Oordelen

De gemeente Zoetermeer heeft verboden onderscheid gemaakt door een uitzendkracht te ontslaan vanwege spanningen op de werkvloer die ermee samenhingen dat de (mannelijke) uitzendkracht vrouwen de hand niet wil schudden. Ook heeft de gemeente de klacht van de uitzendkracht niet voortvarend behandeld.

Oordeelnummer 2013-71
20-06-2013
Godsdienst
lees verder

Samenvatting

Situatie

Een uitzendkracht die voor ruim twee maanden bij de gemeente Zoetermeer zou gaan werken, wil vanwege zijn geloofsovertuiging vrouwen de hand niet schudden. De gemeente is hiervan op de hoogte en vindt dit geen probleem. Totdat vier collega's aangeven dat ze niet met de uitzendkracht willen samenwerken, omdat hij vrouwen de hand niet schudt. Deze collega’s voelen zich onveilig en willen niet in een kamer zijn met de uitzendkracht. Dit leidt ertoe dat hij, na drie weken voor de gemeente gewerkt te hebben, wordt ontslagen. De uitzendkracht dient hierover een klacht in bij de gemeente. Pas na zes maanden krijgt hij de definitieve schriftelijke reactie van de gemeente.

 

Oordeel College

Het College oordeelt dat de gemeente Zoetermeer jegens de uitzendkracht verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van godsdienst bij het beëindigen van zijn arbeidsverhouding en bij de arbeidsomstandigheden door een onzorgvuldige behandeling van zijn klacht.

 

Toelichting

De uitzendkracht wil vanwege zijn islamitische geloofsovertuiging vrouwen de hand niet schudden. Vier van zijn vrouwelijke collega’s voelen zich hierdoor onveilig en daarom ontslaat de gemeente Zoetermeer de man. Het niet geven van een hand aan personen van het andere geslacht kan een uiting zijn van iemands geloofsovertuiging. De gemeente heeft niet kunnen aangeven of er een objectieve reden was voor de gevoelens van onveiligheid. Door desondanks te luisteren naar de klachten van de collega’s en de man te ontslaan, heeft de gemeente onderscheid gemaakt op grond van godsdienst. De gemeente heeft hierbij niet direct verwezen naar het geloof van de uitzendkracht. Wel worden personen die om godsdienstige redenen een persoon van het andere geslacht niet de hand schudden, door de handelwijze van de gemeente  bijzonder getroffen. Er is dus sprake van indirect onderscheid: dat is niet verboden als de werkgever hiervoor een goede reden heeft.

De gemeente wilde conflicten en spanningen voorkomen. Dit is op zich een goed reden, maar de gemeente had dit doel ook op andere manieren kunnen bereiken. Er zijn geen gesprekken gevoerd met de uitzendkracht en de vier collega's. Er is niet gezocht naar alternatieven voor ontslag. De gemeente heeft onvoldoende rekening gehouden met de belangen van de uitzendkracht die te maken hadden met de beleving van zijn geloof. Conflicten van deze aard mogen soms moeilijk op te lossen zijn, maar de gemeente heeft zich onvoldoende ingespannen om tot een oplossing te komen. Er is te snel voor gekozen om de uitzendkracht te ontslaan. De klacht die op het ontslag volgde is in eerste instantie voortvarend opgepakt door een gesprek te organiseren. Daarna is het echter stil gebleven en pas na herhaalde aansporingen en een tijdsverloop van zes maanden kwam de schriftelijke reactie van de gemeente. Daarom kan er niet gesproken worden van een zorgvuldige klachtbehandeling.

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: