Op 15 april bespreekt de Tweede Kamer tijdens een rondetafelgesprek verkeersboetes en oplopende betalingsproblemen. Verkeersboetes kunnen bij niet-betalen oplopen tot drie keer het oorspronkelijke bedrag. Dat raakt mensen in kwetsbare posities onevenredig hard en zet hun bestaanszekerheid onder druk. Het College voor de Rechten van de Mens roept op om tijdens dit gesprek het recht op een behoorlijke levensstandaard centraal te stellen.
Beeld: © ANP / Hollandse Hoogte / de Vries Media
Boeteverhogingen raken aan mensenrechten
Het College benadrukt dat de oplopende verkeersboetes en betalingsproblemen niet alleen een inningsvraagstuk vormen, maar een mensenrechtelijk vraagstuk.
Het recht op een behoorlijke levensstandaard is vastgelegd in artikel 11 van het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESCR). Dat recht omvat toegang tot basisbehoeften zoals voeding, kleding en huisvesting.
De overheid moet dit recht respecteren en mag geen maatregelen nemen die het zonder goede reden aantasten. Verhogingen die mensen structureel in de schulden brengen, kunnen daarmee op gespannen voet staan.
Maatregelen moeten redelijk en proportioneel zijn, ook bij de inning van boetes. Wat voor de één beperkt effect heeft, kan voor de ander het verschil betekenen tussen schuldenvrij blijven of langdurige problematische schulden.
Het College stelt dat deze gevolgen nadrukkelijk moeten worden betrokken bij de beoordeling van het huidige systeem.
“We zien dat boetes de laatste jaren keer op keer zijn verhoogd. Mensen in een financieel kwetsbare situatie kunnen enorm in de knel raken door hoge boetes en aanmaningen. Soms komen ze voor onmogelijke keuzes te staan. Betalen we de huur, de boodschappen of de boete? Dan staat het recht op een behoorlijke levensstandaard op het spel. De overheid moet dit recht respecteren."
Rick Lawson, voorzitter College voor de Rechten van de Mens
Gevolgen voor mensen in kwetsbare posities
Natuurlijk geldt dat iedereen de wet moet naleven en dat een boete een passend gevolg kan zijn van een overtreding. Wie niet op tijd betaalt, krijgt te maken met forse verhogingen: eerst 50 procent, daarna nog eens 100 procent boven op het oorspronkelijke bedrag.
Onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) laat zien dat niet de overtreding, maar de financiële draagkracht bepaalt of mensen betalen. Wie niet betaalt, kan dat in veel gevallen simpelweg niet.
De verhogingen treffen daardoor vooral mensen die al moeite hebben om rond te komen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hadden in januari 2024 ruim 127.000 huishoudens problematische schulden door achterstallige verkeersboetes. Een jaar eerder waren dat er ruim 123.000.
De rechtbank Midden-Nederland schetste in 2025 dat het bij opgelopen verkeersboetes vaak gaat om mensen die elke maand moeten kiezen welke rekening zij wel of niet betalen. Ook het Instituut voor Publieke Economie (IPE) concludeert dat de hoge verhogingen direct bijdragen aan het ontstaan van problematische schulden bij huishoudens in kwetsbare posities.
Uit praktijkvoorbeelden van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) blijkt dat mensen in financieel kwetsbare posities door de verhogingen een groter risico lopen om verder in de schulden te raken. Het College onderschrijft dat de huidige verhogingspercentages te zwaar kunnen uitpakken en steunt de oproep van het CJIB tot wettelijke aanpassing.
Rechtbank stelt vragen aan de Hoge Raad
Ook in de rechtspraak groeit de aandacht voor de vraag of deze verhogingen nog proportioneel zijn.
De Rechtbank Den Haag noemde deze verhogingen recent disproportioneel en stelde de vraag aan de Hoge Raad of deze verhogingen in strijd zijn met mensenrechten. Het College heeft in deze procedure eerder schriftelijke opmerkingen ingediend.
De uitspraak van de Hoge Raad wordt in het najaar van 2026 verwacht en kan richting geven aan de beoordeling van het huidige systeem. Het College hoopt dat die uitspraak bijdraagt aan een systeem dat beter aansluit bij de situatie van mensen in kwetsbare posities.
Deze juridische ontwikkeling staat niet op zichzelf en raakt direct aan de keuzes die de wetgever nu al maakt.
Boetebeleid onder de loep
De Tweede Kamer kan tijdens het rondetafelgesprek bijdragen aan deze ontwikkeling. Het gesprek biedt de kans om oplopende verkeersboetes en betalingsproblemen niet alleen als inningsvraagstuk te bespreken, maar ook als mensenrechtelijk vraagstuk. Het College roept op om hierbij het recht op een behoorlijke levensstandaard centraal te stellen.