Discriminatie

Discriminatie

Wat is discriminatie?

Discriminatie is het ongelijk behandelen, achterstellen of uitsluiten van mensen op basis van (persoonlijke) kenmerken. Er kan bijvoorbeeld onderscheid worden gemaakt op afkomst, sekse, huidskleur, seksuele voorkeur, leeftijd, religie, handicap of chronische ziekte. Een voorbeeld van discriminatie is iemand een baan weigeren vanwege een van deze kenmerken als die niet relevant zijn. Als iemand zonder rijbewijs solliciteert naar een baan als vrachtwagenchauffeur en wordt afgewezen, dan is dat terecht. Dat is het niet als diegene niet wordt aangenomen, omdat hij of zij vrouw, zwart, moslim of homo is. Dan is er sprake van discriminatie.

Niet alles is discriminatie. Er zijn situaties waarin het niet verboden is om onderscheid te maken tussen mensen. Iemand weigeren voor de functie van receptionist, omdat hij of zij de taal niet goed genoeg beheerst, is geen discriminatie. Het goed beheersen van de taal is namelijk noodzakelijk om de functie goed te kunnen uitvoeren. Iemand weigeren voor die functie, omdat hij of zij een donkere huidskleur heeft, is wel discriminatie. Discriminatie is niet het maken van onderscheid, maar van verboden onderscheid.

Er zijn twee vormen van onderscheid:

  • Direct onderscheid: als iemand vanwege persoonlijke kenmerken of eigenschappen anders wordt behandeld. Dit is altijd verboden, tenzij de wet een uitzondering maakt.
  • Indirect onderscheid: als een neutrale bepaling, regel of handelswijze specifieke gevolgen heeft voor een groep mensen met een van de in de gelijkebehandelingswetgeving genoemde kenmerken of eigenschappen. Dit is in beginsel verboden, tenzij er een objectieve rechtvaardiging voor is. Dit is bijvoorbeeld het geval indien een persoon van niet-Nederlandse afkomst de Nederlandse taal niet goed beheerst en wordt afgewezen omdat een goede beheersing van de taal noodzakelijk is om de functie van receptionist goed te kunnen vervullen.

In de praktijk bestaat er zowel bewuste als onbewuste discriminatie. Soms wordt het argument gebruikt dat het niet de bedoeling was om te discrimineren. Daarom zou dan geen sprake zijn van discriminatie. In de wet wordt echter geen uitzondering gemaakt voor onbewuste discriminatie. Sterker nog, de intentie doet er niet toe.

Niemand wil gediscrimineerd worden en niemand wil van discriminatie beschuldigd worden. Dat maakt discriminatie een ingewikkeld en beladen begrip. Bovendien geven mensen verschillende betekenissen aan het begrip discriminatie en beoordeelt men situaties en opmerkingen verschillend. Wat de één als een grap bedoelt, kan voor een ander zeer kwetsend zijn. Door deze verschillende opvattingen en het taboe op discriminatie is het moeilijk discriminatie te herkennen en bespreekbaar te maken.

Stereotypen en vooroordelen

Er is een nauw verband tussen discriminatie, stereotyperingen en vooroordelen. Een stereotype is een overdreven denkbeeld over een groep mensen dat niet klopt met de werkelijkheid. Bijvoorbeeld dat alle blonde vrouwen dom zijn. Vaak zijn deze denkbeelden negatief en worden zij gebruikt als rechtvaardiging voor discriminerende acties. Stereotypen kunnen gebaseerd zijn op afkomst, sekse, seksuele voorkeur, geloof en een handicap of chronische ziekte.

Een vooroordeel is een mening over iemand of een groep mensen die niet gebaseerd is op feiten. Het is meestal een generalisering, zoals dat vrouwen alleen in deeltijd willen werken. Vooroordelen zijn hardnekkig en als een bepaalde groep eenmaal een etiket opgeplakt heeft gekregen dan is het moeilijk dit te veranderen.

Stereotyperingen en vooroordelen kunnen negatieve gevolgen hebben voor de wijze waarop men met elkaar omgaat. Als mensen vanwege vooroordelen die verband houden met een discriminatiegrond worden achtergesteld dan is er sprake van discriminatie. Uit onderzoek blijkt dat werkgevers zich tijdens het werving- en selectieproces regelmatig laten leiden door stereotypen en vooroordelen over groepen. Bijvoorbeeld dat vrouwen niet ambitieus zijn, ouderen onflexibel, etnische minderheden (te) bescheiden en mensen met een beperking vaak ziek.

Onderzoek naar stereotypering bij toegang op de arbeidsmarkt

In 2013 deed het College een literatuuronderzoek naar de achterliggende mechanismen van discriminatie. Het College zette de bevindingen van nationaal en internationaal wetenschappelijk onderzoek naar stereotypen op een rij en paste deze toe op werving- en selectieprocessen. Uit onderzoek blijkt dat, óók bij gelijkwaardige CV’s, oudere werkzoekenden (55 ), mensen van niet-westerse komaf, mensen met een handicap en vrouwen (in sommige banen), minder kans hebben op een baan. Hier speelt discriminatie naar leeftijd, etniciteit, handicap of sekse onmiskenbaar een rol.

