Voor het College voor de Rechten van de Mens stond het jaar 2025 onmiskenbaar in het teken van een nieuwe start. Met een interim-voorzitter aan het roer werd een strategisch meerjarenplan vastgesteld en kreeg de nieuwe inrichting van het College gestalte: een nieuw Bestuursreglement voorziet in een kleiner bestuur en duidelijk omschreven taken. Tegelijkertijd werd ook de structuur van het bureau – dat wil zeggen: de ruim 90 medewerkers die onmisbaar zijn voor het functioneren van het College – tegen het licht gehouden en versterkt.
Onder dat gesternte werden 4 nieuwe collegeleden benoemd: eerst 2 leden die specifiek met de behandeling van gelijkebehandelingsklachten werden belast, vervolgens een voorzitter en een ondervoorzitter. Samen met het al in 2024 benoemde collegelid dat verantwoordelijk is voor het Nationaal Preventie Mechanisme, vormt dit vijftal het nieuwe College.
Daarbij bleef het niet. Vooruitlopend op nieuwe taken die aan het College werden toevertrouwd, gingen 2 kwartiermakers aan de slag. Een van hen richtte zich op Caribisch Nederland, waar het College vanaf 1 januari 2026 bevoegd is om klachten over ongelijke behandeling te beoordelen. Daarmee wordt een belangrijke stap gezet in de versterking van de mensenrechten in het Caribische deel van ons Koninkrijk. Voor de uitvoering van deze nieuwe taak werden 2 plaatsvervangende collegeleden benoemd en werden afspraken gemaakt voor samenwerking met lokale partners.
Artificiële intelligentie vormde het aandachtsgebied van de tweede kwartiermaker – het College is geïdentificeerd als grondrechtenautoriteit in de zin van de EU-verordening inzake artificiële intelligentie. In een tijd waarin technologie steeds diepere sporen trekt in ons dagelijks leven, moeten AI-systemen veilig zijn en de mensenrechten respecteren.
Daarnaast zette het College in 2025 zijn werk voort als toezichthouder op de naleving van het VN-verdrag handicap. Als Nationaal Preventie Mechanisme draagt het College bij aan de menswaardige behandeling van mensen van wie de vrijheid ontnomen is. In de loop van 2025 werd duidelijk dat het College een vergelijkbare rol op zich zal nemen in het kader van het asielbeleid: als onafhankelijk toezichthouder zal het waken over de rechten van degenen die in Nederland asiel vragen en de screeningsprocedure doorlopen.
Intussen blijft het College een belangrijk aanspreekpunt voor burgers. Ook in 2025 kwamen honderden meldingen en klachten over discriminatie binnen. In 88 van de 139 oordelen werd een verboden onderscheid geconstateerd. Verschillende uitspraken trokken veel media-aandacht. Net als in voorgaande jaren bleek de overgrote meerderheid van de aangesproken organisaties bereid om de noodzakelijke maatregelen te treffen. Zo draagt het College bij aan concrete verandering en aan versterking van de mensenrechten in Nederland.
Bij al deze positieve ontwikkelingen waren er ook grote zorgen. Die hadden deels betrekking op de snel verslechterende situatie in de wereld en de verzwakking van de internationale rechtsorde. In Nederland deed het inmiddels afgetreden kabinet-Schoof verschillende voorstellen die naar het oordeel van het College op gespannen voet stonden met de rechten van de mens. In een tijd van polarisatie blijkt de democratische rechtsstaat geen rustig bezit.
En zo blijft het College zich inzetten om de mensenrechten in al hun facetten onder de aandacht te brengen, te versterken en te bevorderen. Waarbij onze deur openstaat voor burgers die menen dat hun rechten geschonden zijn. Met vertrouwde middelen, met nieuwe instrumenten, soms tegen de stroom in, maar altijd gedragen door de enorme inzet en expertise van de medewerkers.
Nico Schrijver en Rick Lawson