Vanwege een structureel lage instroom van vrouwelijke studenten, wil de TU Delft voor de bacheloropleiding Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek 30% van de studieplaatsen reserveren voor vrouwen. De universiteit heeft het College gevraagd te toetsen of dit op grond van de gelijkebehandelingswetgeving is toegestaan.
Beeld: © Helène van Rijn / ANP
Door 30% van de studieplaatsen te reserveren voor vrouwelijke studenten, worden mannelijke studenten uitgesloten van die plekken. Dit vormt direct onderscheid op grond van geslacht bij de toelating tot deze bacheloropleiding. Dat is alleen toegestaan als een wettelijke uitzondering geldt. Voorkeursbeleid is zo’n uitzondering, maar moet wel aan strikte eisen voldoen.
De eerste eis: is het doel terecht?
Allereerst moet het voorkeursbeleid een legitiem doel hebben. De instelling wijst op de structurele ondervertegenwoordiging van vrouwen in de bachelor, die het studieklimaat onder druk zet en leidt tot genderstereotypering. Ook staat die scheve verhouding een evenwichtige samenstelling van de wetenschappelijke staf in de weg, waarvoor voldoende instroom nodig is. Met voorkeursbeleid wil de universiteit dat veranderen. Het College volgt die redenering.
Is de achterstand van vrouwen aan te tonen?
Vervolgens moet de achterstand aantoonbaar zijn. Het College stelt vast dat de instroom van vrouwelijke studenten in de afgelopen jaren rond de 20% lag, terwijl het potentiële aanbod hoger is. Onder Nederlandse scholieren met de juiste vooropleiding bedraagt dit bijvoorbeeld 32%. Bovendien ligt het daadwerkelijke aanbod nog hoger door aanmeldingen uit het buitenland. Het College concludeert hieruit dat de universiteit heeft aangetoond dat sprake is van een aantoonbare achterstand van vrouwen.
Is het voorkeursbeleid duidelijk en vindbaar?
De derde eis is het kenbaarheidsvereiste. Dit houdt in dat het voldoende duidelijk en transparant moet zijn dat de universiteit het voorkeursbeleid voert. Ook aan dit vereiste heeft de universiteit voldaan. De universiteit zal aankomende studenten voorafgaand en tijdens de toelatingsprocedure informeren over het voorkeursbeleid. Ook komt het op de website en zal de universiteit op open dagen studenten informeren.
Gelijke geschiktheid
Daarna beoordeelt het College het zorgvuldigheidsvereiste. In het kort betekent dit dat een vrouwelijke kandidaat alleen mag worden toegelaten bij gelijke geschiktheid. Automatische voorrang is niet toegestaan. Het College vindt dat de universiteit aan dit vereiste heeft voldaan; er is geen automatische voorrang voor vrouwelijke studenten want zij moeten net als mannelijke studenten de selectieprocedure met succes afronden. Daarnaast zullen de toegelaten vrouwelijke studenten tot de top behoren van de kandidaten die geschikt zijn om de opleiding te volgen. Dit betekent dat de vrouwen naar objectieve maatstaven zeer geschikt zijn.
Gevolgen voor mannen beperkt
De laatste eis is de evenredigheid. Dit betekent dat het onderscheid in redelijke verhouding moet staan tot het doel, dat er geen minder ingrijpende alternatieven mogelijk zijn en de belangen van alle betrokkenen zorgvuldig zijn afgewogen.
Het College vindt dat de universiteit een zwaarwegend belang heeft om de ondervertegenwoordiging van vrouwelijke studenten te verminderen. Ook heeft de universiteit uitgelegd dat het al verschillende maatregelen heeft toegepast, maar dat het maximale effect van deze maatregelen is bereikt. De gevolgen van het voorkeursbeleid voor mannelijke studenten zijn daarnaast vrij beperkt. Het nadeel dat zij ondervinden weegt naar oordeel van het College niet op tegen het zwaarwegende belang van de universiteit. Ook zal de universiteit stoppen met het voorkeursbeleid wanneer er geen achterstand meer is.
Conclusie: groen licht
Daarmee concludeert het College dat de TU Delft het voorkeursbeleid mag voeren om meer vrouwelijke studenten aan te nemen voor de opleiding Luchtvaart en Ruimtevaarttechniek.
Aanbeveling van het College aan de minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap
In het oordeel doet het College ook een aanbeveling aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Op dit moment mogen universiteiten op basis van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) geen voorkeursbeleid toepassen bij de toelating tot een opleiding. Terwijl voorkeursbeleid op grond van de gelijkebehandelingswetgeving is toegestaan en bovendien een geschikte maatregel is om feitelijke gelijkheid tussen mannen en vrouwen te realiseren. Dit volgt ook uit verschillende internationale verdragen, zoals het VN-Vrouwenverdrag.
Het College beveelt de minister aan om te onderzoeken hoe voorkeursbeleid mogelijk kan worden gemaakt binnen de (huidige) kaders van de WHW, zodat onderwijsinstellingen waar nodig maatregelen kunnen treffen om feitelijke gelijkheid tussen mannen en vrouwen te realiseren.