Oordelen

Het College van B&W van Heerde discrimineerde woonwagenbewoners door beleid te voeren waardoor woonwagenbewoning uit de gemeente verdwijnt. De woonwagenbewoners toonden niet aan dat B&W hen discrimineerde bij het onderhoud van hun woonwagencentrum.

Oordeelnummer 2017-103
24-08-2017
Ras
lees verder

Samenvatting

Situatie

Een moeder en haar volwassen zoon wonen in een woonwagen op een woonwagencentrum in de gemeente Heerde. Zij huren beiden een standplaats van de gemeente. B&W besloot vijftien jaar geleden om het woonwagencentrum op te heffen omdat het woonklimaat er slecht was. Hij verplichtte niemand om te vertrekken. Wel maakte hij de verlaten standplaatsen ongeschikt voor bewoning en verwijderde hij overbodige bestrating. Van de vijftien standplaatsen op het terrein zijn nu alleen nog de standplaatsen van de moeder en haar zoon over. Zij mogen er blijven wonen zolang ze willen. B&W richtte geen nieuw woonwagencentrum of nieuwe standplaatsen meer in en houdt geen registratie bij van de belangstellenden voor een standplaats. Volgens B&W hebben de inwoners van zijn gemeente geen belangstelling voor een standplaats. De moeder en haar zoon voeren aan dat B&W hen discrimineert op grond van hun ras door sinds 2002 een uitsterfbeleid te voeren op hun woonwagencentrum. Ook voeren zij aan dat B&W hun woonwagencentrum onvoldoende onderhoudt, zodat dit verloedert en zij wel moeten vertrekken.

 Beoordeling

Het College stelt vast dat het beleid van B&W op het volgende neerkomt: de moeder en haar zoon mogen op het woonwagencentrum blijven wonen, de verlaten standplaatsen worden ongeschikt gemaakt voor bewoning en er worden geen nieuwe standplaatsen meer aangelegd. Hierdoor zullen er uiteindelijk geen standplaatsen meer zijn in de gemeente, zodat er sprake is van uitsterfbeleid. Het College is van oordeel dat de moeder en haar zoon hierdoor niet meer in staat zijn om volgens hun eigen cultuur met meerdere families samen op een woonwagencentrum te leven. Hiermee tast B&W de kern van hun woonwagencultuur aan. Het College gaat voorbij aan de stelling van B&W dat er in zijn gemeente geen belangstelling meer bestaat voor een standplaats. Moeder en zoon voeren immers aan dat familieleden die ook in de gemeente wonen, belangstelling hebben voor een standplaats, maar dat zij zich niet kunnen registreren. B&W weerlegde deze stelling onvoldoende. Het College is daarom van oordeel dat B&W van Heerde de moeder en haar zoon discrimineerde op grond van ras bij het voeren van zijn standplaatsenbeleid. Ook is het College van oordeel dat de moeder en haar zoon niet aantoonden dat B&W hun woonwagencentrum minder goed onderhoudt dan andere wijken in de gemeente. Het College van B&W discrimineerde hen dan ook niet op grond van ras bij het onderhoud van het woonwagencentrum.

 


 

Oordeel

Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Heerde maakt jegens de vrouw en de man:

-        verboden onderscheid op grond van ras bij het voeren van zijn standplaatsenbeleid;

-        geen verboden onderscheid op grond van ras bij het onderhoud van het woonwagencentrum.

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: