De gemeente Amsterdam wil dat het personeelsbestand een betere afspiegeling wordt van haar gemeente. Ze streeft ernaar dat 30% van haar medewerkers in de schalen 12 tot en met 14 een Buiten Europese afkomst heeft. Daarom wil de gemeente voorkeursbeleid invoeren, een variant van de Rooney Rule toepassen en kandidaten vragen waar zij en hun ouders zijn geboren. De gemeente heeft het College gevraagd om te beoordelen of deze plannen binnen de gelijkebehandelingswetgeving passen.
Beeld: © Harold Versteeg / ANP
Voorkeursbeleid is toegestaan
Het College oordeelt dat het voorgenomen voorkeursbeleid in lijn is met de gelijkebehandelingswetgeving. Het maken van onderscheid, zoals voorkeursbeleid bij vacatures, is toegestaan wanneer het voldoet aan strikte voorwaarden.
Daarbij moet sprake zijn van een legitiem doel, een aantoonbare achterstand en een zorgvuldige, kenbare en evenredige uitvoering. Volgens het College heeft de gemeente voldoende aangetoond dat medewerkers van Buiten Europese afkomst daadwerkelijk achterblijven in de schalen 12 tot en met 14.
Wel benadrukt het College dat periodieke evaluatie noodzakelijk blijft. Zodra de achterstand verdwijnt, kan voortzetting van het beleid in strijd komen met de wet.
Rooney Rule mag, bij gelijke geschiktheid
De gemeente wil daarnaast een variant van de Rooney Rule invoeren. Dit houdt in dat bij vacatures vanaf schaal 12 minimaal twee kandidaten van Buiten Europese afkomst worden uitgenodigd, als zij voldoen aan de minimale functie-eisen.
Het College acht deze maatregel toelaatbaar, als deze zorgvuldig wordt toegepast. De regel mag alleen worden gebruikt wanneer kandidaten gelijk geschikt zijn en mag niet leiden tot benadeling van andere sollicitanten.
Ook moeten de vacatures breed en toegankelijk worden gepubliceerd. En de selectieprocedure moet doorgaan als het niet lukt om twee geschikte kandidaten uit de doelgroep te vinden.
Verplichte zelfidentificatie gaat een stap te ver
De gemeente is ook van plan om mensen te vragen om bij hun sollicitatie aan te vinken of zij tot een groep van Buiten Europese afkomst horen. Het College oordeelt dat de gemeente hiermee verboden onderscheid op grond van ras zal maken, omdat kandidaten zich gedwongen kunnen voelen om hun afkomst te delen om voor de functie in aanmerking te komen.
Tegelijk erkent het College dat inzicht in afkomst nodig is voor het uitvoeren van voorkeursbeleid. Daarom is het volgens het College wel toegestaan om gerichte vragen te stellen over het geboorteland van kandidaten en hun ouders, als deze vragen aan alle kandidaten worden gesteld. Met het antwoord op deze vragen kan worden beoordeeld of een kandidaat onder het voorkeursbeleid valt en of de Rooney Rule kan worden toegepast.
Het belang van zorgvuldige uitvoering
Het College concludeert dat het merendeel van de voorgenomen maatregelen juridisch houdbaar is, mits de gemeente deze zorgvuldig invoert en blijft monitoren. De organisatie krijgt nadrukkelijk mee om de proportionaliteit en noodzaak van het beleid regelmatig te toetsen.
De combinatie van voorkeursbeleid, aangepaste selectieprocedures en betere monitoring moet bijdragen aan een grotere doorstroom en representatie van medewerkers van Buiten Europese afkomst in hogere functies, zonder de grenzen van de gelijkebehandelingswetgeving te overschrijden.