De overheid wil dakloosheid onder kinderen terugdringen door dakloze gezinnen voorrang te geven op een sociale huurwoning. Dat is een positieve ontwikkeling volgens het College voor de Rechten van de Mens. Tegelijkertijd ziet het College dat de uitwerking van de Regeling versterking regie volkshuisvesting strenge voorwaarden stelt, waardoor veel gezinnen niet in aanmerking komen voor een woning. Hierdoor raken of blijven kinderen alsnog dakloos. In zijn consultatiereactie roept het College daarom op om de regeling aan te passen.  

Beeld: © Mariette Carstens / ANP

Regeling versterking regie volkshuisvesting 

De Wet versterking regie volkshuisvesting, die nog niet in werking is getreden, legt vast welke groepen verplicht voorrang krijgen bij sociale huurwoningen. Onlangs is hier de groep ‘dakloze gezinnen met kinderen’ aan toegevoegd. De ontwerpregeling waar het College op reageert beschrijft de voorwaarden waaraan deze groepen moeten voldoen om voorrang te kunnen krijgen. In het advies heeft het College gekeken naar de eisen voor de groep dakloze gezinnen met kinderen. Hoewel het goed is dat deze groep voorrang krijgt, zijn er ook veel knelpunten:  
 

  • Onderscheid tussen verschillende groepen dak- en thuisloze mensen 

Onder de Wet versterking regie volkshuisvesting en de bijbehorende regeling krijgen alleen dakloze mensen die uit een opvang of instelling komen en dakloze gezinnen met kinderen voorrang. Andere dak- en thuisloze mensen (de overgrote meerderheid) vallen buiten de wet. Het College maakt zich hier zorgen over omdat er voor deze groep geen andere oplossingen zijn. Mensenrechtenverdragen maken geen onderscheid tussen verschillende dak- en thuisloze mensen: iedereen die dakloos is, bevindt zich in een zeer kwetsbare positie. De overheid moet daarom de belangen van alle dakloze mensen meewegen. Dat gebeurt nu onvoldoende. In het advies herhaalt het College daarom de oproep om iedereen die dak- en/of thuisloos is, als verplichte urgentiecategorie aan te merken.  
 

  • Belangen en rechten van kinderen moeten worden meegewogen en een eerste overweging vormen 

Het doel van de regeling om dakloosheid onder kinderen tegen te gaan is positief. Tegelijk raakt de regeling direct de belangen van kinderen en kan het ook veel (negatieve) gevolgen voor hen hebben. Kinderen kunnen namelijk alsnog dakloos raken wanneer hun gezin niet aan de strenge voorwaarden voor voorrang voldoet. Bij het formuleren van de voorwaarden is hier onvoldoende rekening mee gehouden. Volgens het Kinderrechtenverdrag moeten de belangen en rechten van kinderen altijd voorop staan. Het College vindt daarom dat de minister de regeling alsnog moet afwegen tegen de belangen en rechten van kinderen. Op basis van de uitkomsten moet de regeling worden aangepast.
 

  • De voorwaarde dat de (dreigend) dakloze situatie niet de eigen schuld mag zijn moet geschrapt worden 

Eén van de voorwaarden waar een gezin aan moet voldoen is dat het niet hun eigen schuld mag zijn dat zij (dreigend) dakloos zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval als een gezin te weinig voorbereidingen heeft genomen voordat hun tijdelijke huurcontract afloopt. We vinden dat de manier waarop deze eis is opgeschreven veel ruimte openlaat voor verschillende interpretaties. Daardoor kunnen gelijke gevallen in verschillende gemeenten worden beoordeeld, met ook een mogelijk risico op discriminatie. Verder zien we een risico dat deze voorwaarde ertoe kan leiden dat kinderen ernstig worden benadeeld door het handelen van hun ouders. Dit staat op gespannen voet met het Kinderrechtenverdrag. 
 

Regeling moet terug naar de tekentafel  

Het College is blij dat de overheid maatregelen neemt om dakloosheid onder kinderen terug te dingen. Bovengenoemde knelpunten moeten echter worden opgelost; de regeling moet terug naar de tekentafel om dit doel te bereiken. Alleen zo kan het recht op adequate huisvesting voor mensen in de meest kwetsbare posities worden gewaarborgd.