Oordelen

Geen ongelijke behandeling op grond van burgerlijke staat.

Oordeelnummer 2005-208 lees verder

Samenvatting

Verzoeker is ongehuwd en hij woont alleen. Hij klaagt over de Nederlandse Spoorwegen Reizigers B.V., die sinds 2005 geen Zomertoerkaarten voor &#233&#233n persoon meer aanbiedt, maar alleen Zomertoerkaarten voor twee of drie personen. De Zomertoerkaart maakt het mogelijk tijdens de zomer goedkoop te reizen op twee reisdagen uit een periode van zeven. Verzoeker voelt zich gediscrimineerd op grond van burgerlijke staat.

De Commissie overweegt dat, hoewel in zijn algemeenheid aannemelijk is dat alleenstaanden vaker alleen reizen dan gehuwden of samenwonenden, dit niet tevens op voorhand het geval is bij het gebruik maken van de door een Zomertoerkaart geboden reismogelijkheden. Alleenstaanden reizen ook met een ander of anderen en maken op die manier gebruik van de kaart. Ook komt het voor dat een gehuwde of samenwonende alleen op reis gaat.

In het onderhavige geval is er bij gebrek aan onderbouwing geen inzicht in het aantal gehuwden of samenwonenden dat voorheen alleen of samen reisde ten opzichte van het aantal alleenstaanden. De Commissie oordeelt dat derhalve niet de conclusie kan worden getrokken dat door het ontbreken van een eenpersoons-Zomertoerkaart ongehuwden in het bijzonder worden getroffen. Geen onderscheid op grond van burgerlijke staat.

Grond:

Trefwoord: