Besluit ‘Algemene toegankelijkheid’ biedt onvoldoende houvast

10 november 2016 - Laatste update 10 november 2016

Het besluit ‘Algemene toegankelijkheid voor personen met een handicap of chronische ziekte’ is niet concreet en ambitieus genoeg en biedt bovendien niet de beoogde rechtszekerheid. Om te voorkomen dat Nederland in strijd handelt met het VN verdrag handicap, moet het besluit op verschillende punten nader onderbouwd, uitgewerkt en gewijzigd worden. Alleen dan is het voor aanbieders van goederen en diensten en werkgevers duidelijk wat er van hen verwacht wordt. Dit vergroot de rechtszekerheid en stimuleert de bewustwording over toegankelijkheid voor mensen met een beperking in de samenleving. Dat staat in het advies van het College voor de Rechten van de Mens aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Besluit ‘Algemene toegankelijkheid’ biedt onvoldoende houvast

Op 1 januari 2017 treedt artikel 2a van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte in werking. Dit artikel bepaalt dat aanbieders van goederen en diensten en werkgevers geleidelijk aan zorg moeten dragen voor de algemene toegankelijkheid voor mensen met een beperking. In een algemene maatregel van bestuur wordt invulling gegeven aan het begrip algemene toegankelijkheid. Het advies van het College voor de Rechten van de Mens aan de staatssecretaris van VWS is een reactie op het conceptbesluit dat hieraan ten grondslag ligt.

Zorgpunten

Het College heeft in het bijzonder de volgende zorgpunten over het besluit:

  • Er is niet uitgelegd wat er wordt verstaan onder ‘algemene toegankelijkheid’ en ‘het zorgdragen voor geleidelijke verwezenlijking’.
  • Er is niet aangegeven op welke termijn de ‘algemene toegankelijkheid’ moet zijn gerealiseerd. Hierdoor blijf het voor mensen met een beperking onduidelijk wat hun rechten zijn en weten aanbieders en werkgevers niet wat ervan hen wordt verwacht en op welke termijn.
  • Het draagt niet bij aan de rechtszekerheid.
  • Bewustwording over algemene toegankelijkheid en de garantie voor toegang tot materiele en immateriële voorzieningen, zoals het VN-Verdrag voorschrijft, ontbreekt.
  • Het bevat geen norm over toegankelijkheidsverplichtingen voor nieuw te bouwen objecten en voorzieningen.
  • In artikel 3 wordt uitgelegd wat onder een onevenredige belasting moet worden verstaan. Dit is echter een negatieve benadering van het begrip algemene toegankelijkheid. Door de gebruikte omschrijving lijkt het alsof algemene toegankelijkheid voornamelijk een grote belasting is voor aanbieders. Brede toegankelijkheid zal echter ook positieve effecten hebben, zoals meer omzet en een groter afzetgebied.

Aanbevelingen

Het College beveelt de staatssecretaris aan om:

  • In de Nota van Toelichting bij het besluit te omschrijven wat de verplichting tot het gaandeweg zorgdragen voor algemene toegankelijkheid inhoudt, op welke termijn dit moet worden bereikt en wie daarvoor verantwoordelijk is.
  • In het besluit op te nemen dat nieuw te ontwerpen, te bouwen of te produceren objecten en voorzieningen direct aan de algemene toegankelijkheidseis moeten voldoen.
  • Artikel 3 van het besluit te schrappen of, bij handhaving, in het artikel zowel de negatieve als positieve elementen voor aanbieders te noemen.

Over het VN-Verdrag handicap

Eén op de acht Nederlanders heeft te maken met een langdurige fysieke, psychische, verstandelijke, intellectuele of zintuigelijke beperking. Een deel daarvan heeft nog altijd een achtergestelde positie, waardoor zij niet volwaardig aan de samenleving kunnen meedoen. Zij worden vanwege hun beperking niet toegelaten op scholen of door werkgevers niet in dienst genomen. Ook ervaren zij obstakels als zij van het openbaar vervoer gebruik willen maken of als zij willen stemmen. Daarnaast ervaren veel mensen met een beperking belemmeringen bij de toegang tot bibliotheken, winkels, bioscopen, sportfaciliteiten en cafés. Het VN-Verdrag handicap versterkt de positie van mensen met een beperking omdat het bepaalt dat zij gelijke rechten hebben op het gebied van wonen, scholing, vervoer, werk en een aantal andere terreinen. De overheid moet ervoor zorgen dat dit wordt gerealiseerd

Meer informatie