Toegelicht

Gepubliceerd 18 juni 2014, 14:27 en laatst aangepast 26 januari 2016, 15:19

De vluchtgarage en mensenrechten

Welke verplichtingen heeft Nederland om in de levensbehoeften van deze groep te voorzien?

Wat speelt er?

Kerk in Actie en rechtshulpverleners die zich bekommeren om de groep vreemdelingen in de vluchtgarage signaleren dat de vreemdelingen die daar wonen zich in een noodsituatie bevinden. In de gekraakte parkeergarage in Amsterdam leven op dit moment 106 mannen tussen de 18 en 65 jaar. Geen van hen heeft een verblijfsvergunning. Particuliere instellingen voorzien de groep van voedsel, kleding en een bed.

In de Koppelingswet staat dat vreemdelingen zonder verblijfsstatus geen recht hebben op voorzieningen. Ook niet op voorzieningen zoals voedsel en onderdak. Daar komt bij dat de centrale overheid en gemeenten in 2007 een bestuursakkoord sloten, dat gemeenten verbiedt deze vreemdelingen op te vangen. Maar de rechter oordeelde al een aantal keer dat kwetsbare personen, zoals gezinnen met kinderen alsnog recht hebben op beperkte voorzieningen. Is Nederland vanuit mensenrechtenperspectief verplicht om in de elementaire levensbehoeften van deze groep te voorzien? Het College wees de staatssecretaris er recent op dat bij de beoordeling of iemand opgevangen moet worden naast de medische situatie ook andere factoren relevant zijn, bijvoorbeeld of iemand staatloos of (nog) niet uitzetbaar is. Dat iemand moeilijk of niet uitzetbaar is blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat iemand niet is uitgezet gedurende zijn tijd in vreemdelingenbewaring.

Mensenrechten

Adequate levensstandaard

Artikel 25 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) bepaalt dat: “Eenieder heeft recht op een levensstandaard die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waarbij inbegrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom of ander gemis aan bestaansmiddelen, ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van zijn wil." Dit recht is verder uitgewerkt in het:

  • Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (IVESCR) en het Europees Sociaal Handvest (ESH) 
  • Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) 
  • Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) 
  • Internationaal verdrag inzake de uitbanning van rassendiscriminatie (IVUR)

Het IVESCR geldt voor iedereen, ook voor vreemdelingen zonder verblijfsstatus. Een adequate levensstandaard betekent onder andere toegang tot voedsel, kleding en onderdak. Mensen zijn zelf verantwoordelijk om in een adequate levensstandaard te voorzien. Als zij in een situatie terecht komen dat zij daar zelf niet meer voor kunnen zorgen, moet de overheid hen helpen. Ook het ESH geeft een nadere uitwerking van adequate levensstandaard, maar vreemdelingen zonder verblijfsstatus vallen in principe niet onder het ESH. Voor kinderen maakt het verdragscomité bij het ESH (ECSR) een uitzondering. Kinderen zijn kwetsbaar en hebben wel recht op opvang, omdat zij anders in een hulpeloze situatie terecht komen. Daarnaast stelt het ECSR in een voorlopige beslissing uit 2013 dat Nederland moet zorgen voor onderdak, eten en kleding voor vreemdelingen zonder verblijfsstatus in een kwetsbare positie. Het Comité verzocht Nederland onmiddellijke maatregelen te nemen om het risico op ernstige en onherstelbare schade aan de integriteit van personen te voorkomen. Daarmee lijkt het Comité vreemdelingen zonder verblijfsvergunning toch onder het ESH te scharen. Hoewel Nederland niet gebonden is aan uitspraken van het comité, stelt de Raad van State dat Nederland de beslissing wel uiterst serieus moet nemen. Nederland is lid bij het ESH, wat betekent dat het alles moet doen om te voorkomen dat het rechten uit het verdrag schendt.

EVRM

De menselijke waardigeheid, zoals staat in het UVRM, ligt ten grondslag aan alle mensenrechten. Uit de menselijke waardigheid vloeit voort dat een staat de mensen die zich op haar grondgebied bevinden, niet mag onderwerpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling. Uit Europese jurisprudentie blijkt dat het weigeren van opvang en voorzieningen aan vreemdelingen in strijd kan zijn met artikel 3 EVRM. Deze jurisprudentie had weliswaar betrekking op een asielzoeker en niet op een vreemdeling zonder verblijfsstatus. Desalniettemin stelt het arrest dat erbarmelijke omstandigheden van een vreemdeling kunnen leiden tot een mensenrechtenschending. Bij de beoordeling vond het Hof relevant dat de vreemdeling: - moest overleven op straat zonder toegang tot voeding of sanitaire voorzieningen; - hij voor lange duur zo leefde; - geen mogelijkheid had om andere hulpmiddelen in te roepen, zoals een vangnet en/of werk; - geen mogelijkheden had iets aan zijn situatie te veranderen.

In de media

 Datum          

 Titel artikel                                                                                Bron          
 15-06-2014   Man lichtgewond na opstootje in vluchtgarage  Parool
 23-04-2014   Niet alle mensen in de vluchtgarage zijn uitgeprocedeerd  Volkskrant
 19-02-2014   Situatie in de vluchtgarage dreigt uit de hand te lopen  Parool