Oordelen

Grondontwikkeling Nederland B.V. discrimineerde een medewerkster, omdat de directeur haar seksueel intimideerde.

Oordeelnummer 2016-114
27-10-2016
Geslacht

Volledig oordeel

Oordeel

2016-114

 

Datum: 27 oktober 2016

Dossiernummer: 2016-0257

 

 

Oordeel in de zaak van

 

[. . . ]

wonende te [. . . ], verzoekster

tegen

Grondontwikkeling Nederland B.V.

gevestigd te Alkmaar, verweerster

 

1 Verzoek

1.1 Verzoekster vraagt het College voor de Rechten van de Mens (hierna: het College) om te beoordelen of verweerster haar seksueel heeft geïntimideerd en daarmee jegens haar verboden onderscheid op grond van geslacht heeft gemaakt bij de arbeidsomstandigheden.

 

2 Verloop van de procedure

2.1 Het College heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- verzoekschrift van 14 juli 2016, ontvangen op dezelfde dag;

- verweerschrift van 16 augustus 2016;

- e-mail van verweerster van 8 september 2016.

2.2 Het College heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 september 2016. Partijen zijn verschenen. Verzoekster werd bijgestaan door mr. I. Janssen, advocaat te Utrecht.  Verweerster werd vertegenwoordigd door [. . . ], jurist bij verweerster, en [. . . ], HR-adviseur bij verweerster, die werden vergezeld door [. . .], medewerker Compliance bij verweerster.

2.3 [. . . ], de directeur van verweerster (hierna: de directeur), is hoewel op de bij wet voorgeschreven wijze opgeroepen, niet verschenen.

 

3 Feiten

3.1 Verweerster is een handelaar in onroerend goed.

3.2 Verzoekster is op 1 mei 2015 bij verweerster in dienst getreden in de functie van copywriter. In november 2015 wordt zij marketing manager. Op 12 december 2015 krijgt zij een contract voor onbepaalde tijd. Op 12 augustus 2015 hebben de directeur en verzoekster op Whatsapp de volgende conversatie:

 

(rond 21:00 uur)

 

De directeur: “vrouw kids”

Verzoekster reageert met: “altijd alle tijd”

De directeur: “Weg, hahah, (hartjes)

Verzoekster: “hahah”

De directeur: “ kijk maar”

Verzoekster: “lekkertje ben je”

De directeur: “gayyy”

Verzoekster: “GAAAAAAAY”

De directeur: kom, kom kom kom kom kom”

Verzoekster: “hahaha, sorry wat? Ik verstond je niet”

De directeur: “hahaha kom kom”

3.3 Op 10 september 2015 stuurt verzoekster de directeur om 17:17 uur onderstaande e-mail:

“Ook mee bezig, zet dit uit bij (…) en sla hem af en toe met een zweep omdat ie dan harder werkt en omdat ie dat lekker vindt. (…) is nu 3d voor salsapand aan het maken, heb net wat afspraken met (…) ingepland voor de uitvoering van het klaarmaken van het pand, en heb die retards met hun 2 ton al ingelicht dat we niet met ze door gaan. Ben nu tekst vacature vastgoed advocaat in loondienst aan het uitwerken, voor op de website. Filmpjes ook met (…) mee bezig.”

De directeur reageert hierop in een e-mail van 17:19 uur met: “kusje op je k….tje..”

3.4 Op 30 september 2015 stuurt de directeur verzoekster om 23:01 uur via Whatsapp het bericht: “Lekker, ga nu slapen”. Verzoekster reageert hier vervolgens op met: “qua marketing is goed verhaal ook. Goed zo. Zie ik je morgen baby?”. De directeur reageert hierop met: “Je zag er geil uit vandaag gaylords, trusteeeee.”

3.5 Op 17 oktober 2015 stuurt de directeur verzoekster om 22:31 uur het Whatsapp- bericht: “Ben jij eigenlijk een beffer”.

3.6 Verzoekster meldt zich op 21 april 2016 ziek. Op 10 mei 2016 klaagt zij voor het eerst bij verweerster over seksuele intimidatie door de directeur. Zij wordt op 13 mei 2016 op staande voet ontslagen.

