Toegelicht

Dyslexie of dyscalculie bij examens

6 mei 2014 - Laatste update 26 januari 2016

Bij schriftelijke eindexamens kunnen leerlingen met dyslexie of dyscalculie een hulpmiddel gebruiken. Hoe kan een school het beste met dergelijke aanpassingen omgaan?

Dyslexie of dyscalculie bij examens

Wat speelt er?

Vanaf 12 mei 2014 gaan de centraal schriftelijke eindexamens weer van start. Voor leerlingen met dyslexie of dyscalculie kan dit betekenen dat zij bij het afleggen van het examen behoefte hebben aan een hulpmiddel. Zij kunnen de school dan om een aanpassing vragen. Gedacht kan hierbij worden aan een het gebruik van een voorleeshulp voor leerlingen met dyslexie of een formulekaart voor leerlingen met dyscalculie.

Voorwaarden voor aanpassing

Leerlingen moeten zelf aangeven dat zij behoefte hebben aan een aanpassing. De aanpassing moet de belemmeringen van de beperking wegnemen en moet noodzakelijk zijn. Een aanpassing is noodzakelijk als er geen andere mogelijkheden zijn om hetzelfde doel te bereiken. Ook mag de gevraagde aanpassing geen onevenredige belasting vormen voor de school. Als hieraan is voldaan, moet de school de gevraagde aanpassing(en) verrichten.

Procedure bij het College voor de Rechten van de Mens

Leerlingen of hun ouders kunnen bij het College voor de Rechten van de Mens een verzoek om een oordeel indienen over de vraag of een school in strijd handelt met de gelijkebehandelingswetgeving door een gevraagde aanpassing niet te verrichten. Het College zal dit onderzoeken, een zitting houden en uiteindelijke een oordeel geven. Het College is uitsluitend bevoegd te oordelen over aanpassingen bij het afnemen van examens. Als de gevraagde aanpassing betrekking heeft op de inhoud van het examen is het College niet bevoegd. In de afgelopen jaren oordeelde het College regelmatig over zaken van leerlingen die vroegen om een aanpassing tijdens het examen. Zo oordeelde het College in oordeel 2014-37 dat een school in strijd handelde met de wet als een leerling met dyslexie geen gebruik mag maken van een digitaal woordenboek tijdens het examen. In oordeel 2013-61 oordeelde het College dat een school in strijd handelde met de wet door de gevraagde formulekaart af te wijzen en alleen een beperkte formulekaart toe te staan tijdens het examen. Voor meer oordelen hierover zie de nummers 2013-3 en 2013-58.

Mensenrechten

Artikel 1 van de Grondwet bepaalt dat iedereen die zich in Nederland bevindt, in gelijke gevallen gelijk behandeld moet worden. Dat geldt ook voor mensen met een beperking. Het verbod van discriminatie is verder uitgewerkt in de gelijkebehandelingswetgeving. In de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte is vastgelegd dat leerlingen met een beperking recht hebben op gelijke behandeling in het onderwijs. Op grond van deze wet moet een school doeltreffende aanpassingen verrichten voor leerlingen met een beperking zodat zij als ieder ander kunnen deelnemen aan het onderwijs. Ook rust op de school een onderzoeksplicht. De school moet de mogelijkheden van de gevraagde aanpassing(en) onderzoeken. De verplichting om doeltreffende aanpassingen te verrichten geldt ook bij het afnemen van examens.

VN-Verdrag

Het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap vertelt wat landen moeten doen om te komen tot een inclusieve samenleving, die open staat voor mensen met allerlei soorten beperkingen. Centrale begrippen in het verdrag zijn inclusie, persoonlijke autonomie en volledige participatie. Het Verdrag richt zich ook op onderwijs. Nederland heeft het Verdrag op 30 maart 2007 ondertekend. Onlangs ging de ministerraad akkoord met de uitvoeringswet die ratificatie van het Verdrag mogelijk maakt.

Het wetsvoorstel wordt nu ter advisering aan de Raad van State voorgelegd.

In de media

Datum

Titel artikel Bron
11-05-2012 'Beschuldiging discriminatie school onterecht' Nu.nl

Wil je iets kwijt over dit onderwerp?