Cao-onderhandelingen rechtvaardigen discriminatie niet

19 mei 2015 - Laatste update 27 januari 2016

Het tegengaan van discriminatie kan nooit afhankelijk zijn van de uitkomsten van cao-onderhandelingen. Dat oordeelt het College voor de Rechten van de Mens. Politiemedewerkers krijgen soms ruim voor hun AOW-leeftijd eervol ontslag, bijvoorbeeld omdat zij het politiewerk fysiek niet meer aankunnen. Om het inkomensgat tot het pensioen te overbruggen krijgen zij dan een bovenwettelijke uitkering die bestaat uit een aanvullende en een aansluitende uitkering. De aansluitende uitkering stopt zodra de medewerker 65 jaar wordt, terwijl de AOW-leeftijd inmiddels hoger ligt. Dit leidt tot discriminatie van medewerkers bij wie de AOW-leeftijd hoger dan 65 jaar ligt. Zowel de minister van Veiligheid en Justitie, nationale politie en politievakbonden zijn zich hiervan bewust. Toch kiezen zij ervoor de cao-onderhandelingen af te wachten in plaats van de discriminatie aan te pakken, waarmee zij zich schuldig maken aan leeftijdsdiscriminatie.

Cao-onderhandelingen rechtvaardigen discriminatie niet

De zaak werd bij het College aangespannen door een politiemedewerker die op 52-jarige leeftijd eervol ontslag kreeg. Zijn AOW start pas als hij 67 jaar wordt, waardoor hij een inkomensgat van twee jaar heeft. De man vindt dit leeftijdsdiscriminatie, omdat collega’s die tijdens de looptijd van de aansluitende uitkering 65 jaar worden, wel voor de volledige duur de uitkering krijgen. Zij worden dus niet geconfronteerd met een inkomensterugval. De minister, nationale politie en politievakbonden ontkennen niet dat de leeftijdsgrens discriminatie is en dat hiervoor geen goede reden is. Maar zij vinden het tijdens de cao-onderhandelingen wel gerechtvaardigd om de discriminatie in stand te laten. Het College oordeelt dat het recht om niet gediscrimineerd te worden niet afhankelijk gemaakt kan worden van de uitkomsten van onderhandelingen.

Lees de samenvatting en het oordeel (2015-53)

Lees de samenvatting en het oordeel (2015-54)