 

4 Seksuele intimidatie?

Standpunt verzoekster

4.1 Verzoekster voert aan dat de directeur, haar direct leidinggevende, haar seksueel heeft geïntimideerd. Al vlak na haar indiensttreding werd zij geconfronteerd met seksueel grensoverschrijdend gedrag van de directeur, op de werkvloer en in e-mails en Whatsapp-berichten. Uit angst voor ontslag leerde zij zichzelf te ‘levelen’ met de directeur door informeel en op een ‘lacherige’ manier met hem te communiceren. Met zakelijke communicatie viel namelijk met de directeur geen contact te krijgen. Binnen het bedrijf van verweerster heerst een angstcultuur. De medewerkers zijn bang voor de grillen van de directeur. Ontslag ligt altijd op de loer. In verband daarmee is er een enorm personeelsverloop.

Standpunt verweerster

4.2 Verweerster stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van seksuele intimidatie door de directeur. Verzoekster nam zelf het initiatief tot het versturen van seksueel getinte berichten binnen het bedrijf. Aan een interne presentatie voor de directie gaf zij verder de titel: ‘van Gays naar Gaylords’. Ten aanzien van haar bedrijfscultuur licht verweerster toe dat die zich kenmerkt als een echte verkoperscultuur waarin werknemers continue worden gemotiveerd. Zowel vrouwelijke als mannelijke werknemers worden daarbij weleens aangesproken in ‘ongebruikelijke’ bewoordingen. Verweerster erkent dat binnen het bedrijf sprake is van een groot personeelsverloop. In het afgelopen jaar werden ongeveer 140 nieuwe medewerkers aangenomen en zijn er 120 uit dienst getreden. Volgens verweerster is de salesafdeling hard gegroeid. Daardoor stond de werving van personeel onder grote druk. Heel wat nieuwe medewerkers bleken al snel als verkoper minder geschikt te zijn. In dat geval werd van hen afscheid genomen.

Beoordeling door het College

4.3 Een werkgever mag bij de arbeidsomstandigheden geen onderscheid op grond van geslacht maken. Dat is neergelegd in artikel 7:646, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW). In artikel 7:646, zesde lid, BW is bepaald dat het verbod van onderscheid mede het verbod van (seksuele) intimidatie inhoudt. Indien een leidinggevende zich schuldig heeft gemaakt aan seksuele intimidatie, is de werkgever hiervoor rechtstreeks verantwoordelijk, óók als de werkgever hiervan niet op de hoogte was. Het College stelt vast dat verzoekster klaagt over het gedrag van de directeur. Verzoekster verrichtte haar werkzaamheden onder gezag van de directeur, die dat gezag uitoefende namens verweerster. Diens gedrag kan dan ook rechtstreeks aan verweerster worden toegerekend.

4.4 Onder seksuele intimidatie wordt volgens artikel 7:646, achtste lid, BW, verstaan: enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie, dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd. Het College overweegt dat het begrip ‘seksuele connotatie´ in de wetgeving niet nader is omschreven. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het de bedoeling van de wetgever was om de vraag wat geldt als seksueel intimiderend gedrag zo veel mogelijk te objectiveren. Het is volgens de wetgever niet de bedoeling om "in rechte te strijden over de innerlijke belevingswereld van de betrokkenen", dat wil zeggen de pleger en het slachtoffer (Kamerstukken II, 2005-2006, 30 237, nr. 6, p. 8). Zoals de Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld, moet het gaan om "gedrag dat een normaal weldenkend mens heeft kunnen beleven als seksueel van aard" (CRvB 15 mei 2003, r.ov. 3.2, ECLI:NL:CRVB:2003:AF9717).

4.5 De eerste vraag die voorligt is of het gedrag van de directeur in de gegeven context naar objectieve maatstaven kan worden aangemerkt als seksueel van aard. De bewoordingen en de toonzetting van de Whatsapp- en e-mailberichten (zie 3.2 -3.5) die de directeur aan verzoekster stuurde, zijn naar het oordeel van het College duidelijk seksueel getint. Het College concludeert derhalve dat de gedragingen van de directeur kunnen worden aangemerkt als gedragingen met een seksuele connotatie.

