De Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB) heeft een discriminatieklacht van de ouders van een zesjarig meisje niet zorgvuldig behandeld en het meisje benadeeld door haar uit het instroomprogramma voor talentvolle jeugdspelers te halen. Dat oordeelt het College voor de Rechten van de Mens.

Beeld: © Unsplash
Het meisje, van Surinaamse afkomst, werd in 2024 geselecteerd voor het instroomprogramma van de KNLTB. Haar ouders dienden een klacht in nadat een coördinator van een instroomlocatie zich volgens hen negatief heeft uitgelaten over de tennisvaardigheden van hun dochter en haar Surinaamse afkomst.
De verklaringen van de ouders en de coördinator lopen uiteen en aanvullend bewijs ontbreekt. Daardoor kan het College niet vaststellen wat er precies is gezegd en of sprake is geweest van discriminatoire bejegening.
Klacht niet zorgvuldig behandeld
Hoewel het College niet kan vaststellen dat sprake is van discriminatie, oordeelt het wel dat de sportbond de klacht van de ouders onzorgvuldig heeft behandeld en het meisje niet had mogen benadelen vanwege de klacht. Zo nam de compliance officer geen voldoende objectieve en neutrale positie in, en verliep de communicatie over het onderzoek en de afhandeling van de klacht niet zorgvuldig.
Van een sportbond mag juist worden verwacht dat discriminatieklachten deskundig, onpartijdig en zorgvuldig worden behandeld. Het College wijst daarbij op het belang van een discriminatievrije sportomgeving voor (jonge) kinderen.
Meisje benadeeld vanwege klacht van ouders
Kort nadat de ouders hun discriminatieklacht hadden ingediend, besluit de KNLTB dat het meisje niet langer mag deelnemen aan het instroomprogramma. Als reden noemt de bond: “Gezien eerdere communicatie met aantijgingen over een aantal collega's”.
Volgens het College blijkt hieruit dat de klacht van de ouders een rol heeft gespeeld bij dit besluit. Daardoor kon het meisje niet meer deelnemen aan trainingen en voorspeeldagen en kan zij haar tennistalent niet optimaal benutten.
Het College oordeelt dat de KNLTB daarmee in strijd handelt met het verbod op victimisatie: niemand mag worden benadeeld omdat diegene een discriminatieklacht heeft ingediend, ongeacht of die klacht later gegrond of ongegrond blijkt te zijn.
Het College doet daarnaast verschillende aanbevelingen om het beleid rond discriminatie en de behandeling van klachten te verbeteren. Zo adviseert het College de bond om haar beleid over grensoverschrijdend gedrag en de klachtenprocedure te verbeteren, de interne en externe informatievoorziening over discriminatie en het instroomprogramma aan te passen en de werkwijze van de integriteitscommissie te evalueren en versterken.