Een werkgever heeft een werknemer benadeeld door zijn verlofaanvraag mee te laten wegen bij de beslissing om zijn tijdelijke contract niet te verlengen. Dat oordeelt het College voor de Rechten van de Mens. Het is de eerste keer dat het College oordeelt in een zaak waarin een vader stelt te zijn benadeeld. 

Beeld: © Ramon van Flymen / ANP

De werknemer werkte als accountmanager bij een importeur van luxe motorvoertuigen en onderdelen. Nadat hij had verteld dat hij vader zou worden van een tweeling, vroeg hij geboorte- en ouderschapsverlof aan. Tijdens een gesprek daarover zette zijn leidinggevende vraagtekens bij zijn toekomst binnen het bedrijf. Kort daarna kreeg hij te horen dat zijn tijdelijke contract niet werd verlengd. 

Opmerkingen over vaderschap en verlof

Volgens de werknemer speelde zijn verlofaanvraag een rol bij dat besluit. Hij wijst erop dat zijn leidinggevende opmerkingen maakte als: ‘Ik zie de angst in je ogen over het vaderschap’ en ‘Ik ga persoonlijk heel veel last krijgen van jouw verlof.’ Ook zou een collega hebben gezegd: ‘Jij gaat echt niet al je verlof opnemen, want ik ga jouw werkzaamheden echt niet oppakken.’ 

De werkgever stelt dat het contract niet werd verlengd vanwege onvoldoende functioneren en dat de verlofaanvraag daarbij geen rol speelde. De opmerkingen zouden volgens de werkgever zijn gemaakt als praktische constatering en in een grappende context. 

Vermoeden van benadeling

Het College constateert dat de werkgever kort na de aankondiging van het aanstaande vaderschap en de verlofaanvraag besloot het contract niet te verlengen. Ook kwamen twijfels over het functioneren van de werknemer pas nadrukkelijk naar voren nadat hij zijn verlofwensen had besproken. 

In combinatie met de opmerkingen over zijn vaderschap en verlof zijn dit volgens het College voldoende aanwijzingen om een vermoeden van benadeling aan te nemen. 

Onvoldoende onderbouwing

Vervolgens is het aan de werkgever om aan te tonen dat de verlofaanvraag geen rol heeft gespeeld bij de beslissing om het contact van de man niet te verlengen. Daarin slaagt de werkgever volgens het College niet. De werkgever heeft onvoldoende onderbouwd dat er al vóór de verlofaanvraag concrete en langdurige zorgen bestonden over het functioneren van de werknemer. 

Het College concludeert daarom dat de wens om geboorte- en ouderschapsverlof op te nemen is betrokken bij de beslissing om het tijdelijke contract niet te verlengen. Daarmee is sprake van benadeling. 

Belang van de uitspraak

Dit is het eerste oordeel van het College over de benadeling van een vader vanwege het opnemen van geboorte- en ouderschapsverlof. De uitspraak onderstreept dat het nog steeds niet vanzelfsprekend is dat alle werknemers, dus ook mannen, hun wettelijke verlofrechten kunnen gebruiken zonder negatieve gevolgen voor hun werk. Dat raakt niet alleen individuele werknemers, maar ook de bredere maatschappelijke opgave om werk- en zorgtaken eerlijker te verdelen.