Wat zegt de wet?

 

Nederlandse wetgeving

In de Nederlandse Grondwet zijn fundamentele rechten vastgelegd. Deze rechten gelden voor iedereen die zich in Nederland bevindt. In artikel 1 van de Grondwet staat dat "Allen die zich in Nederland bevinden, in gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan."

 

 

Gelijkebehandelingswetgeving

 

Artikel 1 van de Grondwet richt zich in de eerste plaats tot de overheid. Dit artikel is nader uitgewerkt in verschillende gelijkebehandelingswetten om het recht op gelijke behandeling tussen burgers onderling te regelen. Samen vormen deze wetten de gelijkebehandelingswetgeving.

In de gelijkebehandelingswetgeving staat dat mensen niet ongelijk behandeld mogen worden vanwege persoonskenmerken die er niet toe doen:

  • godsdienst/levensovertuiging
  • politieke gezindheid
  • ras, afkomst
  • geslacht: man, vrouw, transgender (transseksuelen, travestieten, interseksuelen), zwangerschap
  • nationaliteit
  • hetero- of homoseksuele gerichtheid (biseksuele gerichtheid)
  • burgerlijke staat: gehuwd of ongehuwd, wel of geen geregistreerd partnerschap
  • handicap of chronische ziekte
  • leeftijd
  • arbeidsduur: voltijd of deeltijd
  • vast of tijdelijk arbeidscontract

Verder moet de discriminatie betrekking hebben op het terrein van:arbeid (bijvoorbeeld: sollicitaties, ontslag, arbeidsvoorwaarden (beloning), bevordering, arbeidsomstandigheden, arbeidsbemiddeling)goederen/diensten (bijvoorbeeld: wonen, welzijn, gezondheidszorg, cultuur, onderwijs, financiële dienstverlening, verzekeringsdiensten).

Voor een overzicht en de toepassing van de gelijkebehandelingswetgeving klik hier. Ook kunt u hier lezen welke gronden bij welke terreinen horen.

Overige wetten en regels

Er zijn ook diverse discriminatieverboden vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek, de Ambtenarenwet en het Wetboek van Strafrecht.

Een overzicht van deze discriminatieverboden is op deze pagina te vinden.  

 

Internationaal kader

Het beginsel van mensenrechten is dat alle mensen van gelijke waarde zijn. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) stelt dat alle mensen vrij en gelijk in waardigheid en rechten worden geboren. Artikel 2, eerste lid, UVRM, bepaalt vervolgens dat iedereen aanspraak kan maken op alle rechten en vrijheden die in de Verklaring zijn opgesomd 'zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status'. Dit betekent dat het recht in beginsel gelijkelijk geldt voor iedereen. Gelijkheid voor de wet wil zeggen dat iedereen recht heeft op gelijke behandeling door de rechtbank, hoewel bijvoorbeeld straffen kunnen variëren per situatie en persoon. Andere belangrijke toepassingen van het gelijkheidsbeginsel zijn de gelijke rechten van man en vrouw, gelijke betaling voor gelijk werk en gelijke rechten bij verkiezingen.

Gelijke behandeling wordt onder meer voorgeschreven door het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten.

De Europese Gemeenschap heeft tussen 1975 en 1986 vijf richtlijnen uitgevaardigd over de gelijke behandeling van man en vrouw inzake beloning, de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en promotiekansen, arbeidsvoorwaarden, sociale zekerheid, gelijke behandeling van zelfstandigen. Nadien is in 1992 nog de zwangerschapsrichtlijn en in 1997 de bewijslastrichtlijn uitgevaardigd. De richtlijnen zijn – met uitzondering van de zwangerschapsrichtlijn en de zelfstandigenrichtlijn – in 2006 samengevoegd in de zogenoemde herschikkingsrichtlijn.

Deze richtlijnen moeten in de wetgeving van de EU-lidstaten zijn geïmplementeerd.

Het verbod op discriminatie vormt de kern van de mensenrechten. Internationale verdragen veroordelen discriminatie op grond van onder meer geboorte, huidskleur, taal, ras, godsdienst en geloof, geslacht, sociale herkomst en status en beperkingen.

Voor een geheel overzicht klik hier.

Wat doet het College?

Het College bevordert, bewaakt, beschermt en belicht mensenrechten door onderzoek, advies, voorlichting en monitoring. Ook oordeelt het College in individuele gevallen over discriminatie. Het College adviseert de overheid gevraagd en ongevraagd rondom het thema discriminatie. Werkgevers kunnen voor advies bij het College terecht met vragen over thema's als voorkeursbeleid en discriminatie op het werk. Ook ontwikkelde het College de training ' Selecteren zonder vooroordelen, voor de beste match'. De training bestaat uit vier interactieve trainingsmodules en gaat in op (vermindering van) de ongewenste effecten die onbewuste stereotypen hebben op de werving en selectie. Lees meer over de training.