Een vrouw van Somalische afkomst is op haar werk gediscrimineerd door collega’s. Ook heeft de werkgever onvoldoende gedaan om te zorgen voor een discriminatievrije werkvloer. Dat oordeelt het College voor de Rechten van de Mens.
Beeld: © Robin Utrecht / ANP
Ter illustratie: foto van een beveiliger
Tijdens een gesprek op de afdeling sprak een beveiligingsmedewerker over haar schoonzoon als ‘Zwarte Piet’, verwijzend naar zijn huidskleur. Kort daarna richtte het hoofd Beveiliging zich tot de vrouw, scheen met een zaklamp in haar gezicht en zei dat zij “zo zwart is dat hij haar bijna niet kan zien”.
De vrouw gaf bij haar leidinggevende aan dat zij veel last had van het incident. De betrokken medewerkers werden aangesproken; het hoofd Beveiliging kreeg een officiële mondelinge waarschuwing. Volgens de werkgever was het gedrag ongepast, maar niet bedoeld als discriminatie.
De vrouw probeerde de situatie aanvankelijk te laten rusten, maar meldde zich kort daarna ziek. Een maand later werd haar inzet beëindigd vanwege haar afwezigheid en onduidelijkheid over terugkeer.
Discriminatie door collega’s
Het College oordeelt dat de gemaakte opmerkingen in deze context een duidelijke raciale lading hebben. De verwijzing naar ‘Zwarte Piet’ en de opmerking van het hoofd Beveiliging, in combinatie met het schijnen van een zaklamp in het gezicht, vormen samen discriminatoire bejegening op de werkvloer.
Discriminerende incidenten moeten direct, zorgvuldig en onafhankelijk worden onderzocht en vastgelegd, met duidelijke procedures en opvolging.
Werkgever schiet tekort
Werkgevers zijn wettelijk verplicht om te zorgen voor een discriminatievrije werkomgeving en klachten over discriminatie zorgvuldig behandelen. Het College oordeelt dat het bedrijf hierin tekort is geschoten. Hoewel gesprekken zijn gevoerd en een waarschuwing is gegeven, lag de nadruk te veel op intentie en herstel van de relatie tussen de vrouw en haar collega's. De impact op de vrouw is onvoldoende serieus genomen. Ook nam de werkgever geen maatregelen om herhaling te voorkomen of om de betrokken medewerkers duidelijk te maken dat de gemaakte opmerkingen onacceptabel zijn.
Rol van het uitzendbureau
De vrouw werkte bij het bedrijf via een uitzendbureau. Ook uitzendbureaus hebben een zorgplicht en moeten uitzendkrachten beschermen tegen discriminatie bij het bedrijf waar zij werken. In deze zaak oordeelt het College dat het uitzendbureau aan die zorgplicht heeft voldaan: het onderzocht de situatie, hoorde beide partijen, probeerde een gesprek te regelen en bleef betrokken door contact te houden en begeleiding aan te bieden.
Aanbeveling: pak discriminatie actief aan en erken de impact
Het College roept het bedrijf op actief te zorgen voor een veilige en discriminatievrije werkvloer. Discriminerende incidenten moeten direct, zorgvuldig en onafhankelijk worden onderzocht en altijd worden vastgelegd en opgevolgd, ook zonder formele klacht. Daarvoor zijn duidelijke interne procedures en communicatielijnen nodig, zodat meldingen serieus worden genomen en passende maatregelen herhaling voorkomen.
Daarnaast benadrukt het College dat niet de intentie van betrokkenen telt, maar de impact die het gedrag heeft op degene die het meldt.