Een sportschool in het Limburgse Echt discrimineert bewoners van het asielzoekerscentrum (azc) door hen geen lidmaatschap aan te bieden. Dat oordeelt het College voor de Rechten van de Mens in twee afzonderlijke zaken. In beide gevallen werden mannen geweigerd, omdat zij in het azc woonden. Volgens het College maakt de sportschool daarmee direct onderscheid op grond van ras en nationaliteit.

Beeld: © Unsplash
De eerste man meldde zich begin 2024 aan voor een proeflidmaatschap. Hij kreeg te horen dat bewoners van het azc tijdelijk geen lid konden worden en werd verwezen naar een medewerker van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Ruim anderhalf jaar later meldde een tweede man zich bij dezelfde sportschool. Ook hij kreeg geen lidmaatschap, opnieuw omdat hij in het azc woonde.
Tijdelijke ledenstop treft alle bewoners
De sportschool voerde de ledenstop in na incidenten in 2022 en 2023 waarbij een aantal bewoners van het azc en een groep jongeren uit de omgeving betrokken waren. Volgens de sportschool verloopt het gebruik van de sportfaciliteiten door bewoners van het azc over het algemeen goed. Desondanks werd voor alle bewoners van het azc een algemene ledenstop ingesteld. Voor de groep jongeren koos de sportschool voor individuele maatregelen, zoals waarschuwingen en beëindiging van het lidmaatschap bij herhaling.
Het College constateert dat deze maatregelen ook bewoners treft die niets met de incidenten te maken hebben. Daarmee worden zij anders behandeld vanwege het feit dat zij op het azc wonen. Omdat bewoners van een azc in de regel een andere afkomst of nationaliteit hebben, is sprake van direct onderscheid op grond van ras en nationaliteit.
Verantwoordelijkheid ligt bij de sportschool
De sportschool voerde aan dat zij met het COA werkte aan een aanmeldprocedure voor bewoners van het azc. In de eerste zaak waren hierover nog geen afspraken gemaakt. In de tweede zaak stelde de sportschool dat die afspraken er inmiddels wel waren.
Het College stelt echter vast dat aan die werkwijze nooit uitvoering is gegeven. Daarnaast blijkt dat bewoners van het azc tot op heden feitelijk geen lid kunnen worden van de sportschool.
Volgens het College heeft de sportschool een eigen verantwoordelijkheid om zich aan de gelijkebehandelingswetgeving te houden. Die verantwoordelijkheid kan niet bij het COA worden neergelegd. Daarom oordeelt het College in beide zaken dat de sportschool verboden onderscheid maakt op grond van ras en nationaliteit.