Veiligheid

Het thema veiligheid krijgt veel aandacht van politici en beleidsmakers. De samenleving verwacht van hen oplossingen voor veiligheidsrisico’s, zoals georganiseerde misdaad, terrorisme, (gewelddadig) extremisme, cybercrime en ernstige overlast in de openbare ruimte. Maar het inspelen op dit soort risico’s en in het bijzonder het voorspellen van toekomstig gedrag van mensen is lastig.

De overheid heeft de afgelopen jaren ingrijpende en vergaande preventieve veiligheidsmaatregelen getroffen. Tegelijkertijd zijn ruimere bevoegdheden gecreëerd om zware (cyber)criminelen of ernstige overlastplegers aan te pakken. Deze maatregelen kunnen inbreuk maken op de rechten en vrijheden van burgers.  Het is daarom belangrijk dat deze maatregelen voldoen aan de eisen die mensenrechten stellen. 

Actualiteit

Een voorbeeld is de discussie rondom de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017). Deze wet regelt de bevoegdheden van de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten (de AIVD en de MIVD). De invoering van de Wiv 2017 heeft voor veel maatschappelijke onrust gezorgd. De regering wilde het namelijk mogelijk maken voor de AIVD en de MIVD om volledig ongericht grote hoeveelheden internetverkeer en telecommunicatie van burgers te onderscheppen, het zogenoemde ‘sleepnet’. Een flinke privacy schending, oordeelde het College voor de Rechten van de Mens in 2017. 

In maart 2018 stemde een meerderheid van de burgers in een raadgevend referendum tegen de Wiv 2017. De regering heeft toen verschillende aanvullende waarborgen geïntroduceerd die tegemoetkwamen aan de zorgen van de samenleving. Daarmee is de discussie over de bevoegdheden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten echter niet voorbij. 

In april 2022 heeft de regering een wetsvoorstel gepubliceerd dat de diensten in staat stelt sneller te kunnen optreden bij cyberaanvallen. Als deze wet ingevoerd wordt, krijgen de AIVD en de MIVD ruimere bevoegdheden. Bepaalde waarborgen die naar aanleiding van het raadgevend referendum in de Wiv 2017 zijn opgenomen worden in deze wet juist weer losgelaten.    

Het College heeft zijn zorgen over het wetsvoorstel geuit in een wetsadvies

Mensenrechten in de praktijk 

De afgelopen jaren hebben overheidsdiensten verschillende nieuwe wettelijke bevoegdheden gekregen om zware (cyber)criminaliteit, terrorisme en ernstige overlast tegen te gaan. Dit geldt voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, maar ook voor ministers, burgemeesters en de politie. Zij krijgen steeds meer bevoegdheden om preventief op te treden, nog voordat een strafbaar feit is gepleegd. Zo mag de minister van Justitie & Veiligheid het Nederlanderschap intrekken van een persoon die zich in het buitenland heeft aangesloten bij een terroristische organisatie, zonder dat daarvoor een voorafgaande strafrechtelijke veroordeling vereist is. Burgemeesters kunnen aan personen een meldplicht of gebiedsverbod opleggen, of een gebied aanwijzen als veiligheidsrisicogebied. In een veiligheidsrisicogebied mag de politie preventief fouilleren.  

Op zich is het goed dat de overheid (preventieve) maatregelen neemt om de veiligheid te beschermen. Maar het is belangrijk in te zien dat deze maatregelen verregaande inbreuken op mensenrechten kunnen opleveren. Zij kunnen diep ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen en hun bewegingsvrijheid onder druk zetten. Ook kunnen zij invloed hebben op het recht onschuldig te worden beschouwd tot het tegendeel is bewezen. Het risico bestaat bovendien dat bepaalde minderheidsgroepen harder worden aangepakt dan anderen, waardoor discriminatie op de loer ligt. 

Rechtsbescherming 

Bij preventieve maatregelen is een ander belangrijk zorgpunt rechtsbescherming. Deze maatregelen kunnen pas achteraf getoetst worden door de rechter, als de inbreuk al plaatsgevonden heeft. Rechtsherstel is dan niet altijd meer mogelijk. 

In bepaalde gevallen mag de overheid inbreuk maken op mensenrechten. Dat mag als de inbreuk voortvloeit uit de wet, een legitiem doel dient en noodzakelijk is in een democratische samenleving. Dat laatste betekent dat de inbreuk noodzakelijk, effectief en proportioneel moet zijn. In de afgelopen jaren is bij de invoering van verschillende bevoegdheden de vraag gerezen of deze bevoegdheden wel voldoen aan deze eisen. Dat is een zorgelijke trend: wetten en maatregelen die de nationale veiligheid beschermen, zware (cyber)criminaliteit of ernstige overlast in het publieke domein aanpakken, moeten in overeenstemming zijn met de waarden en beginselen die deel uitmaken van de rechtsstaat. Als dat niet het geval is, kan de overheid het verwijt worden gemaakt dat zij zelf de rechtsstaat in gevaar brengt. 

Activiteiten van het College  

Het College houdt ontwikkelingen op het gebied van veiligheid nauw in de gaten. Het adviseert de regering regelmatig over wetgeving die gericht is op het beschermen van de veiligheid.