Nederland moet meer doen om de mensenrechten van vrouwen te garanderen. Dat concludeert het VN-Comité inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen in zijn slotcommentaar over Nederland (CEDAW). De conclusies van het Comité zijn een duidelijke opdracht aan het nieuwe kabinet: de bevordering van gendergelijkheid op alle terreinen behoeft dringend meer actie. Het kabinet moet, onder meer, schadelijke stereotypen aanpakken, zorgen dat vaders meer zorgtaken op zich nemen, meer doen om geweld tegen vrouwen aan te pakken en discriminatie op de arbeidsmarkt uit te bannen.

Beeld: © Laurens van Putten / ANP / Hollandse Hoogte

“Stop geweld tegen vrouwen” vlaggen bij de Hofvijver in Den Haag

Het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (hierna: Vrouwenverdrag) verplicht Staten om discriminatie van vrouwen te voorkomen en gelijkheid tussen mannen en vrouwen te bevorderen op alle terreinen, zoals politieke participatie, onderwijs, gezondheid en arbeid en in de privésfeer. Nederland heeft dit verdrag geratificeerd en moet daarom maatregelen nemen om het verdrag uit te voeren. Bovendien is de regering verplicht regelmatig te rapporteren over de naleving van dit verdrag. Het College heeft, als nationaal mensenrechteninstituut, de wettelijke taak toe te zien op de naleving van deze aanbevelingen en de regering aan te sporen ze na te leven.

Positieve ontwikkelingen maar vooral zorgen

Het Comité begint in zijn slotcommentaar met positieve ontwikkelingen, waaronder de Wet seksuele misdrijven, het invoeren van de Algemene wet gelijke behandeling in Caribisch Nederland, het Stop Femicide! Plan en het Nationaal actieplan seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld.  

Toch maakt het Comité zich vooral zorgen. Uit de punten van zorg en de aanbevelingen blijkt dat de basis sterke verbetering behoeft. Om gendergelijkheid op alle terreinen van het leven, zoals arbeid, zorg, onderwijs, politieke participatie en het gezin, te bereiken, zijn maatregelen van de overheid nodig. De overheid heeft daarvoor een sterk maatschappelijk middenveld nodig. Het Comité beveelt dan ook aan te zorgen voor voldoende structurele financiering van het maatschappelijk middenveld.  

Concrete aanbevelingen

Hieronder gaat het College in op de zorgpunten en aanbevelingen ten aanzien van geweld tegen vrouwen, arbeid en stereotypering. 

Het proces in Genève

De Nederlandse rapportage is besproken tijdens een constructieve dialoog met het Comité in Genève. Dit gebeurde op 6 februari 2026, waarbij er een grote delegatie aanwezig was namens het Koninkrijk. De delegatie uit Den Haag beantwoordde vragen over het Europees deel van het Koninkrijk en over Bonaire, St Eustatius en Saba. Aruba, Curaçao en Sint-Maarten hadden een eigen vertegenwoordiger. Namens het College was voorzitter Rick Lawson aanwezig. In zijn statement markeerde hij de komst van het nieuwe kabinet als hét moment voor actie en presenteerde de belangrijkste punten uit het rapport van het College. Ook diverse ngo's waren bij de sessie aanwezig.  

Tijdens de dialoog beantwoordde de Nederlandse delegatie vragen van het Comité.  Voor de vragen vormen de rapportages van het College en die van de NGO's een belangrijke bron. Het slotcommentaar van het Comité bevat de belangrijkste zorgen en concrete aanbevelingen om de bescherming van de rechten uit het verdrag te verbeteren.  

Hoe nu verder?

Het nieuwe kabinet heeft met deze aanbevelingen een duidelijke opdracht gekregen. Er is flink werk aan de winkel om gendergelijkheid op alle terreinen van het maatschappelijk leven te bereiken. Het Comité heeft op veel terreinen concrete aanbevelingen geformuleerd die een goed handvat bieden om de gestagneerde emancipatie van vrouwen nieuw leven in te blazen. Nederland zal aan de slag moeten met deze aanbevelingen.  

Over enkele jaren moet de regering haar volgende rapport indienen en rapporteren over de voortgang in het bereiken van gendergelijkheid in Nederland, zowel in Europees Nederland als Caribisch Nederland. Over twee jaar moet Nederland informatie geven over de uitvoering van enkele aanbevelingen van het Comité waaronder over het stimuleren van actief vaderschap en het zorgen voor toegankelijke kinderopvang van hoge kwaliteit en over het gendersensitieve beleid ten aanzien van huiselijk geweld.