Oordelen

Een vrouw toont niet aan dat Stichting VU-VUmc haar discrimineerde door anonieme klachten over haar promotieonderzoek te behandelen. De VU had meer moeten doen om de vrouw te beschermen tegen mediapublicaties met een discriminerend karakter.

Oordeelnummer 2015-87
24-07-2015
lees verder

Samenvatting

Situatie

Een vrouw zou gaan promoveren aan de VU. Zij is van Marokkaanse afkomst en moslima. Een anonieme persoon diende bij de VU een klacht in over het promotieonderzoek van de vrouw. De VU liet de klacht onderzoeken en stelde de promotie van de vrouw uit. De VU berichtte hierover op haar website. Een aantal media schreef daarop over de vrouw. Daarbij werd ook gesproken over “de Marokkaanse promovenda”. Sommige media suggereerden dat de vrouw een relatie had met haar promotor. De promovenda vroeg de VU om bescherming. Zij legde uit dat deze geruchten voor haar bijzonder schadelijk zijn in verband met haar cultureel-religieuze achtergrond. De VU antwoordde dat zij niets kon doen. De vrouw vindt dat de VU haar discrimineerde. De anonieme klager had discriminerende motieven en daarom had de VU zijn klacht niet moeten behandelen. De vrouw zegt dat de VU onzorgvuldig te werk is gegaan en haar rechten heeft geschonden. Zij vindt dat de VU tekort is geschoten in haar plicht als werkgever om haar te beschermen tegen discriminerende mediapublicaties. De VU betwist dat zij heeft gediscrimineerd. Zij heeft de anonieme klacht onafhankelijk behandeld en zag geen mogelijkheid om de vrouw te beschermen tegen de mediahype.

Beoordeling

De vrouw zegt dat de anonieme klager discriminerende motieven had. Maar in deze zaak gaat het niet om de motieven van de anonieme klager, maar om het handelen van de VU. De vrouw toont niet aan dat de VU haar discrimineerde door de anonieme klacht te behandelen en door haar promotie uit te stellen. De vrouw zegt dat de VU onzorgvuldig handelde. Het College moet zich uitspreken uit over de vraag of de VU hierbij heeft gediscrimineerd. En dat heeft de vrouw niet aangetoond. Het College stelt vast dat de vrouw in een kwetsbare positie terechtkwam, mede doordat sommige media uitdrukkelijk en zonder aanwijsbare noodzaak verwezen naar haar als ‘Marokkaanse vrouw’. De berichten dat de vrouw een relatie zou hebben met haar promotor, waren bijzonder nadelig voor haar in verband met haar cultureel-religieuze achtergrond. De vrouw vroeg de VU om hulp en de VU antwoordde direct dat zij niets kon doen. Het College is van oordeel dat de VU hiermee vanuit discriminatieoogpunt haar verantwoordelijkheid als werkgever onvoldoende heeft waargemaakt. Zij heeft niet onderzocht of het mogelijk was om de vrouw te beschermen. Het College oordeelt dat de VU de vrouw hiermee heeft gediscrimineerd op grond van ras en godsdienst.

Oordeel (verkorte tekst)

Het College voor de Rechten van de Mens oordeelt dat niet is gebleken dat Stichting VU-VUmc jegens een vrouw onderscheid heeft gemaakt op grond van ras, geslacht, godsdienst en/of leeftijd door haar handelwijze rondom het onderzoek naar haar promotie naar aanleiding van anonieme meldingen; Stichting VU-VUmc jegens de vrouw verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van ras en godsdienst door niet te onderzoeken welke mogelijkheden er waren om haar te beschermen tegen mediapublicaties met een discriminerend karakter.

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: