Een school van Stichting Scholengroep Spinoza wijst de verzoeken van een leerling met dyslexie om voorleessoftware bij toetsen en mondelinge toetsing af. De school doet onvoldoende onderzoek naar deze aanpassingen en kan niet aantonen dat de aanpassingen te belastend voor de school zijn. Het College voor de Rechten van de Mens oordeelt daarom dat sprake is van discriminatie.

Beeld: © Jonas Roosens / ANP / Jonas Roosens / ANP
Wat is de situatie?
Een leerling met dyslexie zit op een middelbare school van Stichting Scholengroep Spinoza. Zij vraagt de school of ze voorleessoftware mag gebruiken bij toetsen en of mondelinge toetsing mogelijk is. Deze aanpassingen staan ook in haar dyslexieverklaring. De school weigert de aanpassingen, omdat dit te belastend zou zijn voor de school.
De school verwijst de leerling naar andere scholen binnen het samenwerkingsverband die bredere ondersteuning voor dyslexie bieden. De leerling wil graag op haar eigen school blijven. Haar moeder vraagt het College of de leerling door de school wordt gediscrimineerd vanwege haar dyslexie.
Wat zegt de wet?
Het College gebruikt bij de beoordeling van de situatie de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz). Deze wet geldt ook bij passend onderwijs en verplicht scholen om bij een verzoek om ondersteuning vanwege een handicap of chronische ziekte te onderzoeken welke aanpassingen voor de individuele leerling mogelijk zijn. Scholen moeten goed onderzoek doen en mogen niet te snel concluderen dat een gevraagde aanpassing niet kan.
Een school mag ook een alternatief voorstellen dat geschikt is voor de leerling. Een aanpassing kan te belastend zijn voor een school, bijvoorbeeld als deze te duur is. Dit wordt ook wel ‘onevenredige belasting’ genoemd. In dat geval hoeft een school de aanpassing niet te doen.
Het oordeel van het College
Volgens het College heeft de school onvoldoende onderzoek gedaan naar wat het aanbieden van voorleessoftware aan de leerling bij toetsen concreet betekent voor de school. Zo is bijvoorbeeld niet duidelijk of de software bij bepaalde vakken of toetsmomenten, zoals herkansingen, wel kan worden ingezet.
Voor de mondelinge toetsen kan de school ook niet aantonen dat de aanpassing te veel van de school vraagt.
De school maakt niet concreet inzichtelijk welke kosten en middelen nodig zijn voor de aanpassing.
Het College oordeelt dat de school zonder een zorgvuldig onderzoek niet kan stellen dat de gevraagde aanpassingen te belastend voor de school zijn en niet van de school kunnen worden gevraagd. Het College concludeert daarom dat er sprake is van discriminatie.
Toegankelijk onderwijs vanuit mensenrechtenperspectief
De uitspraak past in een bredere verantwoordelijkheid om onderwijs toegankelijk te maken voor leerlingen met een beperking. Nederland heeft zich met het VN-verdrag Handicap verplicht de rechten van mensen met een beperking te beschermen en ervoor te zorgen dat zij volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Dat betekent dat leerlingen met een handicap of chronische ziekte zonder belemmeringen onderwijs moeten kunnen volgen.
In 2024 tikte het VN-comité Handicap Nederland nog op de vingers en maakte zich zorgen over ‘het gebrek aan toegankelijkheid van gewone scholen en de ondersteuning die nodig is voor inclusief onderwijs, met name het gebrek aan redelijke aanpassingen’.
Wil je meer weten over hoe je je school inclusiever kunt maken? Kijk op Hoe zorg ik dat iedereen erbij hoort? | RechtVaardig!