Kamer wijst besluit ‘Algemene Toegankelijkheid’ af

18 november 2016 - Laatste update 21 november 2016

Op 15 november heeft de Tweede Kamer het concept besluit ‘Algemene toegankelijkheid voor personen met een handicap of chronische ziekte’ afgewezen. De reactie van de Kamer komt overeen met het standpunt van het College voor de Rechten van de Mens en een groot aantal belangenorganisaties. Naar aanleiding van het besluit lieten zij weten dat het niet aansluit op het VN-verdrag handicap en geen bijdrage levert aan het toegankelijker maken van de samenleving voor mensen met een beperking. Staatssecretaris Van Rijn van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) krijgt van de Tweede Kamer tot 15 december de tijd om met een aangepast besluit te komen.

Kamer wijst besluit ‘Algemene Toegankelijkheid’ af

In een advies aan VWS schreef het College dat het besluit niet concreet en ambitieus genoeg is en bovendien niet de beoogde rechtszekerheid biedt. Om te voorkomen dat Nederland in strijd handelt met het VN verdrag handicap, moet het op verschillende punten nader onderbouwd, uitgewerkt en gewijzigd worden. Alleen dan is het voor aanbieders van goederen en diensten en werkgevers duidelijk wat er van hen verwacht wordt.

Algemene toegankelijkheid voor mensen met een beperking

Op 1 januari 2017 treedt artikel 2a van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte in werking. Dit artikel bepaalt dat aanbieders van goederen en diensten en werkgevers geleidelijk aan zorg moeten dragen voor de algemene toegankelijkheid voor mensen met een beperking. In een algemene maatregel van bestuur wordt invulling gegeven aan het begrip algemene toegankelijkheid. Het besluit ‘Algemene toegankelijkheid voor personen met een handicap of chronische ziekte’ ligt hieraan ten grondslag.

Over het VN-Verdrag handicap

Eén op de acht Nederlanders heeft te maken met een langdurige fysieke, psychische, verstandelijke, intellectuele of zintuigelijke beperking. Een deel daarvan heeft nog altijd een achtergestelde positie, waardoor zij niet volwaardig aan de samenleving kunnen meedoen. Zij worden vanwege hun beperking niet toegelaten op scholen of door werkgevers niet in dienst genomen. Ook ervaren zij obstakels als zij van het openbaar vervoer gebruik willen maken of als zij willen stemmen. Daarnaast ervaren veel mensen met een beperking belemmeringen bij de toegang tot bibliotheken, winkels, bioscopen, sportfaciliteiten en cafés. Het VN-Verdrag handicap versterkt de positie van mensen met een beperking omdat het bepaalt dat zij gelijke rechten hebben op het gebied van wonen, scholing, vervoer, werk en een aantal andere terreinen. De overheid moet ervoor zorgen dat dit wordt gerealiseerd

Meer informatie