De digitale bank bunq heeft indirect gediscrimineerd door een man met dementie die onder bewind staat te weigeren voor een spaarrekening. Dat oordeelt het College voor de Rechten van de Mens na een klacht van diens zoon, die als bewindvoerder optreedt. De bank wees het verzoek af omdat zij geen rekeningen aanbiedt aan personen die onder bewind staan.

Beeld: © Ramon van Flymen / ANP

Illustratief beeld van een bankapp

Volgens de zoon leidt dit beleid tot indirecte discriminatie op grond van handicap of chronische ziekte. De bank sluit zonder goede reden mensen die onder bewind staan volledig uit, terwijl minderjarige klanten met een wettelijke vertegenwoordiger wél een rekening kunnen openen.   

De bank bestrijdt dat sprake is van discriminatie en stelt dat het beleid - als er al sprake is van onderscheid - gerechtvaardigd is vanwege verhoogd frauderisico, (systeem)technische en financiële bezwaren.  

College: indirect onderscheid

Het College volgt dat standpunt niet. Volgens het College maakt de bank met haar beleid indirect onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte. Het acceptatiebeleid treft in de praktijk mensen die vanwege een handicap of chronische ziekte, zoals dementie, onder bewind staan en sluit hen uit van financiële dienstverlening. 

Onderbouwing schiet tekort

De bank slaagt er volgens het College niet in om te onderbouwen dat de algehele weigering noodzakelijk is. Het College wijst daarbij op drie punten: 

  • Verhoogd frauderisico niet aangetoond: intern onderzoek waarop het beleid van de bank is gebaseerd, laat niet zien dat er sprake is van een verhoogd frauderisico bij personen die onder bewind staan vanwege een handicap of chronische ziekte. 
  • Inconsistente praktijk: de bank maakt niet concreet waarom ouders wél een rekening kunnen openen voor minderjarige kinderen, maar dit (technisch) niet mogelijk is voor bewindvoerders en de personen die zij vertegenwoordigen. 
  • Financiële nadelen onvoldoende onderbouwd: de financiële bezwaren van de bank worden op zichzelf niet als rechtvaardiging geaccepteerd en de bank geeft geen concreet inzicht in de financiële impact die er zou bestaan als het beleid wordt gewijzigd. 

Oordeel: verboden onderscheid

Omdat een objectieve rechtvaardiging ontbreekt, concludeert het College dat de bank indirect discrimineert.