4.6 De tweede vraag die moet worden beantwoord is of de gedragingen van de directeur als doel of gevolg hebben gehad dat de waardigheid van verzoekster is aangetast. Het College overweegt dat het antwoord daarop mede afhangt van de context waarbinnen het gedrag heeft plaatsgevonden (vergelijk Hoge Raad 10 juli 2009, NJ 2010, 128, ECLI:NL:PHR:2009:BI4209, m.nt. H.J. Snijders). Tussen de directeur en verzoekster was sprake van een gezagsrelatie. Dit brengt voor de directeur een bijzondere verantwoordelijkheid mee, in die zin dat hij als leidinggevende dient te voorkomen dat een situatie ontstaat waarin van zijn kant sprake is van gedragingen met een seksuele connotatie, waaraan verzoekster zich vanwege de gezagsrelatie niet of moeilijk kan onttrekken. De directeur stuurde verzoekster seksueel getinte Whatsapp-berichten en e-mails. Deze berichten werden ook uitgewisseld tijdens werkgerelateerd contact tussen verzoekster en de directeur. De seksueel getinte berichten waren daarmee verweven met verzoeksters werkzaamheden.

4.7 Vanwege de verwevenheid van de berichten met verzoeksters werkzaamheden passeert het College het verweer dat verzoekster zelf ook seksueel getinte opmerkingen heeft gemaakt. Ter zitting heeft verzoekster overtuigend gesteld dat het juist het gedrag van de directeur was dat haar ertoe bracht om ook zulke opmerkingen te maken. Verweerster heeft dit onvoldoende weersproken en heeft ter zitting ook erkend dat de directeur op een ‘onverstandige manier’ met verzoekster communiceerde. Voor verzoekster is hiermee een situatie ontstaan waaraan zij zich niet of moeilijk kon onttrekken. De angst van verzoekster om haar baan te verliezen acht het College reëel. Immers, verzoekster stond onder het gezag van de directeur. Daarbij betrekt het College tevens de geschetste bedrijfscultuur en de vele ontslagen binnen het bedrijf. Dat verzoekster zich tijdens haar dienstverband, zoals door verweerster naar voren is gebracht, niet tot de vertrouwenspersoon heeft gewend, doet hier niet aan af. Verzoekster heeft verklaard dat zij niet wist of er een interne vertrouwenspersoon in het bedrijf was. Bovendien, als zij daarvan wel op de hoogte was geweest, zou zij zich niet tot die functionaris hebben gewend vanwege het risico dat haar verhaal dan niet in veilige handen zou zijn geweest.

4.8 Gelet op deze omstandigheden oordeelt het College dat het gedrag van de directeur moet worden aangemerkt als gedrag met een seksuele connotatie dat als gevolg had voor verzoekster een bedreigende situatie werd gecreëerd. Daardoor is haar waardigheid aangetast. Nu vaststaat dat verzoekster door haar leidinggevende seksueel geïntimideerd is, concludeert het College dat verweerster jegens haar onderscheid heeft gemaakt op grond van geslacht. Op het verbod van onderscheid in de zin van seksuele intimidatie is geen wettelijke uitzondering van toepassing. Het onderscheid is daarom verboden.

 

5 Oordeel

Grondontwikkeling Nederland B.V. heeft jegens [. . . ] verboden onderscheid op grond van geslacht gemaakt in de vorm van seksuele intimidatie. Aldus gegeven te Utrecht op 27 oktober 2016 door mr. E.J.M. Hofhuis, voorzitter, mr. Ch. M. van der Bas en prof. mr. J.C.J. Dute, leden van het College voor de Rechten van de Mens, in tegenwoordigheid van mr. N. Rakraki, secretaris.

mr. E.J.M. Hofhuis 

mr. N. Rakraki

namens deze,

mr. R.E.M. Schimmel

secretaris

 

 

 

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: