Het NPM (Nationaal Preventie Mechanisme) heeft onderzoek gedaan naar afzonderen bij psychiatrische afdelingen van gevangenissen en tbs-klinieken. Het NPM houdt zich bezig met de goede behandeling van mensen die achter een gesloten deur zitten in onder andere gevangenissen, tbs-klinieken, zorginstellingen en uitzetcentra. Het NPM concludeert dat het personeel, met soms beperkte mogelijkheden, toch goede voorbeelden laat zien van hoe afzonderen zo menswaardig mogelijk kan. Tegelijkertijd ziet het NPM dat instellingen van elkaar kunnen leren. 

In afzondering zijn patiënten extra kwetsbaar

Het NPM heeft ervoor gekozen om speciale aandacht te geven aan separeren en afzonderen – in de praktijk ook wel isoleren genoemd –, omdat de maatregel erg ingrijpend is. De mens is een sociaal wezen en het is daarom zwaar om het grootste deel van de dag alleen te zijn en weinig contact met anderen te hebben.  

Er zijn verschillende redenen om het toch te doen.  Bijvoorbeeld vanwege de orde en veiligheid in de inrichting, om ernstig gevaar voor de gezondheid van de patiënt af te wenden, of als straf.  

Maar afzonderen is niet zonder risico. Uit onderzoek blijkt dat het kan leiden tot zowel psychische als lichamelijke gezondheidsproblemen. Personen die al psychische problemen hebben zijn extra kwetsbaar voor dergelijke nadelige gevolgen. Daarom is het belangrijk om afzondering zo veel mogelijk te voorkomen. De kans op en de ernst van die gezondheidsgevolgen neemt toe naarmate verblijf in afzondering langer duurt. Als afzondering plaatsvindt, is het belangrijk dat dit zo kort mogelijk en onder humane omstandigheden gebeurt. 

Het onderzoek

Het NPM is bij alle vijf Penitentiaire Psychiatrische Centra (PPC's) en zeven Forensische Psychiatrische Centra (FPC's) van Nederland geweest. PPC’s zijn onderdelen van penitentiaire inrichtingen (gevangenissen) waar gedetineerde personen met ernstige psychische problematiek verblijven. FPC’s zijn gesloten justitiële instellingen met het hoogste beveiligingsniveau, waar patiënten verblijven aan wie tbs met dwangverpleging is opgelegd. In de volksmond worden deze instellingen tbs-klinieken genoemd.  

Het NPM-team heeft met veel patiënten en medewerkers gesproken en keek bij langere bezoeken mee op verschillende afdelingen. 

Het personeel is betrokken

Overal waar het NPM-team kwam, zagen de teamleden dat medewerkers heel betrokken waren bij hun patiënten en vaak met creatieve oplossingen kwamen om toch afzonderen te voorkomen of draaglijker te maken. Zo vertelde een medewerker dat wanneer een patiënt minder behoefte heeft aan een praatje, ze soms tijdens het moment in de buitenlucht een zachte bal overgooien. Ook begeleiden medewerkers in verschillende locaties patiënten in afzondering soms met het bellen naar een naaste.  

Daarnaast werken meerdere instellingen volgens de FHIC-methode. FHIC staat voor Forensic High Intensive Care. Dit betekent dat medewerkers veiligheid proberen te creëren, juist door contact te houden met patiënten in crisis. 

Minimaal twee uur betekenisvol contact

Eén van de punten die wel kan verbeteren is dat met iedereen in afzondering minimaal twee uur betekenisvol contact plaatsvindt. Mensen hebben immers contact met anderen nodig om gezond te blijven. Het is daarbij belangrijk dat er betekenisvol contact is. Alleen het geven van eten of medicatie is dat niet.  

Betekenisvol contact gaat om interactie die face-to-face en zonder fysieke barrières is, meer dan vluchtig of incidenteel is, en empathische communicatie mogelijk maakt. Soms is er weinig personeel of zitten er veel mensen in de separeerafdeling. Dan lukt het niet altijd om minimaal twee uur betekenisvol contact te bieden. Het is dan belangrijk voor de instelling om toch de randvoorwaarden te creëren om dat contact mogelijk te maken.

Onderzoek aan het lichaam

Ook onderzoek aan het lichaam behoeft aandacht. Bij sommige instellingen kijken medewerkers standaard in de holtes van het naakte lichaam van de patiënt voordat hij of zij afgezonderd of gesepareerd wordt. Dat doen ze om te controleren of de patiënt iets bij zich heeft waarmee hij of zij zichzelf of een ander pijn kan doen. Zo’n onderzoek aan het lichaam is ingrijpend en maakt inbreuk op bepaalde grondrechten. Bijvoorbeeld het recht op onaantastbaarheid van het lichaam: anderen mogen niet zomaar aan jouw lichaam zitten, tenzij daar een heel goede reden voor is.  

Het NPM adviseert om beleid te maken waarin wordt geschreven wanneer het toch echt nodig is om onderzoek aan het lichaam uit te voeren. Dit kan per situatie en persoon verschillen. Hierover kunnen de instellingen ook met elkaar in gesprek, want sommige instellingen doen minder vaak of geen onderzoek aan het lichaam, zonder dat het ten koste gaat van de veiligheid in de instelling. 

Goede voorbeelden om te inspireren

Dit zijn slechts twee van de acht kernbevindingen die in het rapport aan bod komen. Elke kernbevinding wordt geïllustreerd met goede voorbeelden en aanbevelingen. Op die manier kunnen instellingen zien hoe andere instellingen mogelijkheden creëren om te voorkomen dat mensen worden afgezonderd of als het toch gebeurt, dit zo menswaardig mogelijk te doen.