Oordelen

Stichting Fontys heeft geen onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte gemaakt door een docent die een vorm van autisme heeft, te ontslaan, bij de re-integratie van de docent en bij de arbeidsomstandigheden, waaronder ook de weigering doeltreffende aanpassingen te verrichten.

Oordeelnummer 2013-47
15-04-2013
lees verder

Samenvatting

 

Situatie

Een man is als docent gaan werken bij Stichting Fontys, een hogeschool. Na een jaar heeft de hogeschool hem een vast contract gegeven. De hogeschool heeft de man ongeveer negen maanden nadat hij een vast contract had gekregen, toestemming gegeven om een individueel coachingstraject van ongeveer een jaar te volgen. Na dat jaar stelde de hogeschool vast dat de man onvoldoende functioneerde. De hogeschool heeft afspraken met de man gemaakt om zijn functioneren te verbeteren. Daarna vertelde de man aan de hogeschool dat hij een vorm van autisme heeft. Een maand na deze mededeling heeft de man zich ziek gemeld en daarna heeft hij niet meer voor de hogeschool gewerkt. Naar aanleiding van deze ziekmelding is voor de man een re-integratietraject op grond van de Wet Verbetering Poortwachter gestart.

 

In verband met deze re-integratie heeft een onderzoek plaatsgevonden door onder meer een arbeidskundig bureau. Dat arbeidskundig bureau heeft in zijn rapport geschreven dat de man bij indiensttreding bij de hogeschool even (on)geschikt is voor zijn werk, als op de dag van het onderzoek door dat bureau. Ook schrijft het arbeidskundig bureau dat de man niet geschikt is voor lesgevende en/of leidinggevende taken. Daarna heeft de hogeschool aan de kantonrechter gevraagd om de arbeidsovereenkomst met de man te ontbinden, omdat het vertrouwen in de man is verdwenen. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst ontbonden vanwege een verstoorde arbeidsverhouding.

 

De man heeft bij het College aangevoerd dat de hogeschool tegenover hem onderscheid heeft gemaakt op grond van handicap of chronische ziekte door de arbeidsovereenkomst met hem te beëindigen en door zijn re-integratie te blokkeren. Ook heeft de man aangevoerd dat de hogeschool onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt bij de arbeidsomstandigheden, waaronder ook de weigering om doeltreffende aanpassingen te verrichten. Zo heeft de man onder meer aangevoerd dat de hogeschool hem heeft gevraagd zijn collega’s op de hoogte te stellen van zijn handicap of chronische ziekte, terwijl dit heel lastig voor hem is. Ook vindt de man dat de hogeschool misbruik heeft gemaakt van de door hem aan het arbeidskundig bureau verstrekte medische gegevens. Verder heeft de man aangevoerd dat hij de hogeschool heeft gevraagd om diverse doeltreffende aanpassingen, maar dat hij die niet heeft gekregen.

 

Oordeel

Het College voor de Rechten van de Mens spreekt als zijn oordeel uit dat Stichting Fontys jegens de man geen onderscheid heeft gemaakt op grond van handicap of chronische ziekte bij de beëindiging van de arbeidsverhouding en bij de re-integratie. Verder spreekt het College voor de Rechten van de Mens als zijn oordeel uit dat niet is gebleken dat Stichting Fontys jegens de man onderscheid heeft gemaakt op grond van handicap of chronische ziekte bij de arbeidsomstandigheden, waaronder ook door na te laten doeltreffende aanpassingen te verrichten.

 

Toelichting

Het College is van oordeel dat de hogeschool in redelijkheid heeft kunnen beslissen dat de man niet geschikt is voor de functie van docent. Hij is namelijk niet in staat essentiële onderdelen van die functie uit te voeren. Hierbij gaat het om het verrichten van lesgevende en leidinggevende taken. Ook kan hij niet geschikt worden gemaakt voor die taken door middel van een doeltreffende aanpassing. De enige aanpassing die mogelijk is, is om de man geen lesgevende en leidinggevende taken meer op te dragen, maar dat is geen doeltreffende aanpassing. De hogeschool heeft dan ook geen onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte gemaakt door de arbeidsovereenkomst met hem te beëindigen. Ook is het College van oordeel dat de hogeschool geen onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt bij de re-integratie van de man. Bij dit oordeel heeft onder meer gewogen dat het niet aan het College is om te beoordelen of de hogeschool de man in het kader van de Wet Verbetering Poortwachter in een andere functie had moeten laten re-integreren.

 

Ook is het College van oordeel dat de hogeschool tegenover de man geen onderscheid heeft gemaakt op grond van handicap of chronische ziekte bij de arbeidsomstandigheden. Vast is komen te staan dat de reden dat de man zijn collega’s moest inlichten over zijn handicap of chronische ziekte was, om draagvlak of begrip voor de handicap of chronische ziekte van de man te krijgen. Daarom heeft de hogeschool geen onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte gemaakt door dit van hem te vragen. Ook heeft de hogeschool geen misbruik gemaakt van de door de man aan het arbeidskundig bureau verstrekte medische informatie. De hogeschool had deze informatie nodig om te bepalen hoe de re-integratie van de man verder moest verlopen. Dat de hogesch0ol in rapport van het arbeidskundig bureau reden heeft gezien de arbeidsovereenkomst met de man te laten ontbinden, betekent niet dat de hogeschool onderscheid heeft gemaakt op grond van handicap of chronische ziekte bij de arbeidsomstandigheden. Verder is het College van oordeel dat niet is gebleken dat de hogeschool onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt door de weigering doeltreffende aanpassingen te verrichten. Hierbij heeft onder meer gewogen dat, voor zover de man heeft gevraagd om aanpassingen, voordat hij de hogeschool op de hoogte had gesteld van zijn handicap of chronische ziekte, geen sprake is van doeltreffende aanpassingen in de zin van de wet.

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: