Stichting Lefier heeft een alleenstaande man gediscrimineerd door hem een huurwoning te weigeren. Dat oordeelt het College voor de Rechten van de Mens. Volgens het College heeft de woningcorporatie verboden onderscheid gemaakt op basis van geslacht en burgerlijke staat. Het College ziet geen aanwijzingen dat de Syrische afkomst van de man een rol heeft gespeeld bij de beslissing van de woningcorporatie.  

Beeld: © Peter Hilz / ANP

Beeld ter illustratie

Woningaanbod ingetrokken na telefoongesprek

De zaak draait om een huurwoning die de man via een website had gevonden. Aanvankelijk lijkt er geen probleem: hij krijgt een aanbod voor deze woning en wordt uitgenodigd voor een afspraak om de huur rond te maken.  

Kort voor die afspraak wordt hij echter gebeld door een medewerker van de woningcorporatie. Op dezelfde dag noteert de woningcorporatie in het systeem dat de woning aan de man is geweigerd, met daarbij als reden “op advies corporatie”. De geplande afspraak gaat vervolgens niet door.  

De man dient daarop een discriminatieklacht in bij de woningcorporatie. Hij stelt dat een medewerker tijdens het telefoongesprek heeft gezegd dat de woningcorporatie alleen een vrouw in de woning wil plaatsen. Later in het gesprek is volgens de man gezegd dat de woningcorporatie veel problemen ervaart met Syriërs die in het appartementencomplex zouden wonen, waardoor de man ook om die reden niet welkom is in de woning.     

Woningcorporatie: focus op leefbaarheid en rust in de buurt

De woningcorporatie weerspreekt dat er sprake is van discriminatie. Volgens de organisatie speelde de voorgeschiedenis van het wooncomplex een belangrijke rol. In het verleden waren er ernstige leefbaarheidsproblemen, zoals overlast en ontruimingen.  

Om de rust en stabiliteit terug te brengen, besloot de corporatie in overleg met de buurtbewoners om de woning gericht toe te wijzen, met een voorkeur voor gezinnen. In een toelichting stelt de corporatie dat de eerdere overlastgevers alleenstaande mannen met problematiek waren. Hoewel de man daar niet direct mee te vergelijken is, valt hij volgens de woningcorporatie wel binnen de categorie “alleenstaande man”.  

De buurt zou volgens de woningcorporatie behoefte hebben aan “rust” en een “normaal gezin”. Ook stelt de woningcorporatie dat de man uiteindelijk zelf van de woning afzag na uitleg over de situatie. 

Geen bewijs voor discriminatie vanwege afkomst

Het College oordeelt dat de man onvoldoende feiten aanvoert om aannemelijk te maken dat zijn Syrische afkomst een rol speelt bij de weigering van de huurwoning. De woningcorporatie heeft uitgelegd dat de overlast in het betreffende appartementencomplex destijds werd veroorzaakt door een man met psychosociale problematiek en een drugsdealer, met beiden de Nederlandse afkomst. Bovendien ontbreekt bewijs dat de medewerker tijdens het telefoongesprek discriminerende opmerkingen over afkomst heeft gemaakt.  

Wel verboden onderscheid naar geslacht en burgerlijke staat

Het College komt tot een ander oordeel over de keuze om de huurwoning toe te wijzen aan een gezin, specifiek een moeder met kind. Uit e-mails van de woningcorporatie aan de man in reactie op zijn discriminatieklacht blijkt dat zij bewust kiest om de woning niet aan een alleenstaande man te verhuren.  

Daarmee maakt de woningcorporatie direct onderscheid op grond van geslacht en burgerlijke staat. Dat is in strijd met de gelijkebehandelingswetgeving. Dat de corporatie later andere woningen aan de man aanbiedt, kan niet dienen als tegenbewijs. Dit zegt namelijk niets over de vraag of bij de oorspronkelijke toewijzing zijn geslacht en burgerlijke staat een rol hebben gespeeld.  

Ook het argument dat rekening is gehouden met wensen van buurtbewoners en de gemeente houdt geen stand. Woningcorporaties blijven zelf verantwoordelijk voor het naleven van de wet en mogen geen discriminerende voorkeuren van derden volgen.  

De uitspraak benadrukt dat woningcorporaties bij schaarste moeten waken voor gelijke behandeling, ook in wijken met sociale problematiek.

Aanbeveling: transparanter en objectiever toewijzen

Het College beveelt de woningcorporatie aan – in het licht van de Wet goed verhuurderschap - om een transparante selectieprocedure in te voeren met objectieve, niet-discriminerende criteria. De woningcorporatie mag leefbaarheid betrekken bij de toewijzing, zolang hiervoor geen criteria worden gehanteerd die in strijd zijn met de gelijkebehandelingswetgeving.  

De uitspraak onderstreept dat woningcorporaties bij het verdelen van schaarse woonruimte actief moeten waken voor gelijke behandeling, ook in wijken waar sociale problematiek speelt.