Het Europees Parlement stemde in met een pakket wijzigingen in de Europese AI-verordening, onderdeel van de zogenoemde Omnibus AI. Het College voor de Rechten van de Mens ziet dat sommige voorstellen zijn geschrapt, maar dat andere nog zorgen oproepen over de bescherming van grondrechten.

Beeld: © ANP / EPA / Olivier Matthys

Eind 2025 presenteerde de Europese Commissie de Omnibus AI, die de AI-verordening simpeler moest maken. Daarmee wilde de Europese Commissie minder administratieve lasten en meer aansluiting op andere digitale wetgeving. Het College signaleerde eerder een afzwakking van de bescherming van grondrechten

Gevolgen voor de bescherming van grondrechten 

Op 16 juni 2026 stemde het Europees Parlement in met het pakket wijzigingen uit de Omnibus AI. Hieronder staan de belangrijkste veranderingen die gevolgen hebben voor de bescherming van grondrechten. 

  • Registratieplicht voor bepaalde AI-systemen blijft bestaan 
    Het voorstel was om de registratieplicht voor bepaalde AI-systemen die alleen procedurele taken uitvoeren te schrappen. Hierdoor zou er minder zicht zijn op deze systemen en zou toezicht lastiger worden wanneer zij toch risicovol blijken. Dit voorstel is niet overgenomen, waardoor de registratieplicht blijft bestaan. 

  • Verplichting voor AI-geletterdheid wordt afgezwakt 
    Er lag een voorstel om de verplichting voor organisaties die met AI werken om te investeren in AI-geletterdheid te wijzigen. Dit betekent dat personeel dat met AI werkt zich bewust moet zijn van mogelijke risico’s. Deze verplichting is afgezwakt. Organisaties worden hier alleen nog toe aangemoedigd. 

  • Bevoegdheid van grondrechtenautoriteiten wordt beperkt
    In het voorstel werd beoogd om de documentatie-inzagebevoegdheid van grondrechtenautoriteiten te wijzigen. In de oorspronkelijke AI-verordening mochten deze autoriteiten zelfstandig documenten opvragen bij organisaties die hoog-risico AI-systemen gebruiken. Deze bevoegdheid is beperkt, waardoor dit nu via de markttoezichthouders moet verlopen.

  • Invoering van verplichtingen wordt deels verduidelijkt en deels uitgesteld 
    Er werd voorgesteld om de verplichtingen pas te laten gelden zodra technische standaarden beschikbaar zijn. Dit zou onduidelijkheid kunnen geven over het moment waarop regels in werking treden. Dit voorstel is grotendeels niet overgenomen. Wel wordt de invoering voor hoog-risico AI-systemen uitgesteld tot december 2027 of augustus 2028. 

Het College uitte zich, net als andere organisaties, kritisch over onderdelen van de Omnibus AI die de bescherming van grondrechten kunnen afzwakken. Het College stuurde brieven aan de Tweede Kamer en leverde inbreng in consultaties van de Europese Commissie. Die kritiek leidde ertoe dat sommige voorstellen niet zijn overgenomen.  

Toezicht in een digitale samenleving 

Sinds augustus 2024 geldt de AI-verordening in alle EU-landen. Deze wet moet innovatie stimuleren en tegelijk burgers beschermen tegen risico’s van AI-systemen. De Omnibus AI laat zien dat het lastig blijft om een goede balans te vinden tussen innovatie en bescherming van grondrechten.  

Naast de Omnibus AI werkt de Europese Unie ook aan de Omnibus Digitaal. Dit voorstel moet onder meer de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) simpeler maken. Het College blijft de ontwikkelingen nauwlettend volgen en vraagt waar nodig aandacht voor de gevolgen voor de bescherming van grondrechten. 

Het College als grondrechtenautoriteit AI 

Het College is aangewezen als grondrechtenautoriteit voor de AI-verordening en monitort de impact van AI op grondrechten en signaleert mogelijke risico's. Daarbij gaat het bijvoorbeeld over de bescherming van het recht op privacy en het recht op gelijke behandeling op het werk, in het strafrecht en bij besluiten van de overheid. Het College werkt hierbij samen met de andere markttoezichthouders in het AI-toezicht. 

Het College benadrukt dat goed toezicht nodig blijft om ervoor te zorgen dat grondrechten niet alleen op papier bestaan, maar ook in de praktijk worden beschermd. Dat is belangrijk, omdat AI steeds vaker wordt gebruikt in besluiten die mensen direct raken.