Oordelen

PostNL B.V. maakt verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte jegens een vrouw door onvoldoende rekening te houden met haar beperkingen bij het aanbieden van functies na reorganisatie.

Oordeelnummer 2012-201
21-12-2012
lees verder

Samenvatting

Situatie

Een vrouw werkt dertig jaar PostNL B.V., en haar voorgangers. Zij vervult de functie videocoderen. Dat is beeldschermwerk. De vrouw kan niet goed meer tillen na een operatie aan haar rechterarm. PostNL gaat reorganiseren, waarbij de functie van de vrouw vervalt. Voor het krijgen van een nieuwe passende functie ondergaat de vrouw een belastbaarheidsonderzoek bij een arbeidskundige. De vrouw is het niet eens met de bevindingen van dit onderzoek en tekent hiertegen bezwaar aan. Zij levert het rapport niet in bij de werkgever. PostNL biedt de vrouw twee keer een functie aan zonder rekening te houden met haar beperkingen. De vrouw weigert beide aanbiedingen omdat zij de functie vanwege haar beperkingen niet kan uitvoeren. PostNL merkt beide weigeringen aan als redelijk. Daarnaast klaagt de vrouw over seksuele intimidatie; een leidinggevende heeft haar op een vrijdagavond opgebeld.

 

Oordeel College

Het College voor de Rechten van de Mens spreekt als zijn oordeel uit dat Koninklijke PostNL B.V. jegens de vrouw verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van handicap of chronische ziekte bij het aanbieden van functies na reorganisatie; niet is gebleken dat Koninklijke PostNL B.V. in strijd heeft gehandeld met het verbod van seksuele intimidatie.

 

Toelichting

De blijvende gezondheidsklachten van de vrouw zijn aan te merken als een handicap of chronische ziekte in de zin van de Wet gelijke behandeling handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ). Het is een werkgever zoals PostNL verboden om onderscheid te maken op grond van handicap of chronische ziekte bij de arbeidsvoorwaarden. Het aanbieden van een passende functie na reorganisatie, al dan niet met een doeltreffende aanpassing, valt onder het begrip arbeidsvoorwaarden. Volgens de regels die voortvloeien uit de WGBH/CZ, moet een werkgever onderzoeken of een aangeboden functie passend is en of de werknemer met een handicap of chronische ziekte geschikt is om dat werk te doen. In dit geval heeft de werkgever niets gedaan met het bezwaar van de vrouw tegen de uitkomst van het belastbaarheidsonderzoek. Wel heeft de werkgever de vrouw in de veronderstelling gelaten dat bij de plaatsing rekening zou worden gehouden met haar beperking. Vervolgens heeft PostNL haar op dezelfde manier als medewerkers zonder beperking, twee keer een functie aangeboden. PostNL heeft een speciale aanbiedingsmogelijkheid voor een passende functie voor arbeidsgehandicapte werknemers niet gebruikt. De vrouw heeft de twee aangeboden functies geweigerd omdat die te belastend zijn. PostNL erkent dat de functies ongeschikt waren en dat haar weigering redelijk is. PostNL heeft later twee keer tegen de vrouw gezegd contact met haar op te nemen om haar plaatsingsmogelijkheden te bespreken. Dit is niet gebeurd. Dat alles levert onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte op bij het aanbieden van functies. Wat de seksuele intimidatie betreft heeft de vrouw niet genoeg feiten aangevoerd om een vermoeden daarvan te onderbouwen.

 

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: