Oordelen

Standby Vertaalbureau B.V. heeft verboden onderscheid op grond van godsdienst gemaakt door een kandidaat af te wijzen voor de functie medewerker marketing en communicatie omdat zij een hoofddoek draagt.

Oordeelnummer 2013-64
28-05-2013
Godsdienst
lees verder

Samenvatting

Situatie

Een vrouw is moslim en draagt vanwege haar geloof een hoofddoek. Zij heeft gesolliciteerd naar de functie van medewerker marketing en communicatie bij het vertaalbureau. Tijdens het sollicitatiegesprek is het dragen van de hoofddoek ter sprake gekomen. Zo heeft de vrouw uitgelegd wat het dragen van een hoofddoek voor haar betekent. De vrouw is vervolgens niet aangenomen. In de afwijzingsmail schrijft het vertaalbureau dat ze gevoelsmatig nog in de knoop komt met de uitleg van de vrouw dat zij mede dankzij de hoofddoek zichzelf kan zijn.

 

Oordeel College

Het College voor de Rechten van de Mens spreekt als zijn oordeel uit dat Standby Vertaalbureau B.V. jegens de vrouw verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van godsdienst door haar af te wijzen voor een functie vanwege het dragen van een hoofddoek.

 

Toelichting

Vast is komen te staan dat de hoofddoek van de vrouw tijdens het sollicitatiegesprek aan de orde is geweest en dat het vertaalbureau bij de afwijzing naar de hoofddoek van de vrouw heeft gerefereerd. Het vertaalbureau heeft verklaard dat ze in de afwijzingsmail weliswaar de hoofddoek van de vrouw heeft genoemd maar dat haar hoofddoek niet de werkelijke reden was om haar af te wijzen. De vrouw is afgewezen omdat zij niet over de juiste capaciteiten beschikt voor de functie. Het College constateert dat het vertaalbureau al voor het sollicitatiegesprek, middels het CV, op de hoogte was van de kennis en ervaring van de vrouw. De door het vertaalbureau in de procedure bij het College genoemde reden voor de afwijzing, te weten dat zij niet aan de gestelde functie-eisen voldoet, is op geen enkel moment aan de vrouw meegedeeld. Ook niet naar aanleiding van een e-mail van de vrouw waarin zij aangeeft dat ze het jammer vindt dat ze wordt afgewezen vanwege haar hoofddoek en dat het in strijd met de wet is om iemand af te wijzen vanwege het dragen van een hoofddoek. Het College is gelet op het bovenstaande van oordeel dat het vertaalbureau tegenover de vrouw indirect onderscheid op grond van godsdienst heeft gemaakt. Personen, zoals de vrouw, die vanwege hun geloof een hoofddoek dragen, worden immers bijzonder getroffen als ze om die reden voor een functie worden afgewezen. Indirect onderscheid is niet verboden als hiervoor een goede reden is (objectieve rechtvaardiging). Het vertaalbureau heeft geen goede reden ter rechtvaardiging van het onderscheid gegeven. Het College concludeert dan ook dat het vertaalbureau verboden onderscheid op grond van godsdienst heeft gemaakt door de vrouw af te wijzen voor de functie.

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: