Sfeerbeeld van kinderen die knutselen

Onderwijs met een beperking

Sommige kinderen met een beperking zitten thuis, omdat scholen hen niet toelaten. Scholieren met een beperking krijgen soms een lager studieadvies dan medescholieren zonder beperking, terwijl zij dezelfde schoolresultaten hebben. Ook stoppen studenten soms voortijdig met hun studie, omdat hun opleiding niet zorgt voor aanpassingen.

Wat kan een school doen? Bijvoorbeeld zorgen voor een rustige werkplek voor leerlingen met een concentratiestoornis of leessoftware voor een leerling met dyslexie. En voor leerlingen die een rolstoel gebruiken, is het fijn om les te krijgen op de begane grond. Soms weet een school zelf niet goed wat er wel of niet mag wat betreft gelijke behandeling. De school kan dan het beleid aan ons voorleggen. Wij onderzoeken dan of het beleid niet discriminerend is via een een Oordeel omtrent eigen handelen. Ook met andere vragen kan een school bij het College terecht. 

 

 

Naar inclusief onderwijs

In het VN-verdrag handicap staat dat de overheid moet zorgen voor een inclusief onderwijssysteem op alle niveaus. Dat is een systeem dat zo is ingericht dat alle kinderen aan het onderwijs kunnen deelnemen. Dan bestaan er dus geen aparte scholen voor kinderen met een beperking.

In Nederland hebben we sinds 2014 de Wet passend onderwijs. Die moet ervoor zorgen dat leerlingen met een beperking zo veel mogelijk naar een ‘gewone’ school gaan. Een school voor speciaal onderwijs is echt alleen voor leerlingen die heel speciale extra zorg nodig hebben. Scholen zijn verantwoordelijk een leerling die (extra) ondersteuning nodig heeft, te plaatsen. De school moet altijd eerst zelf onderzoeken of zij de leerling (extra) ondersteuning kan bieden. Als dat niet kan, moet de school zoeken naar een andere school waar de leerling wel voldoende extra ondersteuning krijgt. De school is verplicht daarvoor te zorgen. Dat wordt zorgplicht genoemd.

Het College heeft in verschillende rapportages geconcludeerd dat er in Nederland nog geen inclusief onderwijs is (zie monitor 2017-2019). Het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs en het aantal thuiszitters neemt nog steeds toe. Het is belangrijk dat de overheid stappen zet om inclusief onderwijs te realiseren in Nederland. Het College monitort dit ook als toezichthouder op het VN-verdrag handicap.

Discriminatieverbod in de praktijk

Discriminatie bij toegang tot onderwijs is verboden. Dat is bepaald in de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ). De wet geldt voor alle vormen van onderwijs. Het verbod geldt voor fysieke, psychische en verstandelijke beperkingen.

Wat betekent het discriminatieverbod in de praktijk? De school moet onderzoeken of de leerling of student geschikt is om aan het onderwijs deel te nemen. Een leerling is geschikt als hij of zij in staat is om de lesstof op te nemen of als hij of zij aan de vereisten voor toelating voldoet. Het is dus niet zo dat een leerling met een beperking altijd recht heeft op toelating tot de school of opleiding van zijn of haar keuze.

Aanpassingen op school

Een leerling moet de school tijdig laten weten dat hij een aanpassing nodig heeft vanwege een beperking of chronische ziekte. De school moet dan bekijken of een aanpassing nodig en mogelijk is, zodat de leerling de opleiding kan volgen en met succes kan afronden.

Een aanpassing kan bijvoorbeeld zijn:

  • een rustige werkplek voor leerlingen met concentratiestoornissen
  • lessen op de begane grond voor leerlingen in een rolstoel
  • het gebruik van leessoftware voor een leerling met dyslexie

Leidt de aanpassing die de leerling verlangt voor de onderwijsinstelling tot een onevenredige belasting, dan hoeft de instelling deze aanpassing niet te doen. Bijvoorbeeld als de aanpassing heel erg duur is of technisch niet haalbaar. Scholen moeten echter niet te snel concluderen dat iets niet kan. Het is van belang goed te onderzoeken of een aanpassing nodig is en gerealiseerd kan worden. Het is daarbij belangrijk dat leerlingen en/of ouders/verzorgers hierbij betrokken worden.

Meldingen en uitspraken

Het College ontvangt regelmatig meldingen van leerlingen en studenten die vinden dat hun onderwijsinstelling te weinig doet om toegankelijk te zijn. De afgelopen jaren heeft het College een aantal keer een oordeel gegeven op verzoek van een leerling of student.

Vaak neemt een leerling of student eerst telefonisch contact op om de situatie met een medewerker van het College te bespreken. Uit dat gesprek blijkt dan of het zinvol is de procedure voort te zetten en een verzoek om een oordeel in te dienen.

In de oordelen over deze zaken gaat het vaak om de volgende vragen. Kan van de onderwijsinstelling worden verlangd om een aanpassing te doen die de leerling met een beperking nodig heeft om:

  • toegang te krijgen tot een opleiding van die instelling?
  • die opleiding te kunnen volgen?
  • die opleiding met succes te kunnen afronden?

Wil je iets kwijt over dit onderwerp?