Hoe ver moet een aanpassing gaan?

30 maart 2015 - Laatste update 27 januari 2016

Kan een school een leerling met een ernstige vorm van dyslexie vrijstellen van bepaalde vakken? Over deze vraag oordeelde het College voor de Rechten van de Mens. Een moeder vroeg de school van haar zoon om vrijstelling van de vakken Frans en Duits. De vakken zijn te zwaar voor hem en bovendien laat hij ze toch vallen zodra hij overgaat naar 4 vwo. Maar volledige vrijstelling van vakken is niet toegestaan. Wel moet een school het lesprogramma aanpassen voor leerlingen met dyslexie. Dit is ook precies wat de Willibrord Stichting deed. Daarom oordeelt het College dat de Willibrord Stichting niet discrimineert door de leerling ondanks zijn dyslexie niet vrij te stellen van de vakken Frans en Duits.

Hoe ver moet een aanpassing gaan?

Er is wettelijk geen ruimte om vrijstelling te geven voor de vakken Frans en Duits aan leerlingen in de onderbouw van middelbare scholen. Wel staat de wet toe om aanpassingen aan te brengen in het onderwijsprogramma voor leerlingen met dyslexie. De Wet gelijke behandeling voor personen met een handicap of chronische ziekte verplicht scholen om die mogelijkheid te benutten bij leerlingen met een beperking. Dit betekent niet dat de school iedere gevraagde aanpassing moet regelen. Wel moet de aanpassing geschikt zijn beperkingen die een leerling ondervindt op te heffen.

Lees de samenvatting en het oordeel (2015-27)