Toegelicht

Gepubliceerd 25 oktober 2017, 13:33 en laatst aangepast 06 november 2017, 14:56

#MeToo op de werkvloer

Onlangs raakte Hollywoodproducent Harvey Weinstein in opspraak omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan seksuele intimidatie van vrouwen. Voor veel vrouwen is dit aanleiding geweest om hun persoonlijke ervaringen te delen onder de hashtag #MeToo. Seksuele intimidatie op het werk is niet alleen een vorm van geweld tegen vrouwen, maar ook een vorm van discriminatie waar de wet tegen beschermt.

Wat speelt er?

Dat de hashtag #MeToo zo aanslaat in de media, bevestigt dat geweld tegen vrouwen wijdverbreid is. Seksuele intimidatie is een vorm van geweld tegen en discriminatie van vrouwen. Daarom is het onacceptabel en bij wet verboden. Het is de verantwoordelijkheid van de overheid en van de werkgever om maatregelen te treffen die beschermen tegen seksuele intimidatie op de werkvloer.

Door de #MeToo-campagne lijkt de bereidheid toegenomen om ervaringen te delen. Toch zijn er nog steeds geen concrete cijfers over seksuele intimidatie op de werkvloer bekend. Ondanks dat ook de Algemene wet gelijke behandeling beschermt tegen (seksuele) intimidatie, krijgt het College hier weinig klachten over binnen.

Opmerkelijk is dat mensen betwijfelen of alle verhalen kloppen en vrouwen vragen stellen over hun houding in de betreffende situaties. Dit terwijl de verantwoordelijkheid voor geweld tegen vrouwen niet bij de slachtoffers neergelegd kan worden. Dit blijkt ook uit eerdere oordelen (20132016) van het College over seksuele intimidatie op de werkvloer, waarbij de verantwoordelijkheid bij de werkgever ligt om te zorgen voor een veilige werkomgeving.

Angst en schaamte kunnen slachtoffers van seksuele intimidatie op de werkvloer ervan weerhouden melding te doen. Vrouwen zijn bijvoorbeeld bang om hun baan te verliezen. Daarnaast speelt er een bewijsprobleem: er zijn meestal geen getuigen aanwezig.

Wat heeft  dit met mensenrechten te maken?

Seksuele intimidatie is een vorm van discriminatie en een vorm van geweld tegen vrouwen. Tegen discriminatie en geweld tegen vrouwen bieden nationale wetten en internationale verdragen bescherming.

Het Verdrag van de Raad van Europa inzake geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (Verdrag van Istanbul) bepaalt dat elke vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek seksueel getint gedrag verboden is wanneer dit je menselijke waardigheid aantast. Dit geldt in het bijzonder wanneer het een vijandige of vernederende omgeving creëert. Met verbaal gedrag worden onder andere grapjes en opmerkingen bedoeld. Handgebaren of gezichtsuitdrukkingen zijn voorbeelden van non-verbaal gedrag. Met fysiek seksueel gedrag wordt lichamelijk contact bedoeld.

Seksuele intimidatie is ook in het kader van het voorkomen en bestrijden van discriminatie verboden. In het VN-verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (Vrouwenverdrag) is de gelijkheid van mannen en vrouwen in het arbeidsproces gewaarborgd. Als je als vrouw seksueel geïntimideerd wordt op je werk, kan het zo zijn dat jij jouw potentieel op de werkvloer niet kunt vervullen. Deze vorm van geweld tegen vrouwen belemmert daarmee de gelijkheid in het arbeidsproces. 

Deze internationaalrechtelijke normen maken duidelijk welke mensenrechten in het geding kunnen zijn. Wanneer jouw werkgever je ongewenst betast, maakt dat inbreuk op je lichamelijke integriteit. Seksueel getinte opmerkingen van collega’s kunnen leiden tot stress. Als deze stress ervoor zorgt dat je niet meer naar je werk kunt, tast dat je recht op arbeid en je recht op gezondheid aan.

Omdat Nederland partij is bij bovengenoemde verdragen, heeft de Nederlandse overheid de verplichting om wetgevende maatregelen te treffen om te waarborgen dat vrouwen niet gediscrimineerd worden en dat seksuele intimidatie bestraft wordt. De wetgever heeft seksuele intimidatie in verschillende wetten ondergebracht. Ernstige vormen van seksuele intimidatie, waaronder aanranding, vallen onder het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast is het verbod op seksuele intimidatie op de werkvloer in het Burgerlijk Wetboek opgenomen. Een werkgever dient mannen en vrouwen op een gelijke manier te behandelen en mag dus geen onderscheid tussen hen maken. Seksuele intimidatie van een werknemer is in de Algemene wet gelijke behandeling omschreven als een vorm van direct onderscheid.

Wat doet het College?

Omdat seksuele intimidatie een vorm is van discriminatie op grond van geslacht, kunnen personen die menen dat hiervan sprake is, bij het College een klachtenprocedure starten. Het College oordeelt dan of er sprake is van seksuele intimidatie.

In de oordelen die het College uitspreekt wordt op grond van de wet besloten of er wel of geen sprake is van discriminatie. In de eerder genoemde oordelen was sprake van discriminatie. Het College legt hierin uit wat de verantwoordelijkheid voor de werkgever inhoudt. Het is aan de werkgever om te voorkomen dat er een situatie ontstaat waarin de vrouw zich vanwege de gezagsrelatie niet of moeilijk kan onttrekken aan seksuele intimidatie.

Daarnaast rapporteert het College over het Verdrag van Istanbul en het Vrouwenverdrag. Daarin besteedt het aandacht aan geweld tegen vrouwen en discriminatie van vrouwen.

Meer informatie:

Tags

Trefwoord: