College teleurgesteld over uitspraken in de Bed Bad Brood zaken

26 november 2015 - Laatste update 26 januari 2016

Staatssecretaris Dijkhoff van Veiligheid & Justitie mag bij het bieden van onderdak (het zogenaamde bed bad brood) aan ongedocumenteerde vreemdelingen de voorwaarde stellen dat hij of zij meewerkt aan vertrek uit Nederland. Alleen in bijzondere omstandigheden kan van deze voorwaarde worden afgeweken. Dit blijkt uit een uitspraak van de Raad van State van vandaag.

College teleurgesteld over uitspraken in de Bed Bad Brood zaken

Omdat het Rijk geschikte opvang aan ongedocumenteerde vreemdelingen aanbiedt, hoeven gemeenten daar niet langer in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voor te zorgen. Dit laatste bepaalde de Centrale Raad van Beroep vandaag.

Beide uitspraken volgen op het oordeel van het Europees Comité bij het Europees Sociaal Handvest (ESH) van 1 juli 2014, waarin Nederland werd veroordeeld omdat het ongedocumenteerde vreemdelingen niet voorzag van voedsel, kleding en onderdak.

Standpunt College

Het College vreest dat door het stellen van de voorwaarde mee te werken aan vertrek, het risico ontstaat dat er ongedocumenteerde vreemdelingen zijn die niet de opvang zullen krijgen waar zij recht op hebben. Hierdoor zullen gemeenten geconfronteerd blijven met mensen die zonder enig perspectief op straat zwerven en daardoor onder mensonwaardige omstandigheden leven.

Het College vindt dat vanuit mensenrechtelijk perspectief ongedocumenteerde vreemdelingen minimaal recht op onderdak en drie maaltijden per dag hebben. Dat neemt niet weg dat op hen nog steeds de verplichting rust Nederland te verlaten. Aan de toegang tot deze voorzieningen mag de overheid geen voorwaarden stellen, zoals de eis om mee te werken aan vertrek naar het land van herkomst.

Het College heeft eerder gewezen op de verplichting om opvang te bieden aan ongedocumenteerden, die voortvloeit uit artikel 11 van het Internationaal Verdrag inzake economisch sociale en culturele rechten (IVESCR). Het stimuleren van ongedocumenteerde vreemdelingen om het land te verlaten door hen voorzieningen te onthouden kan in het kader van het EVRM weliswaar zijn toegestaan, maar niet in het kader van het IVESCR. Zie voor een uitgebreidere toelichting op dit punt het opinieartikel van Collegelid Stans Goudsmit in het Nederlands Juristenblad. Het College stelt vast dat zowel de Raad van State als de Centrale Raad van Beroep aan dit verdragsartikel geen aandacht besteden.

Hoe nu verder?

De staatssecretaris en gemeenten werken aan een bestuursakkoord waarin zij afspraken maken over verantwoordelijkheden en de wijze waarop zij vorm gaan geven aan de opvang voor ongedocumenteerde vreemdelingen. Beide partijen hebben aangegeven de uitspraken van vandaag te willen afwachten om definitief tot afspraken te komen. Het College zal nauwlettend in de gaten houden of en hoe de rechten van ongedocumenteerde vreemdelingen in het bestuursakkoord worden gerespecteerd.