Wetsvoorstel maakt onderscheid tussen Nederlanders

23 september 2016 - Laatste update 21 oktober 2016

De Tweede Kamer behandelt volgende week een wetsvoorstel over vestigingseisen voor Nederlanders van Aruba, Curaçao en Sint Maarten. In het wetsvoorstel worden toelatingseisen gesteld aan de vestiging in Nederland van Nederlanders uit deze landen. Na een verblijf in Nederland van langer dan zes maanden is een vestigingsvergunning voor hen verplicht. Volgens het College voor de Rechten van de Mens maakt dit wetsvoorstel onderscheid tussen de ene en de andere Nederlander.

Wetsvoorstel maakt onderscheid tussen Nederlanders

In 2014 heeft het College al een kritische brief over dit wetsvoorstel geschreven aan de Tweede Kamer. Sindsdien is het wetsvoorstel op een paar kleine punten gewijzigd. Maar hiermee zijn de bezwaren die het College heeft niet weg. Het College heeft de volgende zorgpunten over dit wetsvoorstel:

  • Het belangrijkste bezwaar van het College is dat het wetsvoorstel onderscheid maakt tussen Nederlanders uit Aruba, Curaçao en Sint Maarten en Europese Nederlanders. Dit is onderscheid op grond van ras en hiervoor is volgens het College geen rechtvaardiging en daarom verboden.
  • Het wetsvoorstel werkt stigmatiserend en vooroordeelbevestigend. Het College is vooral bezorgd dat de politie op straat Nederlanders kan controleren of zij wel de vereiste vestigingsvergunning hebben. Dit betekent in de praktijk dat Nederlanders uit Curaçao, Aruba en Sint-Maarten hiermee worden geconfronteerd terwijl Europese Nederlanders hier geen last van zullen hebben.
  • Een aantal bepalingen in het wetsvoorstel is in strijd met de Algemene wet gelijke behandeling.

De Tweede Kamer heeft het voorstel op 4 oktober 2016 verworpen. Van Vliet, de VVD, de SGP, de Groep Bontes/Van Klaveren en de PVV stemden voor.

Meer informatie

Wetsvoorstel houdende regulering van de vestiging van Nederlanders van Aruba, Curaçao en Sint Maarten in Nederland