Kamer zijn collega-volksvertegenwoor­diger Sjoerd Sjoerdsma had bedreigd. Er zouden volgens hem tribunalen komen die ook de D66’er zouden gaan vervolgen voor zijn aandeel in het coronabeleid.

Niet laten tegenhouden

Nee, ze vreesde niet dat ze weer allerlei discrimine­rende berichten zou ontvangen na die uitzending. ‘Die kwamen er toch wel en daardoor laat ik me nu eenmaal niet tegenhouden.’ Wel besloot ze om even een dagje niet op haar socialemediakanalen te kijken. Ze liet haar vriend globaal door de berichtenstroom gaan om te kijken of er geen bedreiging tussenstond waartegen ze aangifte zou moeten doen. ‘Dat was niet zo. Sterker: er waren minder nare berichten dan in mei.’ Lachend: ‘Misschien heeft FvD, nu ze echt over de schreef zijn gegaan, veel minder van die toetsenbordridders tot zijn beschikking, haha.’ Tegen de antisemitische en seksistische berichten die er uiteraard wel weer waren, doet ze geen aangifte. ‘Dat heeft niet zoveel zin. De politie doet daar helaas niets mee. Pas bij een bedreiging komen ze in actie.’