Het College voor de Rechten van de Mens is het nationale mensenrechteninstituut van Nederland. Ieder nationaal mensenrechteninstituut krijgt eens in de vijf jaar een beoordeling van de Internationale Alliantie van Mensenrechteninstituten (GANHRI). Op 5 juni 2026 werd bekend dat het College daarbij opnieuw de hoogste beoordeling heeft gekregen: de A-status. Dat betekent dat de manier waarop het College mensenrechten beschermt, bewaakt en bevordert in lijn is met de standaarden van de Verenigde Naties (VN).  

Voorwaarden voor A-status

Wereldwijd zijn er ruim 100 nationale mensenrechteninstituten. Deze moeten aan meerdere voorwaarden voldoen die in de zogenaamde Paris Principles van de VN staan. Een paar voorbeelden daarvan zijn:  

  • Een nationaal mensenrechteninstituut moet onafhankelijk zijn van de overheid. 

  • Het moet een breed mandaat hebben om alle mensenrechten te beschermen en bevorderen. 

  • Het moet de nationale regering inhoudelijk adviseren over mensenrechten. 

Voldoet een mensenrechteninstituut aan al deze beginselen? Dan krijgt het de A-status. Dit geeft een instituut een betere positie richting de Verenigde Naties. Zo mag het College input leveren en spreken in de Mensenrechtenraad en in verschillende VN-comités. Zo sprak het College recent nog bij het comité van het Vrouwenverdrag (CEDAW). Krijgt een instituut geen A-status? Dan is die rol kleiner. 

Beoordeling en aanbevelingen door andere mensenrechteninstituten

Voor de beoordeling heeft het College een uitgebreide schriftelijke rapportage aangeleverd. Daarin toont het aan hoe de organisatie in de praktijk aan de Paris Principles voldoet: van het bewijzen van onafhankelijkheid tot het opsommen van uitgebrachte adviezen aan de overheid. Een commissie, die bestond uit experts van andere nationale mensenrechteninstituten, behandelde deze rapportage in een hoorzitting op 27 april in Genève, Zwitserland. Daar werd een delegatie van het College uitvoerig aan de tand gevoeld. De volledige beoordeling is te lezen op de website van GANHRI. 

Bij het verlenen van de A-status deed GANHRI nog een aantal aanbevelingen aan het College. Zo benadrukte zij dat het College zich hard moet blijven maken voor het mede laten gelden van mensenrechtenverdragen in Caribisch Nederland. Denk aan het verdrag voor rechten van mensen met een beperking (VN-verdrag handicap). Ook raadt GANHRI aan om te blijven aansturen op voldoende budget vanuit de overheid voor het steeds grotere takenpakket. Zo is het College sinds 2025 ook grondrechtentoezichthouder op het gebied van Artificiële Intelligentie (AI).  

Trots als een pauw

Rick Lawson, voorzitter College: “We zijn trots als een pauw dat we de A-status opnieuw in de wacht hebben gesleept. Met deze internationale erkenning laten we zien dat we de boel goed op orde hebben, en dat we voldoen aan de eisen van de VN bij het beschermen van mensenrechten in Nederland. Het is daarbij erg leerzaam om door andere mensenrechteninstituten beoordeeld te worden. In de commissie zaten vertegenwoordigers uit alle vier de regionale groepen van GANHRI: Afrika, Noord- en Zuid-Amerika, Azië en de Stille Oceaan, en Europa. Toeval of niet, direct na de beoordeling werden we benaderd door het Afrikaanse netwerk van nationale mensenrechteninstituten, dat als waarnemer bij de bijeenkomst in Genève aanwezig was. Zij praten namelijk graag met ons verder over hoe wij het hier hebben georganiseerd en wat we van elkaar kunnen leren. Met deze voortdurende internationale kennisuitwisseling werken we samen aan een wereld waarin mensenrechten voor iedereen worden nageleefd en beschermd.”