Toegelicht

Dag van de Democratie: stemrecht en vrijheid van meningsuiting

16 september 2019 - Laatste update 16 september 2019

Je stem kunnen uitbrengen en vrijheid van meningsuiting zijn essentieel om mee te kunnen doen in een democratie. Echter, dat is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Denk bijvoorbeeld aan mensen met een beperking die soms problemen ervaren bij het uitbrengen van hun stem.

Uit onderzoek van het College blijkt dat het grootste deel van de Nederlandse bevolking vindt dat mensen in het openbaar moeten kunnen zeggen of schrijven wat zij willen. Wel is die steun afhankelijk van de vorm en inhoud van de uiting. Rond de Dag van de Democratie staat het College dan ook stil bij mensenrechten zoals het stemrecht en de vrijheid van meningsuiting.

Groep demonstrerende mensen met een jong meisje op de schouders

Misschien wel de meest directe manier om mee te kunnen doen in een democratie is door het uitbrengen van je stem tijdens verkiezingen. Het stemrecht is opgenomen in verschillende mensenrechtenverdragen, zoals het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Om je stemrecht te kunnen uitoefenen is het natuurlijk belangrijk dat er regelmatig verkiezingen worden georganiseerd, maar ook dat er een gelijkwaardig kiesrecht is. Dit betekent dat iedereen op gelijke wijze zijn stem kan uitbrengen. Een mooi voorbeeld is het 100-jarig kiesrecht voor vrouwen dat we dit jaar in Nederland vieren.

Toegankelijkheid stemlokalen

Toch is deze gelijkheid nog niet voor iedereen gerealiseerd. Mensen met een beperking ervaren soms problemen met het uitbrengen van hun stem, omdat zij problemen ervaren met de toegankelijkheid in stemlokalen of omdat hun hulp in het stemhokje wordt geweigerd als zij hier om vragen. Dit blijkt onder meer uit de signalen die het College voor de Rechten van de Mens ontving bij het Meldpunt Onbeperkt Stemmen.

Representatieve democratie

Het stemrecht is meer dan alleen het een keer per vier jaar uitbrengen van een stem in het stembureau. Het gaat er ook om dat je je daadwerkelijk vertegenwoordigd voelt. In Nederland hebben we een representatieve democratie. Door middel van verkiezingen kiezen we degenen die ons vertegenwoordigen in het parlement.

Idealiter is dit een afspiegeling van de gehele bevolking. In de realiteit is dit echter op veel gebieden, zoals opleidingsniveau, afkomst, en man/vrouw verhouding niet zo. Zo zitten er meer mannen in de Tweede Kamer dan vrouwen, en is het opleidingsniveau overwegend universitair. Dat is niet een afspiegeling van de Nederlandse samenleving. Dit kan stemmers het gevoel geven dat zij niet zijn vertegenwoordigd.

Zo blijkt uit het Nationaal Kiezersonderzoek 2017 van de Stichting Kiezersonderzoek Nederland dat een derde van de kiezers vindt dat de politieke vertegenwoordiging te wensen overlaat. Dit kan tot gevolg hebben dat het vertrouwen in de politiek afneemt, of dat mensen geen gebruik meer maken van hun stemrecht. De Staatscommissie Remkes pleit dan ook onder andere voor een aanpassing van het kiesstelsel voor de Tweede Kamer.

Het is dus de opdracht en taak van de gekozen volksvertegenwoordiging om, ondanks dat zij niet een volledige afspiegeling zijn van de bevolking, stemmers te laten merken dat zij naar het luisteren en dat aan hun wensen gehoor wordt gegeven.

Vrijheid van meningsuiting

In een democratie moet ruimte zijn voor verschillende meningen en moet je  deze mening ook kunnen uiten, bijvoorbeeld door te demonstreren. Dit is ook een manier om te participeren in een democratie. Het geeft je namelijk  de mogelijkheid om aandacht te vragen voor een bepaald onderwerp, om onvrede te uiten over beleid, of om de overheid op te roepen om iets te veranderen.

Het College voor de Rechten van de Mens heeft in 2018 onderzocht hoe Nederlanders aankijken tegen de vrijheid van meningsuiting. Samen met het recht om te demonstreren ligt vrijheid van meningsuiting immers aan de basis van een vrij en democratisch land.

Zolang we het maar eens zijn?

Uit het onderzoek 'Zolang we het maar eens zijn?' blijkt dat het grootste deel van de Nederlandse bevolking vindt dat mensen in het openbaar moeten kunnen zeggen of schrijven wat zij willen. Wel is die steun afhankelijk van de vorm en inhoud van de uiting. Ook vinden de ondervraagden dat er een groot verschil is tussen online en offline zeggen wat je wilt. Op social media neemt die steun voor het vrije woord af naar 24 procent. Ook vindt 60 procent van de bevolking dat social mediaberichten moeten verwijderen die beledigend zijn voor bepaalde bevolkingsgroepen.

Bijna twee-derde van de bevolking vindt dat mensen te snel gekwetst zijn door de mening van een ander. Zelf voelen mensen zich maar zelden gekwetst: 9 procent voelt zich vaak gekwetst door uitingen die onder het mom van de vrijheid van meningsuiting worden gedaan.

Demonstratievrijheid: steun afhankelijk van onderwerp

Het recht om in het openbaar te demonstreren wordt door Nederlanders gesteund. Slechts 6% zegt ‘Oneens’. Er is wel een grote groep die het in midden houdt. Voor hen zal het afhangen van vorm en of inhoud. Dat blijkt als we verschillende soorten demonstraties voorleggen: een lerarenstaking krijgt met 69% duidelijk meer steun dan een anti-Zwarte Pietendemonstratie: 16 procent vindt zo’n demonstratie zeer acceptabel.

Democratie en mensenrechten

Je stem kunnen uitbrengen en het recht om in vrijheid je mening te kunnen vormen en deze ook in vrijheid te kunnen uiten, zijn de basis van een democratische samenleving. De overheid moet deze rechten dan ook faciliteren en waarborgen. Dit betekent dat het niet per definitie de mening van de meerderheid is die geldt en dat andere meningen er niet meer toe doen. Ook mensen die een minderheidsstandpunt hebben moeten deze kunnen uiten. Wederzijds respect voor elkaars meningen en standpunten bevordert dat iedereen zich onderdeel voelt van de samenleving.